Spring naar inhoud

Verklaring van de onafhankelijke accountant

Verklaring van de onafhankelijke accountant

Controleverklaring van de onafhankelijke accountant

Aan: de ledenraadvergadering en de raad van commissarissen van DELA Coöperatie U.A.

Verklaring over de jaarrekening 2025

Ons oordeel

Naar ons oordeel geeft de jaarrekening van DELA Coöperatie U.A. (‘de coöperatie’) een getrouw beeld van de grootte en de samenstelling van het vermogen van de coöperatie en de groep (de coöperatie samen met haar dochtermaatschappijen) op 31 december 2025 en van het resultaat over 2025 in overeenstemming met Titel 9 Boek 2 van het in Nederland geldende Burgerlijk Wetboek (‘BW’).

Wat we hebben gecontroleerd

Wij hebben de in dit jaarverslag opgenomen jaarrekening 2025 van DELA Coöperatie U.A. te Eindhoven gecontroleerd. De jaarrekening omvat de geconsolideerde jaarrekening van de groep en de enkelvoudige jaarrekening.

De jaarrekening bestaat uit:

  • de geconsolideerde en enkelvoudige balans per 31 december 2025;
  • de geconsolideerde en enkelvoudige resultatenrekening over 2025; en
  • de toelichting met een overzicht van de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en overige toelichtingen.

Het stelsel voor financiële verslaggeving dat is gebruikt voor het opmaken van de jaarrekening is Titel 9 Boek 2 BW.

De basis voor ons oordeel

Wij hebben onze controle uitgevoerd volgens Nederlands recht, waaronder ook de Nederlandse controlestandaarden vallen. Onze verantwoordelijkheden op grond hiervan zijn beschreven in de paragraaf ‘Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de jaarrekening’.

Wij vinden dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel.

Onafhankelijkheid

Wij zijn onafhankelijk van DELA Coöperatie U.A. zoals vereist in de Wet toezicht accountantsorganisaties (Wta), de Verordening inzake de onafhankelijkheid van accountants bij assuranceopdrachten (ViO) en andere voor de opdracht relevante onafhankelijkheidsregels in Nederland. Verder hebben wij voldaan aan de Verordening gedrags- en beroepsregels accountants (VGBA).

Onze controleaanpak

Wij hebben onze controlewerkzaamheden met betrekking tot de kernpunten, fraude en continuïteit, en de aangelegenheden daaruit, bepaald in de context van de controle van de jaarrekening als geheel en bij het vormen van ons oordeel hierover. Daarom geven wij geen afzonderlijke oordelen of conclusies over de informatie ter ondersteuning van ons oordeel, zoals onze bevindingen en observaties ten aanzien van individuele kernpunten en de controleaanpak gericht op de frauderisico’s en continuïteit.

Samenvatting en context

DELA Coöperatie U.A. is een verzekeraar op het gebied van uitvaartverzekeringen, overlijdensrisicoverzekeringen en spaarverzekeringen, met activiteiten in Nederland, België en Duitsland. Daarnaast is DELA Coöperatie U.A. een uitvaartorganisatie met activiteiten in Nederland en België. De groep bestaat uit verschillende groepsonderdelen en daarom hebben wij de reikwijdte en aanpak van de groepscontrole overwogen zoals uiteengezet in de paragraaf ‘De reikwijdte van onze groepscontrole’.

Als onderdeel van het ontwerpen van onze controleaanpak hebben wij de materialiteit bepaald en het risico van materiële afwijkingen in de jaarrekening geïdentificeerd en ingeschat. Wij besteedden bijzondere aandacht aan die gebieden waar het bestuur belangrijke schattingen heeft gemaakt, bijvoorbeeld bij significante schattingen waarbij veronderstellingen over toekomstige gebeurtenissen worden gemaakt die inherent onzeker zijn.

In paragraaf 1.5 van de 'algemene toelichting' in de jaarrekening heeft de coöperatie de schattingsposten en de belangrijkste bronnen van schattingsonzekerheid uiteengezet. Vanwege de significante schattingsonzekerheid en het gerelateerde hogere inherente risico verbonden aan de marktwaardering van de verplichtingen uit hoofde van verzekeringscontracten, de waardering van beleggingen tegen reële waarde waar geen sprake is van een beurswaarde die tot stand is gekomen in een actieve markt en de impact hiervan op het resultaat, en de waardering van latente belastingvorderingen, hebben wij deze aangemerkt als kernpunten zoals uiteengezet in de paragraaf ‘De kernpunten van onze controle’. Daarnaast hebben wij de toelichting over de kapitaalpositie op basis van de Solvency II-regelgeving aangemerkt als kernpunt vanwege het belang voor de financiële positie van de groep, de schattingselementen en de complexiteit van de berekening van het vereiste en beschikbare vermogen. Tenslotte hebben we de impact van de digitale transformatie op de interne beheersing aangemerkt als kernpunt vanwege het belang van het IT-landschap op de interne beheersing van de groep en datamigraties die een verstorend effect kunnen hebben.

DELA Coöperatie U.A. heeft de potentiële impact van klimaatverandering op zijn financiële positie beoordeeld. In de risicoparagraaf in de jaarrekening en in de hoofdstukken 'Op weg naar verdere verduurzaming' en 'Beheerste risico's' in het verslag Groepsdirectie, heeft de entiteit de risico’s voortkomend uit de klimaatverandering nader toegelicht. Wij hebben de beoordeling van de aan klimaatgerelateerde risico’s besproken met het bestuur en de potentiële impact op de financiële positie inclusief de onderliggende assumpties en schattingen geëvalueerd. De verwachte effecten van klimaatverandering hebben geen significante invloed op de assumpties en veronderstellingen die zijn gehanteerd bij het opstellen van de jaarrekening. Daarnaast is de beleggingsportefeuille grotendeels gewaardeerd op marktwaarde, waardoor de waarde in de jaarrekening alle ontwikkelingen en risico's, waaronder die van klimaatverandering, weerspiegelt. Daarom leidt de impact van klimaatverandering niet tot een kernpunt van onze controle.

Wij hebben ervoor gezorgd dat de controleteams, zowel op groepsniveau als op het niveau van de groepsonderdelen, over voldoende specialistische kennis en expertise beschikten die nodig zijn voor de controle van een verzekeraar en uitvaartbedrijf. Wij hebben daarom deskundigen op onder meer het gebied van actuariële expertise, IT, onroerend goed en belastingen in ons team opgenomen.

De hoofdlijnen van onze controleaanpak waren als volgt:

Materialiteit Materialiteit €30.700.000
   
   
Reikwijdte van de controle • We hebben controlewerkzaamheden uitgevoerd op 2 locaties; Nederland en België.

• Wij hebben (virtueel) de groepsonderdelen bezocht in België en Duitsland.

• Dekking controlewerkzaamheden: 99% van de geconsolideerde omzet, 99% van het geconsolideerde balanstotaal en 99% van het geconsolideerde resultaat voor belastingen.
   
   
Kernpunten • De marktwaardering van de verplichtingen uit hoofde van verzekeringscontracten;

• De waardering van beleggingen tegen reële waarde waar geen sprake is van een beurswaarde die tot stand is gekomen in een actieve markt en de impact hiervan op het resultaat;

• De waardering van de latente belastingvorderingen;

• Toelichting op de kapitaalpositie op basis van Solvency II-regelgeving;

• De impact van de digitale transformatie op de interne beheersing.
Overwegingen voor de eerstejaarscontrole

Na onze benoeming tot accountant van de coöperatie hebben wij een uitgebreid transitieplan ontwikkeld en uitgevoerd. Wij hebben, als onderdeel van dit plan, kennis en begrip verkregen van de strategie van de groep, de bedrijfsactiviteiten, de interne beheersingsomgeving en de IT-omgeving. We zijn nagegaan hoe de jaarrekening en het interne beheersingsraamwerk van de coöperatie en de groep beïnvloed werden door deze aspecten. Wij hebben, aanvullend hierop, de jaarrekening van het vorige verslagjaar gelezen en een review uitgevoerd op het controledossier van de voorgaande accountant en hebben de uitkomsten van de hierin opgenomen werkzaamheden besproken en geëvalueerd. We hebben de eindbesprekingen en de bijeenkomsten van de auditcommissie met betrekking tot de controle over 2024 bijgewoond. Op basis van, onder meer, deze werkzaamheden en activiteiten hebben wij voldoende en geschikte controleinformatie verkregen over de beginsaldi. Verder hebben wij onze risicoanalyse gemaakt, onze controlestrategie bepaald en ons controleplan voor 2025 opgesteld. Het controleplan hebben wij besproken met het bestuur en de auditcommissie.

Materialiteit

De reikwijdte van onze controle wordt beïnvloed door het toepassen van materialiteit. Het begrip ‘materieel’ wordt toegelicht in de paragraaf ‘Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de jaarrekening’.

Wij bepalen, op basis van ons professionele oordeel, kwantitatieve grenzen voor materialiteit waaronder de materialiteit voor de jaarrekening als geheel, zoals uiteengezet in onderstaande tabel. Deze grenzen, evenals de kwalitatieve overwegingen daarbij, helpen ons om de aard, timing en omvang van onze controlewerkzaamheden voor de individuele posten en toelichtingen in de jaarrekening te bepalen en om het effect van onderkende afwijkingen, zowel individueel als gezamenlijk, op de jaarrekening als geheel en op ons oordeel, te evalueren.

Materialiteit €30.700.000
   
   
Hoe is de materialiteit bepaald Wij bepalen de materialiteit op basis van ons professionele oordeel. Als basis voor deze oordeelsvorming gebruikten we 2,5% van het eigen vermogen. Voor de controle van de Solvency II-ratio informatie in de jaarrekening hebben wij onze werkzaamheden zodanig ingericht dat een afwijking van maximaal 5% van de Solvency II-ratio ongedetecteerd zou kunnen blijven.
   
   
De overwegingen voor de gekozen benchmark We gebruikten het eigen vermogen als de primaire, algemeen geaccepteerde, benchmark, op basis van onze analyse van de gemeenschappelijke informatiebehoeften van gebruikers van de jaarrekening, in het bijzonder de
polishouders en de toezichthouder (De Nederlandsche Bank). Op basis daarvan zijn wij van mening dat het eigen vermogen het meest relevante kengetal is voor de financiële prestaties van de coöperatie.
   
   
Materialiteit voor groepsonderdelen Aan elk groepsonderdeel, binnen de reikwijdte van onze controle, is, op basis van onze oordeelsvorming, een materialiteit toegerekend die lager ligt dan de materialiteit voor de groep als geheel. De materialiteit die we hebben toegerekend aan de groepsonderdelen lag tussen de €6.000.000 en €30.600.000.

Wij houden ook rekening met afwijkingen en/of mogelijke afwijkingen die naar onze mening om kwalitatieve redenen materieel zijn.

Wij zijn met de raad van commissarissen overeengekomen dat wij tijdens onze controle geconstateerde afwijkingen boven de €1.500.000 aan hen rapporteren evenals kleinere afwijkingen die naar onze mening om kwalitatieve redenen relevant zijn.

De reikwijdte van onze groepscontrole

DELA Coöperatie U.A. is de moedermaatschappij van een groep van entiteiten. De financiële informatie van deze groep is opgenomen in de geconsolideerde jaarrekening van DELA Coöperatie U.A.

Wij zijn verantwoordelijk voor het identificeren en inschatten van risico’s op een afwijking van materieel belang in de jaarrekening van de groep, met inbegrip van risico’s met betrekking tot het consolidatieproces. Op basis van onze risico-inschatting hebben wij de reikwijdte van onze controle zodanig bepaald dat wij voldoende controlewerkzaamheden verrichten om in staat te zijn een oordeel te geven over de jaarrekening als geheel.

Als onderdeel van de reikwijdte van onze controle hebben wij bepaald welke controlewerkzaamheden op groepsniveau of op het niveau van groepsonderdelen nodig waren en of het nodig was accountants van groepsonderdelen hierbij te betrekken.

Op basis hiervan hebben wij bij 4 groepsonderdelen controles van de volledige financiële informatie uitgevoerd omdat deze groepsonderdelen significant werden geacht op basis van risico of omvang. Additioneel zijn 7 groepsonderdelen in de reikwijdte van de groepscontrole betrokken om voldoende dekking te verkrijgen voor de controle van individuele posten van de geconsolideerde jaarrekening.

De groepsonderdelen die niet onder de reikwijdte van de controle vallen vertegenwoordigen geen van alle meer dan 1% van de geconsolideerde omzet of het geconsolideerde balanstotaal.

Waar controlewerkzaamheden zijn uitgevoerd door accountants van groepsonderdelen, hebben wij de aard, timing en omvang van de aansturing van en het toezicht op de accountants van de groepsonderdelen en de beoordeling van hun werkzaamheden bepaald. Vervolgens hebben wij:

  • Instructies uitgegeven aan de accountants van groepsonderdelen om de verwachtingen te scheppen voor de door hen uit te voeren werkzaamheden en om onze aansturing en toezicht alsmede het beoordelen van hun werk te faciliteren.
  • Deelgenomen aan discussies met accountants van groepsonderdelen als onderdeel van de planning van de opdracht, met inbegrip van situaties waarbij wij als groepsaccountant specifieke taken of werkzaamheden aan accountants van groepsonderdelen hebben toegewezen zoals het uitvoeren van risico-inschattingswerkzaamheden of het bepalen van de aard, timing en omvang van controlewerkzaamheden gericht op geïdentificeerde en ingeschatte risico’s.
  • Gecommuniceerd met de accountants van groepsonderdelen gedurende de groepscontrole, hetzij virtueel door gebruik te maken van technologische oplossingen, hetzij door persoonlijke bijeenkomsten (bijvoorbeeld als onderdeel van een sitebezoek) of door een combinatie hiervan, om de voortgang van het werk van de accountants van de groepsonderdelen te monitoren. Deze voortdurende communicatie omvatte zaken die van invloed waren op de uitvoering, voltooiing en rapportage van de groepsaudit.
  • Relevante delen van het werk van de accountants van groepsonderdelen beoordeeld, inclusief de communicatie van de accountants van groepsonderdelen over zaken die relevant zijn voor onze conclusie met betrekking tot de groepsaudit. Onze beoordeling van het werk van de accountants van groepsonderdelen vond plaats gedurende de gehele opdracht. Dit omvatte on-site en/virtuele beoordelingen, inclusief de beoordeling van werkdocumenten.
  • Formele schriftelijke communicatie beoordeeld die door de accountants van groepsonderdelen zijn opgesteld voor het lokale management van het groepsonderdeel en/of regelgevende autoriteiten van de groepsonderdelen, die naar ons oordeel relevant waren voor de groepscontrole.
  • Bepaalde belangrijke klantbijeenkomsten bijgewoond (bijvoorbeeld de afsluitingsbijeenkomst voor de Belgische groepsonderdelen in scope) tussen de accountant en management van de groepsonderdelen.

Het groepsteam heeft de consolidatie van de groep, de toelichtingen in de jaarrekening en een aantal complexe aspecten gecontroleerd. Dit betreft de technische voorzieningen en (een groot deel van) de beleggingen.

Door bovengenoemde werkzaamheden bij groepsonderdelen, gecombineerd met aanvullende werkzaamheden op groepsniveau, zijn wij in staat geweest om voldoende en geschikte controleinformatie met betrekking tot de financiële informatie van de groep te verkrijgen als basis voor ons oordeel over de jaarrekening.

Controleaanpak frauderisico’s

Wij hebben risico’s op een afwijking van materieel belang in de jaarrekening die het gevolg zijn van fraude geïdentificeerd en ingeschat. Wij hebben tijdens onze controle inzicht verkregen in DELA Coöperatie U.A. en haar omgeving en de componenten van het interne beheersingssysteem, waaronder het risico-inschattingsproces en de wijze waarop het bestuur inspeelt op frauderisico’s en het interne beheersingssysteem monitort en de wijze waarop de raad van commissarissen toezicht uitoefent en de uitkomsten daarvan.

Wij hebben ten aanzien van het risico op afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude de opzet en implementatie van de interne beheersing geëvalueerd, waaronder de frauderisicoanalyse van het bestuur (de systematische integriteitsrisicoanalyse) de gedragscode, klokkenluidersregeling en de incidentenregistratie, en voor zover wij dat noodzakelijk achtten voor onze controle, de werking getoetst van deze interne beheersmaatregelen.

We hebben inlichtingen ingewonnen bij een selectie van leden van het bestuur en het senior management (inclusief compliance, juridische zaken en internal audit) om hun fraudebewustzijn te evalueren, alsmede om de interne beheersomgeving met betrekking tot fraude, de ‘tone at the top’ en de controles op entiteitsniveau te evalueren. Als onderdeel van deze procedures hebben we de coördinator fraudebeheersing gevraagd om onze fraudevragenlijst in te vullen en hebben we de uitkomsten van deze vragenlijst besproken.

Wij hebben aan de leden van het bestuur, het management van juridische zaken, de compliance afdeling, en de internal audit en de raad van commissarissen gevraagd of zij op de hoogte waren van feitelijke, vermeende of vermoede fraude. Hieruit volgden geen signalen van feitelijke, vermeende of vermoede fraude die kunnen leiden tot een afwijking van materieel belang.

Als onderdeel van ons proces voor het identificeren van frauderisico’s, hebben wij frauderisicofactoren overwogen met betrekking tot frauduleuze financiële verslaggeving, oneigenlijke toe-eigening van activa en omkoping en corruptie. Wij hebben geëvalueerd of deze factoren een indicatie vormden voor de aanwezigheid van frauderisico’s.

De door ons geïdentificeerde frauderisico’s en uitgevoerde specifieke werkzaamheden zijn als volgt:

Geïdentificeerde frauderisico’s Onze controlewerkzaamheden en observaties
   
Het risico dat het bestuur maatregelen van interne beheersing doorbreekt

Het bestuur bevindt zich in een unieke positie om fraude te plegen, omdat het in staat is de administratieve vastleggingen te manipuleren en frauduleuze financiële overzichten op te stellen door interne beheersingsmaatregelen te doorbreken die anderszins effectief lijken te werken. Daarom besteden wij bij al onze controles aandacht aan het risico van het doorbreken van maatregelen van interne beheersing door het bestuur met betrekking tot:
• journaalposten en andere aanpassingen die tijdens het opstellen van de jaarrekening zijn gemaakt;
• schattingen
• significante transacties buiten het kader van de normale bedrijfsuitoefening

Wij hebben daarbij bijzondere aandacht voor tendenties als gevolg van mogelijke belangen van het bestuur.
Wij hebben de opzet en implementatie geëvalueerd van de maatregelen van interne beheersing en, voor zover wij dat noodzakelijk achten voor onze controle, de effectieve werking van deze maatregelen getoetst in de processen voor het genereren en verwerken van journaalposten en het maken van schattingen. Tevens hebben wij specifieke aandacht gegeven aan de toegangsbeveiligingen in het IT-systeem en de mogelijkheid dat hierin functiescheiding kan worden doorbroken.

Wij hebben geen significante tekortkomingen in de interne beheersing geconstateerd. Wel hebben we een aantal overige tekortkomingen in de interne beheersing geconstateerd ten aanzien van de mogelijkheid van het aanpassen van (bepaalde) geautomatiseerde boekingen en de logische toegangsbeveiliging. Onze bevindingen hebben wij schriftelijk aan het bestuur gerapporteerd. Naar aanleiding van deze tekortkomingen hebben wij aanvullende gegevensgerichte controlewerkzaamheden uitgevoerd.

Wij hebben journaalposten geselecteerd op basis van risicocriteria en hierop specifieke controlewerkzaamheden verricht. Deze werkzaamheden omvatten onder meer inspectie van informatie uit brondocumenten. Wij hebben tevens bijzondere aandacht besteed aan consolidatie- en eliminatieboekingen, waarbij wij ons vooral hebben gericht op het toetsen van boekingen die de omzet en het resultaat in het betreffende boekjaar beïnvloeden.

Daarnaast hebben wij specifieke controlewerkzaamheden verricht ten aanzien van belangrijke schattingen van het bestuur, waaronder het evalueren van eerdere schattingen van het bestuur betreffende de latente belastingvorderingen en de waardering van de beleggingen en technische voorzieningen. Hiervoor verwijzen wij naar de kernpunten van onze controle. Wij hebben in het bijzonder aandacht gehad voor het inherente risico van mogelijke vooringenomenheid van het bestuur bij schattingen.

Wij hebben geen significante transacties buiten het kader van de normale bedrijfsuitoefening geïdentificeerd.

Onze werkzaamheden hebben niet geleid tot specifieke aanwijzingen voor fraude of vermoedens van fraude ten aanzien van het doorbreken van de interne beheersing door het bestuur.
   
   
Het risico van frauduleuze financiële verslaggeving als gevolg van te hoog verantwoorde omzet van het uitvaartbedrijf

Als onderdeel van onze risico inschatting en uitgaande van de veronderstelling dat er bij de opbrengstenverantwoording frauderisico's bestaan, hebben wij geëvalueerd welke opbrengstsoorten aanleiding geven tot een risico op afwijking van materieel belang als gevolg van fraude.

Bij het uitvaartbedrijf hebben wij geconstateerd dat de winstgevendheid onder druk staat door de verzadigde en sterk concurrerende markt. Daarom bestaat er mogelijk druk op management om fictieve omzet te verantwoorden.
Wij hebben de opzet en implementatie geëvalueerd van de maatregelen van interne beheersing ten aanzien van de omzetverantwoording van het uitvaartbedrijf.

Wij hebben journaalposten geselecteerd op basis van risicocriteria en hierop specifieke controlewerkzaamheden verricht. Deze werkzaamheden omvatten onder meer inspectie van informatie uit brondocumenten. Aanvullend hebben we specifieke gegevensgerichte werkzaamheden uitgevoerd, waaronder een deelwaarneming op de omzetboekingen uitvaart aan de hand van onderliggende facturen en (inkomende) geldstromen via de bank van de onderneming.

We hebben aanvullende werkzaamheden uitgevoerd ten aanzien van de schatting van het bestuur van de overlopende omzet (nog te factureren uitvaarten) door aansluiting te maken met onderliggende brondocumentatie.

Onze werkzaamheden hebben niet geleid tot specifieke aanwijzingen voor fraude of vermoedens van fraude ten aanzien van de verantwoorde omzet van het uitvaartbedrijf.

Wij hebben in onze controle een element van onvoorspelbaarheid ingebouwd. Daarnaast hebben we kennisgenomen van advocatenbrieven en correspondentie met toezichthouders en zijn wij tijdens de controle alert gebleven op indicaties voor fraude. Ook hebben wij de uitkomst van andere controlewerkzaamheden beoordeeld en overwogen of er bevindingen waren die een aanwijzing vormden voor fraude.

Controleaanpak continuïteit

Het bestuur heeft de jaarrekening opgemaakt uitgaande van de continuïteit van het geheel van de werkzaamheden van de coöperatie voor ten minste twaalf maanden vanaf de datum van opmaken van de jaarrekening. Het bestuur heeft geen gebeurtenissen of omstandigheden geïdentificeerd die gerede twijfel kunnen doen ontstaan over de mogelijkheid van de coöperatie om haar continuïteit te handhaven(hierna: continuïteitsrisico’s).

Onze werkzaamheden om de continuïteitsbeoordeling van het bestuur te evalueren omvatten onder andere:

  • Overwegen of de continuïteitsbeoordeling van het bestuur alle relevante informatie bevatte waarvan wij als gevolg van onze controle kennis hadden en het bestuur bevragen over de belangrijkste veronderstellingen en uitgangspunten.
  • Analyseren van de financiële positie per einde van het huidige boekjaar ter identificatie van indicatoren die kunnen duiden op continuïteitsrisico's. Wij hebben hierbij onder meer kennisgenomen van de door het bestuur opgestelde 'Own Risk and Solvency Assessment' (ORSA) waarin (toekomstige) scenario's en risico's zijn doorgerekend en vertaald naar potentiële effecten op de (toekomstige) solvabiliteitspositie.
  • Inwinnen van inlichtingen bij het bestuur over de kennis van continuïteitsrisico’s na de periode van de door het bestuur verrichte continuïteitsbeoordeling.
  • Nagaan of het bestuur gebeurtenissen of omstandigheden heeft geïdentificeerd die gerede twijfel kunnen doen ontstaan over de mogelijkheid van de coöperatie om haar continuïteit te handhaven.

Onze controlewerkzaamheden hebben geen informatie opgeleverd die strijdig is met de veronderstellingen en aannames van het bestuur over de gehanteerde continuïteitsveronderstelling.

De kernpunten van onze controle

In de kernpunten van onze controle beschrijven wij zaken die naar ons professionele oordeel het meest belangrijk waren tijdens de controle van de jaarrekening. Wij hebben de raad van commissarissen op de hoogte gebracht van de kernpunten. De kernpunten vormen geen volledige weergave van alle risico’s en punten die wij tijdens onze controle hebben geïdentificeerd en hebben besproken. Wij hebben in deze paragraaf de kernpunten beschreven met daarbij een samenvatting van de op deze punten door ons uitgevoerde werkzaamheden.

Kernpunten Onze controlewerkzaamheden en observaties
   
De marktwaardering van de verplichtingen uit hoofde van verzekeringscontracten

Wij verwijzen naar de paragraaf 'Technische voorzieningen' in de grondslagen voor balanswaardering en resultaatbepaling en naar paragraaf 5.10 'Technische voorzieningen' en 5.11 'Toereikendheidstoets' in de toelichting op de balans.

De groep heeft een technische voorziening van €9,2 miljard verantwoord (2024: €8,6 miljard). Dit betreft 85% van het balanstotaal (2024: 84%).

De marktwaardevoorziening (€6,3 miljard) is gebaseerd op Solvency II regelgeving en is relevant voor de toereikendheidstoets van de verplichtingen uit hoofde van verzekeringscontracten. Met de toereikendheidstoets wordt vastgesteld of de balansvoorziening toereikend is dan wel ophoging van de balansvoorziening nodig is. De balansvoorziening is significant hoger dan de toetsvoorziening waardoor geen verhoging van de balansvoorziening aan de orde is. Daarnaast is de marktwaardevoorziening relevant voor de bepaling van de Solvency II-ratio.

De berekening van marktwaardevoorziening voor levensverzekeringen en natura-uitvaartverzekering is complex en bevat naast input data en het gebruik van modellen, significante schattingen, gebaseerd op gebruikte aannames.

De belangrijkste schattingsonzekerheid in de marktwaardering heeft betrekking op de gebruikte aannames als sterftekansen, onnatuurlijk verval, kosten, economische scenario's en uitvaartkosteninflatie.

In verband met significante schattingen door het bestuur die complex zijn met hoge schattingsonzekerheid, in combinatie met de omvang van de desbetreffende verplichtingen hebben wij de marktwaardering van de verplichtingen uit hoofde van verzekeringscontracten aangemerkt als een kernpunt van onze controle.
We hebben de opzet en implementatie geëvalueerd van de maatregelen van interne beheersing alsmede, voor zover effectief en relevant voor onze controle, de werking van de interne beheersingsmaatregelen met betrekking tot de juistheid en volledigheid van de bij de waardering van de (markt)waarde voorziening gehanteerde basisgegevens getoetst. Wij hebben daarbij kennisgenomen van de uitkomsten van de door de coöperatie uitgevoerde data-analyses op basis van dataregels en opvolgingsprocedures voor bevindingen. Daarnaast hebben wij aanvullend gegevensgerichte controlewerkzaamheden uitgevoerd op de juistheid en volledigheid van de voor onze controle relevante basisgegevens.

De gebruikte aannames hebben wij, samen met onze actuariële specialisten, getoetst aan onze kennis van in de markt aanwezige gegevens. We hebben daarbij vastgesteld dat de aannames van het bestuur onderbouwd zijn en dat, op basis van beschikbare controle-informatie, de gebruikte aannames redelijk zijn.

We hebben, samen met onze actuariële specialisten, kennisgenomen van de door de actuariële functie uitgevoerde werkzaamheden ten behoeve van de marktwaardevoorziening inclusief optionaliteiten (de winstdeling en premie-maatregel), analyses en conclusies. We hebben de ontvangen actuariële functie-rapportage beoordeeld en de uitkomsten van de actuariële analyse en conclusies zijn door ons besproken met de actuariële functie. Verder hebben we de competentie, capaciteiten en objectiviteit van de actuariële functie beoordeeld.

We hebben, samen met onze actuariële specialisten, de relevante modellen getoetst door het evalueren van de reikwijdte en resultaten van de baseline testing en externe validatie uit voorgaande jaren en de werkzaamheden van de actuariële functie. Aanvullend hierop hebben wij de documentatie over de modelwijzigingen die sindsdien zijn doorgevoerd beoordeeld op juistheid en volledigheid. Daarnaast hebben wij een onafhankelijke beoordeling uitgevoerd op de gehanteerde methodiek. Bovendien hebben wij de documentatie en onderbouwing van de modelvereenvoudigingen getoetst. De uitkomsten van de modellen zijn beoordeeld door de actuariële functie en zijn door ons ‘gechallenged’. Op grond van deze werkzaamheden hebben we voldoende en geschikte controle-informatie verkregen om vast te stellen dat de modellen adequaat functioneren en dat de uitkomsten hiervan betrouwbaar zijn.

Tenslotte hebben we vastgesteld dat de toelichting toereikend en in overeenstemming is met het stelsel van financiële verslaggeving.
   
   
De waardering van beleggingen tegen reële waarde waar geen sprake is van een beurswaarde die tot stand is gekomen in een actieve markt en de impact hiervan op het resultaat

Wij verwijzen naar de paragraaf 'Beleggingen' in de grondslagen voor balanswaardering en resultaatbepaling en naar paragraaf 5.3 'Beleggingen' in de toelichting op de balans.

De groep bezit beleggingen die wegens hun illiquide karakter op incidentele of terugkerende basis tegen reële waarde gewaardeerd worden met gebruikmaking van waarderingstechnieken die zijn gebaseerd op belangrijke, veelal niet direct in de markt waarneembare, inputs. Deze beleggingen betreffen voornamelijk:
• onroerend goed;
• niet-genoteerde beleggingsfondsen; en
• leningenfonds; niet-genoteerd fonds als onderdeel van de andere financiële beleggingen.
De groep heeft beleggingen in onroerend goed (€513 miljoen), niet-genoteerde beleggingsfondsen (vastgoedfondsen (€1.784 miljoen), infrastructuurfondsen (€1.284 miljoen), land- en bosbouwfondsen (€355 miljoen), hypotheekfondsen (€638 miljoen) en een leningenfonds bestaande uit bedrijfsleningen (€150 miljoen)). De waardering van deze beleggingsfondsen is veelal afgeleid van de 'Net Asset Values' (“NAV”) van de fondsen waarin wordt belegd.

In verband met schattingen door het bestuur, in combinatie met de omvang van de beleggingen en de tijdsbesteding in onze controle hebben wij de waardering van de betreffende beleggingen aangemerkt als kernpunt van onze controle.
Onroerend goed

We hebben de opzet en implementatie geëvalueerd van de maatregelen van interne beheersing alsmede, voor zover effectief en relevant voor onze controle, de werking van de interne beheersingsmaatregelen met betrekking tot de juistheid en volledigheid van de gegevens die worden gebruikt voor de waardering van de beleggingen in onroerend goed getoetst.

We hebben de vakbekwaamheid, relevante expertise en kwalificaties van de externe taxateurs die zijn ingeschakeld voor de waardering van de beleggingen in onroerende zaken geëvalueerd. Daarnaast hebben wij vastgesteld dat de gehanteerde waarderingsmethoden, zoals opgenomen in de taxatierapporten en de interne waarderingsmodellen, aanvaardbaar zijn.

Verder hebben wij detailwerkzaamheden uitgevoerd met betrekking tot de onroerende zaken die in 2025 door de externe taxateur van de coöperatie zijn gewaardeerd.
Daarbij zijn de belangrijkste waarderingsaannames, waaronder de disconteringsvoet en de draagkrachthuur, onderworpen aan een kritische analyse en getoetst aan relevante en actuele marktgegevens. Tevens hebben wij gevoeligheidsanalyses uitgevoerd op de belangrijkste inputparameters die ten grondslag liggen aan de waardering van het onroerend goed.

Op basis van de uitgevoerde werkzaamheden hebben wij geconcludeerd dat de beleggingen in onroerende zaken binnen een aanvaardbare bandbreedte zijn gewaardeerd.

Tenslotte hebben wij vastgesteld dat de toelichtingen in de jaarrekening met betrekking tot de beleggingen in onroerende zaken toereikend en in overeenstemming is met het stelsel van financiële verslaggeving.

Niet-genoteerde beleggingsfondsen en leningenfonds (hierna samen: beleggingsfonds of niet-genoteerde beleggingsfondsen)

We hebben de opzet en implementatie geëvalueerd van de maatregelen van interne beheersing alsmede, voor zover effectief en relevant voor onze controle, de werking van de interne beheersingsmaatregelen met betrekking tot de juistheid en volledigheid van de gegevens die worden gebruikt voor de waardering van de beleggingen in niet-genoteerde beleggingsfondsen getoetst.

Verder hebben we de waardering per beleggingsfonds aangesloten met de jaarrekening of NAV- statement voorzien van een controleverklaring van de externe accountant van het betreffende fonds. We hebben de ontvangen gecontroleerde jaarrekeningen en NAV-statements beoordeeld op passendheid van de gebruikte grondslagen en de competentie van de externe accountant. Indien de (door een externe accountant) gecontroleerde NAV-statements of jaarrekeningen niet tijdig zijn ontvangen, hebben we een retrospectieve analyse uitgevoerd op basis van de laatst beschikbare jaarrekening of NAV-statement voorzien van een controleverklaring door de externe accountant van het betreffende fonds.

Daarnaast hebben we confirmaties opgevraagd bij de fondsmanagers van de NAV-statements per 31 december 2025, waarmee de aansluiting is gemaakt met de jaarrekening van de coöperatie.

Tenslotte hebben we vastgesteld dat de toelichtingen met betrekking tot de beleggingen in niet-genoteerde beleggingsfondsen toereikend en in overeenstemming zijn met het stelsel van financiële verslaggeving.
   
   
De waardering van de latente belastingvorderingen

Wij verwijzen naar de paragraaf 5.5 'Vorderingen' in de toelichting op de balans.

De groep heeft latente belastingvorderingen van €97,3 miljoen verantwoord (2024: €122,9 miljoen).

De latente belastingvorderingen hebben betrekking op zowel verschillen tussen commerciële en fiscale waarderingen en op verliesverrekening voorgaande jaren. De berekening van latente belastingvorderingen is complex en bevat naast input data en het gebruik van modellen, significante schattingen, (gebaseerd op gebruikte aannames, voornamelijk de winstprognose).

In verband met significante schattingen door het bestuur die complex zijn met hoge schattingsonzekerheid, in combinatie met de omvang van de latente belastingvorderingen, hebben wij de waardering van de latente belastingvorderingen aangemerkt als kernpunt van onze controle.
We hebben de opzet en implementatie geëvalueerd van de maatregelen van interne beheersing met betrekking tot de waardering van de latente belastingvorderingen van de coöperatie.

Wij hebben gekozen voor een overwegend gegevensgerichte controle. Met betrekking tot de belangrijkste veronderstellingen bij de waardering van latente belastingvorderingen hebben wij, samen met onze belastingspecialisten:
• Vastgesteld dat de methodiek gehanteerd door de coöperatie in lijn is met RJ 272, waarbij op de juiste wijze rekenschap is gegeven van de beschikbaarheid van belastbare tijdelijke verschillen alsmede de beperkingen in de verliesverrekeningsregels (i.e. 50% van de winst kan slechts worden verrekend met verliezen uit voorgaande jaren).
• De schattingselementen ten aanzien van de winstprognose (parameters en veronderstellingen ten aanzien van onder andere de verwachte beleggingsrendementen) op redelijkheid getoetst aan de hand van de historisch waargenomen ontwikkelingen in de beleggingsportefeuille en aangesloten op de door het bestuur goedgekeurde begroting.
• Vastgesteld dat door de coöperatie voldoende overig bewijs is aangeleverd ter onderbouwing van de betrouwbaarheid van de winstprognose, gezien de historie van fiscale verliezen waarin de coöperatie verkeert per jaareinde 2025.
• Wij hebben vastgesteld dat de latente belastingvorderingen binnen een aanvaardbare bandbreedte zijn gewaardeerd.

We hebben geconstateerd dat de schattingselementen zoals gehanteerd door het bestuur onderbouwd zijn en vinden de schattingen redelijk.

Tenslotte hebben we vastgesteld dat de toelichting toereikend en in overeenstemming is met het stelsel van financiële verslaggeving.
   
   
Toelichting op de kapitaalpositie op basis van Solvency II-regelgeving

Wij verwijzen naar paragraaf 4.1 ‘Solvabiliteitspositie’ in de risicoparagraaf in de jaarrekening.

De coöperatie bepaalt het ter dekking van de aangegane risico’s aan te houden kapitaal op basis van de Solvency II-regelgeving. Voor de bepaling van de kapitaalvereisten maakt de coöperatie gebruik van de standaardformule.

Bij de bepaling van de aanwezige kapitaalpositie en de vereiste kapitaalpositie worden een aantal belangrijke schattingselementen en waarderingsmodellen gehanteerd waarbij niet in de markt
waarneembare input wordt gebruikt. De belangrijkste schattingselementen zijn:
• Kasstromen gehanteerd bij de bepaling van de marktwaarde van de technische voorzieningen (zie hiervoor kernpunt ‘De marktwaardering van de verplichtingen uit hoofde
van verzekeringscontracten’).
• De compensatiemogelijkheden van uitgestelde belastingen bij het optreden van een
schok in het solvabiliteitskapitaal.

In verband met significante schattingen door het bestuur die en complex zijn met hoge schattingsonzekerheid, in combinatie met dat de solvabiliteitsratio een belangrijk
kengetal is en de Solvency II-informatie wordt gehanteerd in het kapitaal- en dividendbeleid van de Coöperatie, hebben wij de toelichting van de kapitaalpositie op basis van Solvency II-regelgeving aangemerkt als kernpunt van onze controle.
Wij hebben vastgesteld of de aanpassingen om te komen van de jaarrekeningbalans tot de bij de bepaling van het aanwezige kapitaal gehanteerde economische balans juist en volledig zijn en in overeenstemming met de Solvency II-regelgeving.

Voor onze werkzaamheden ten aanzien van de marktwaardering van de technische voorzieningen verwijzen we naar het kernpunt ‘De marktwaardering van de verplichtingen uit hoofde van verzekeringscontracten’.

Hierbij hebben wij de schattingen en aannames ten aanzien van onder andere sterftekansen, onnatuurlijk verval, kosten, economische scenario's en uitvaartkosteninflatie die zijn gebruikt om de kasstromen te bepalen getoetst aan de hand van de historisch waargenomen ontwikkelingen in de verzekeringsportefeuille.

We hebben geconstateerd dat de schattingselementen zoals gehanteerd door het bestuur onderbouwd zijn en vinden de schattingen redelijk.

Daarnaast hebben wij getoetst of de kapitaalvereisten per risico-onderdeel zijn berekend in overeenstemming met de standaardformule volgens de Solvency II-regelgeving.
Hiertoe hebben wij onder andere de gehanteerde data(stromen), modellen en de juistheid van de calculatie en de gehanteerde parameters getoetst op basis van de Solvency II-regelgeving. Ook hebben wij de juistheid en volledigheid van de gehanteerde data en de calculaties getoetst.

Daarnaast hebben wij, samen met onze belastingspecialisten, het in aanmerking genomen compensatievermogen van uitgestelde belastingen getoetst. De toekomstige resultaten zijn getoetst op redelijkheid, en waarbij we hebben vastgesteld dat de waarderingsverschillen tussen de boekhoudkundige en de Solvency II-waardering in het juiste projectiejaar zijn meegenomen. Verder hebben we de timing beoordeeld van de opname van schokgerelateerde verliezen, de correcte toepassing van de vennootschapsbelastingtarieven en de regelgeving inzake verliesverrekening beoordeeld. Op basis hiervan hebben we vastgesteld dat de schattingen van het bestuur onderbouwd zijn en dat, op basis van beschikbare controle-informatie, de gebruikte aannames redelijk zijn.

Tenslotte hebben wij vastgesteld dat de toelichting toereikend en in overeenstemming is met het stelsel van financiële verslaggeving.
   
   
De impact van de digitale transformatie op de interne beheersing

Wij verwijzen naar hoofdstuk 'IT-programma's' in het verslag Groepsdirectie.

DELA is voor een beheerste bedrijfsvoering afhankelijk van betrouwbare geautomatiseerde systemen en een effectieve interne beheersing. De organisatie bevindt zich in een transitiefase gericht op optimalisatie van systemen en vereenvoudiging van het IT-landschap. Binnen het meerjarenprogramma Digitale Transitie Verzekeren worden administratiesystemen voor verzekeringsportefeuilles gecentraliseerd en vereenvoudigd; in 2025 is een verzekeringsproduct gemigreerd naar het nieuwe verzekeringstechnische systeem. Daarnaast wordt binnen het programma Finance Digitaal de financiële administratie in Nederland en België vervangen, waarbij in 2025 meerdere DELA-entiteiten zijn aangesloten. Met het programma Beheerst ondernemen versterkt DELA de interne beheersing via centrale vastlegging van risico’s en beheersmaatregelen. De impact van deze ontwikkelingen op de interne beheersing en onze controleaanpak vormt een kernpunt van onze controle omdat de interne beheersing in beweging is en extra controleaandacht heeft gevraagd.
We hebben IT-specialisten ingezet voor het toetsen van de opzet en implementatie van de IT-General Controls. Hierbij hebben wij geen significante tekortkomingen geïdentificeerd. Als gevolg van de digitale transitie en het ingezette programma voor het verbeteren van de interne beheersing, hebben wij gekozen voor een overwegend gegevensgerichte controleaanpak.

Met betrekking tot de migratie hebben wij aanvullende (gegevensgerichte) werkzaamheden verricht om de juistheid en volledigheid van de datamigratie vast te stellen. Deze werkzaamheden omvatten:
• het kennisnemen van de door DELA verrichte werkzaamheden inzake de datamigratie;
• het uitvoeren van reconciliaties ter vaststelling van de volledigheid;
• het uitvoeren van een steekproef op polissen ter vaststelling van de juistheid, waarbij de relevante data-elementen tussen het oude en nieuwe systeem zijn aangesloten.
   

Naleving vereisten van Regelgevende Technische Standaard van SBR, inclusief XBRL-markering, niet gecontroleerd

De accountantscontrole bevat de toetsing dat de opgemaakte jaarrekening voldoet aan de wettelijke bepalingen in Titel 9 Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. Onze controleverklaring is afgegeven bij de opgemaakte jaarrekening in XHTML-format. De naleving van alle vereisten van de Regelgevende Technische Standaard van het SBR-domein Handelsregister, waaronder de aangebrachte eXtensible Business Reporting Language (XBRL) markeringen, is geen onderdeel van de accountantscontrole geweest.

Verklaring over de in het jaarverslag opgenomen andere informatie

Het jaarverslag omvat ook andere informatie. Dat betreft alle informatie in het jaarverslag anders dan de jaarrekening en onze controleverklaring daarbij.

Op grond van onderstaande werkzaamheden zijn wij van mening dat de andere informatie:

  • met de jaarrekening verenigbaar is en geen materiële afwijkingen bevat;
  • alle informatie bevat die op grond van Titel 9 Boek 2 BW is vereist voor het bestuursverslag en de overige gegevens.

Wij hebben de andere informatie gelezen en hebben op basis van onze kennis en ons begrip, verkregen vanuit de jaarrekeningcontrole of anderszins, overwogen of de andere informatie materiële afwijkingen bevat.

Met onze werkzaamheden hebben wij voldaan aan de vereisten in Titel 9 Boek 2 BW en de Nederlandse Standaard 720. Deze werkzaamheden hebben niet dezelfde diepgang als onze controlewerkzaamheden bij de jaarrekening.

Het bestuur is verantwoordelijk voor het opstellen van de andere informatie, waaronder het bestuursverslag en de overige gegevens in overeenstemming met Titel 9 Boek 2 BW.

Verantwoordelijkheden met betrekking tot de jaarrekening en de accountantscontrole

Verantwoordelijkheden van het bestuur en de raad van commissarissen voor de jaarrekening

Het bestuur is verantwoordelijk voor:

  • het opmaken en het getrouw weergeven van de jaarrekening in overeenstemming met Titel 9 Boek 2 BW; en voor
  • een zodanige interne beheersing die het bestuur noodzakelijk acht om het opmaken van de jaarrekening mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fouten of fraude.

Bij het opmaken van de jaarrekening moet het bestuur afwegen of de coöperatie in staat is om haar werkzaamheden in continuïteit voort te zetten. Op grond van het genoemde verslaggevingsstelsel moet het bestuur de jaarrekening opmaken op basis van de continuïteitsveronderstelling, tenzij het bestuur het voornemen heeft om de coöperatie te liquideren of de bedrijfsactiviteiten te beëindigen of als beëindiging het enige realistische alternatief is. Het bestuur moet gebeurtenissen en omstandigheden waardoor gerede twijfel zou kunnen bestaan of de coöperatie haar bedrijfsactiviteiten kan voortzetten, toelichten in de jaarrekening.

De raad van commissarissen is verantwoordelijk voor het uitoefenen van toezicht op het proces van financiële verslaggeving van de coöperatie.

Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de jaarrekening

Onze verantwoordelijkheid is het zodanig plannen en uitvoeren van een controleopdracht dat wij daarmee voldoende en geschikte controle-informatie verkrijgen voor het door ons af te geven oordeel.

Onze doelstellingen zijn een redelijke mate van zekerheid te verkrijgen over de vraag of de jaarrekening als geheel geen afwijking van materieel belang bevat als gevolg van fraude of van fouten en een controleverklaring uit te brengen waarin ons oordeel is opgenomen. Een redelijke mate van zekerheid is een hoge mate maar geen absolute mate van zekerheid en is geen garantie dat een controle die overeenkomstig de controlestandaarden is uitgevoerd altijd een afwijking van materieel belang ontdekt wanneer hier sprake van is.

Afwijkingen kunnen ontstaan als gevolg van fraude of fouten en zijn materieel indien redelijkerwijs kan worden verwacht dat deze, afzonderlijk of gezamenlijk, van invloed kunnen zijn op de economische beslissingen die gebruikers op basis van deze jaarrekening nemen. De materialiteit beïnvloedt de aard, timing en omvang van onze controlewerkzaamheden en de evaluatie van het effect van onderkende afwijkingen op ons oordeel.

Wij hebben deze accountantscontrole professioneel-kritisch uitgevoerd en hebben waar relevant professionele oordeelsvorming toegepast in overeenstemming met de Nederlandse controlestandaarden, ethische voorschriften en de onafhankelijkheidseisen. Onze controle bestond onder andere uit:

  • Het identificeren en inschatten van de risico’s dat de jaarrekening afwijkingen van materieel belang bevat als gevolg van fouten of fraude, het in reactie op deze risico’s bepalen en uitvoeren van controlewerkzaamheden en het verkrijgen van controle-informatie die voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel. Bij fraude is het risico dat een afwijking van materieel belang niet ontdekt wordt groter dan bij fouten. Bij fraude kan sprake zijn van samenspanning, valsheid in geschrifte, het opzettelijk nalaten transacties vast te leggen, het opzettelijk verkeerd voorstellen van zaken of het doorbreken van de interne beheersing.
  • Het verkrijgen van inzicht in de interne beheersing die relevant is voor de controle met als doel controlewerkzaamheden te selecteren die passend zijn in de omstandigheden. Deze werkzaamheden hebben niet als doel om een oordeel uit te spreken over de effectiviteit van de interne beheersing van de coöperatie.
  • Het evalueren van de geschiktheid van de gebruikte grondslagen voor financiële verslaggeving en het evalueren van de redelijkheid van schattingen door het bestuur en de toelichtingen die daarover in de jaarrekening staan.
  • Het vaststellen dat de door het bestuur gehanteerde continuïteitsveronderstelling aanvaardbaar is. Ook op basis van de verkregen controle-informatie vaststellen of er gebeurtenissen en omstandigheden zijn waardoor gerede twijfel zou kunnen bestaan of de coöperatie haar bedrijfsactiviteiten in continuïteit kan voortzetten. Als wij concluderen dat er een onzekerheid van materieel belang bestaat, zijn wij verplicht om aandacht in onze controleverklaring te vestigen op de relevante gerelateerde toelichtingen in de jaarrekening. Als de toelichtingen inadequaat zijn, moeten wij onze verklaring aanpassen. Onze conclusies zijn gebaseerd op de controle-informatie die verkregen is tot de datum van onze controleverklaring. Toekomstige gebeurtenissen of omstandigheden kunnen er echter toe leiden dat een organisatie haar continuïteit niet langer kan handhaven.
  • Het evalueren van de presentatie, structuur en inhoud van de jaarrekening en de daarin opgenomen toelichtingen en het evalueren of de jaarrekening een getrouw beeld geeft van de onderliggende transacties en gebeurtenissen.

Wij zijn verantwoordelijk voor het plannen en uitvoeren van de groepscontrole om voldoende en geschikte controle-informatie te verkrijgen met betrekking tot de financiële informatie van de entiteiten of bedrijfsonderdelen binnen de groep als basis voor het vormen van een oordeel over de jaarrekening. Tevens zijn wij verantwoordelijk voor de aansturing van, het toezicht op en de beoordeling van de controlewerkzaamheden die in het kader van de groepscontrole zijn uitgevoerd. Wij dragen de volledige ongedeelde verantwoordelijkheid voor ons oordeel.

Wij communiceren met de raad van commissarissen onder andere over de geplande reikwijdte en timing van de controle en over de significante bevindingen die uit onze controle naar voren zijn gekomen, waaronder eventuele significante tekortkomingen in de interne beheersing.

Wij bepalen, vanuit alle zaken die wij met de raad van commissarissen hebben besproken, die aangelegenheden die het meest significant waren bij de controle van de jaarrekening van de huidige periode en derhalve kernpunten van de controle zijn. Wij beschrijven deze zaken in onze controleverklaring, tenzij dit is verboden door wet- of regelgeving of wanneer wij, in buitengewoon zeldzame omstandigheden, bepalen dat een aangelegenheid niet in de controleverklaring zou moeten worden gecommuniceerd omdat redelijkerwijs verwacht wordt dat de nadelige gevolgen van dergelijke communicatie groter zijn dan de voordelen voor het maatschappelijk verkeer.

Amsterdam, 22 april 2026 

PricewaterhouseCoopers Accountants N.V

Origineel getekend door:

A. Korver-Heins RA