Bijlagen duurzaamheidsverslag
Referentietabel CSRD
| Rapportage eis | Sectie | Aanvullende informatie | |
|---|---|---|---|
| ESRS 2 | Algemene toelichtingen | ||
| BP-1 | Algemene grondslag voor het opstellen van duurzaamheidsverklaringen | Duurzaamheidsverslag - Basis en grondslagen voor deze rapportage | DELA maakt geen gebruik van de optie om specifieke gevoelige informatie niet te rapporteren (5d/5e). |
| BP-2 | Rapportage over specifieke omstandigheden | Duurzaamheidsverslag - Basis en grondslagen voor deze rapportage | |
| GOV-1 | De rol van de bestuurs-, leidinggevende en toezichthoudende organen | Duurzaamheidsverslag - Governance | |
| GOV-2 | Informatie verschaft aan en omgang met duurzaamheidsthema’s door bestuurs-, leidinggevende en toezichthoudende organen van de onderneming | Duurzaamheidsverslag - Strategie en duurzaamheidsdoelen & Totstandkoming materiële impacts, risico’s en kansen & Management van impacts, risico's en kansen | |
| GOV-3 | Integratie van duurzaamheidsprestaties in beloningsregelingen | Duurzaamheidsverslag - Governance | |
| GOV-4 | Due-diligenceverklaring | Duurzaamheidsverslag - Basis en grondslagen voor deze rapportage | |
| GOV-5 | Risicobeheersing en interne controles voor duurzaamheidsrapportage | Duurzaamheidsverslag - Basis en grondslagen voor deze rapportage | |
| SBM-1 | Strategie, businessmodel en waardeketen: producten, markten, klanten | Duurzaamheidsverslag - Strategie en duurzaamheidsdoelen | |
| SBM-1 | Strategie, businessmodel en waardeketen: headcount werknemers per geografisch gebied | Goed werkgeverschap - Medewerkerspopulatie | |
| SBM-1 | Strategie, businessmodel en waardeketen: uitsplitsing van opbrengsten | Duurzaamheidsverslag - Strategie en duurzaamheidsdoelen | Er zijn geen significante additionele ESRS sectoren van toepassing bij DELA waarvoor een omzet splitsing gerapporteerd kan worden, zo is DELA niet actief in de sectoren van fossiele brandstoffen, vervaardiging van chemische producten, controversiële wapens en/of de teelt en productie van tabak. |
| SBM-2 | Belangen en opvattingen van stakeholders | Duurzaamheidsverslag - Afstemming met stakeholders | |
| SBM-3 | Materiële impacts, risico’s en kansen en de wisselwerking daarvan met strategie en businessmodel | Duurzaamheidsverslag - Materiële impacts, risico’s en kansen | |
| IRO-1 | Beschrijving van de processen om materiële impacts, risico’s en kansen in kaart te brengen en te analyseren | Duurzaamheidsverslag - Totstandkoming materiële impacts, risico’s en kansen | |
| IRO-2 | Rapportage-eisen in ESRS opgenomen in de duurzaamheidsverklaring van de onderneming | Duurzaamheidsverslag - Basis en grondslagen voor deze rapportage & Bijlage referentietabel | |
| ESRS E1 | Klimaatverandering | ||
| E1-1 | Transitieplan voor klimaatmitigatie | Duurzaamheidsverslag - Klimaatverandering - Klimaattransitieplan eigen bedrijfsvoering | DELA heeft geen tijdshorizonten gedefinieerd voor het in kaart brengen van en analyse van fysieke risico’s in de eigen bedrijfsvoering. Er zijn geen kritieke aannames geformuleerd over de invloed van de transitie op trends conform E1 TV 7a. |
| MDR-P E1-2 |
Beleid ten aanzien van klimaatmitigatie en klimaatadaptatie | Duurzaamheidsverslag - Klimaatverandering - Beleid eigen bedrijfsvoering en Beleid beleggingen | |
| MDR-A E1-3 |
Maatregelen en middelen wat betreft beleid ten aanzien van klimaatverandering | Duurzaamheidsverslag - Klimaatverandering - Maatregelen en middelen eigen bedrijfsvoering en Maatregelen beleggingen | DELA heeft geen maatregelen om te voorzien in en samen te werken bij of ondersteuning te bieden bij herstelmaatregelen voor wie schade ondervindt als gevolg van klimaatverandering. |
| MDR-T E1-4 |
Doelen inzake klimaatmitigatie en klimaatadaptatie | Duurzaamheidsverslag - Klimaatverandering - Doelen eigen bedrijfsvoering en Doelen beleggingen | |
| MDR-M | Maatstaven voor materiële duurzaamheidsthema's | Duurzaamheidsverslag - Klimaatverandering - Resultaten eigen bedrijfsvoering en Resultaten beleggingen | Zie E1-5 t/m E1-9. |
| E1-5 | Energieverbruik en energiemix | Duurzaamheidsverslag - Klimaatverandering - Resultaten eigen bedrijfsvoering | DELA is niet actief in een sector met een grote klimaatimpact. |
| E1-6 | Bruto scope 1-, 2-, 3-emissies en totale broeikasgasemissies | Duurzaamheidsverslag - Klimaatverandering - Resultaten eigen bedrijfsvoering en Resultaten beleggingen | |
| E1-7 | Broeikasgasverwijderingen en projecten voor broeikasgasmitigatie gefinancierd uit carbon credits | - | Wij investeren en participeren niet in eigen projecten of externe initiatieven voor het verwijderen en opslaan van broeikasgassen, zoals carbon credits. Ook hebben wij geen carbon credits aangeschaft. |
| E1-8 | Interne koolstofbeprijzing | - | DELA maakt geen gebruik van interne koolstofbeprijzing. |
| E1-9 | Beoogde financiële effecten van materiële fysieke en transitierisico’s en potentiële klimaatkansen | - | Infasering optie wordt toegepast voor rapportage-eisen 64-70 en toepassingsvoorschriften 67-81 in lijn met ESRS 1 Bijlage C. |
| ESRS E5 | Materiaalgebruik en circulaire economie | ||
| MDR-P E5-1 |
Beleid ten aanzien van materiaalgebruik en circulaire economie | Duurzaamheidsverslag - Duurzaam materiaalgebruik - Beleid | |
| MDR-A E5-2 |
Maatregelen en middelen inzake materiaalgebruik en circulaire economie | Duurzaamheidsverslag - Duurzaam materiaalgebruik - Beleid & Maatregelen en middelen | |
| MDR-T E5-3 |
Doelen wat betreft materiaalgebruik en circulaire economie | Duurzaamheidsverslag - Duurzaam materiaalgebruik - Doelen | |
| MDR-M E5-4 |
Materiaalinstromen | Duurzaamheidsverslag - Duurzaam materiaalgebruik - Resultaten | |
| MDR-M E5-5 |
Materiaaluitstromen | Duurzaamheidsverslag - Duurzaam materiaalgebruik - Resultaten | Materiaaluitstroom voor producten en materialen is niet materieel, daarom zijn rapportage-eisen 35-36 en toepassingsvoorschriften 26-27 niet van toepassing Daarnaast is er geen radioactief afval, op dat punt is rapportage eis 39 niet van toepassing. |
| E5-6 | Beoogde financiële effecten van impacts, risico’s en kansen wat betreft materiaalgebruik en circulaire economie | - | Beoogde financiële effecten zijn niet materieel, omdat er geen materiële risico’s of kansen zijn geïdentificeerd. |
| ESRS S1 | Eigen personeel | ||
| MDR-P S1-1 |
Beleid ten aanzien van eigen personeel | Duurzaamheidsverslag - Goed werkgeverschap - Arbeidsvoorwaarden - Beleid Duurzaamheidsverslag - Goed werkgeverschap - Veiligheid & gezondheid - Beleid Duurzaamheidsverslag - Goed werkgeverschap - Diversiteit - Beleid |
|
| S1-2 | Processen om met eigen werknemers en werknemersvertegenwoordigers te overleggen over impacts | Duurzaamheidsverslag - Goed werkgeverschap - Afstemming met medewerkers | |
| S1-3 | Herstelprocessen voor negatieve impacts en kanalen voor eigen werknemers om zorgen kenbaar te maken | Duurzaamheidsverslag - Goed werkgeverschap - Veiligheid & gezondheid - Maatregelen en middelen Duurzaamheidsverslag - Goed werkgeverschap - Diversiteit - Maatregelen en middelen Duurzaamheidsverslag - Goed werkgeverschap - Afstemming met medewerkers |
|
| MDR-A S1-4 |
Acteren op materiële impacts op eigen personeel, en benaderingen om wat eigen personeel betreft materiële risico’s te mitigeren en materiële kansen te benutten, en de effectiviteit van die maatregelen | Duurzaamheidsverslag - Goed werkgeverschap - Arbeidsvoorwaarden - Maatregelen en middelen Duurzaamheidsverslag - Goed werkgeverschap - Veiligheid & gezondheid - Maatregelen en middelen Duurzaamheidsverslag - Goed werkgeverschap - Diversiteit - Maatregelen en middelen |
|
| MDR-T S1-5 |
Doelen wat betreft het beheersen van materiële negatieve impacts, het bevorderen van positieve impacts en het beheersen van materiële risico’s en kansen | Duurzaamheidsverslag - Goed werkgeverschap - Arbeidsvoorwaarden - Doelen Duurzaamheidsverslag - Goed werkgeverschap - Diversiteit - Doelen |
Er zijn geen doelen rondom veiligheid & gezondheid vastgesteld. |
| S1-6 | Kenmerken van de werknemers van de onderneming | Duurzaamheidsverslag - Goed werkgeverschap - Medewerkerspopulatie | |
| S1-7 | Kenmerken van medewerkers niet in loondienst onder het eigen personeel van de onderneming | - | Infasering optie wordt toegepast voor deze rapportage-eis in lijn met ESRS 1 bijlage C: Lijst van ingefaseerde rapportage-eisen. |
| MDR-M | Maatstaven voor materiële duurzaamheidsthema's | Duurzaamheidsverslag - Goed werkgeverschap - Resultaten | |
| S1-8 | Cao-dekkingsgraad en sociale dialoog | - | Er zijn geen materiële impacts, risico's of kansen op dit subthema, daarom is deze niet van toepassing. |
| S1-9 | Diversiteitsmaatstaven | Duurzaamheidsverslag - Goed werkgeverschap - Resultaten | |
| S1-10 | Leefbare lonen | - | Er zijn geen materiële impacts, risico's of kansen op dit subthema, daarom is deze niet van toepassing. |
| S1-11 | Sociale bescherming | - | Er zijn geen materiële impacts, risico's of kansen op dit subthema, daarom is deze niet van toepassing. |
| S1-12 | Mensen met een beperking | - | Er zijn geen materiële impacts, risico's of kansen op dit subthema, daarom is deze niet van toepassing. |
| S1-13 | Maatstaven voor opleiding en ontwikkeling van vaardigheden | - | Infasering optie wordt toegepast voor rapportage-eisen 81-85 en TV 77-79 in lijn met ESRS 1 Bijlage C: Lijst van ingefaseerde rapportage-eisen. |
| S1-14 | Veiligheids- en gezondheidsmaatstaven | Duurzaamheidsverslag - Goed werkgeverschap - Resultaten | In de waardeketens van DELA is geen sprake van sterfgevallen door arbeidsongevallen en beroepsziekten, daarom zijn de rapportage eisen 88 (b) en 88 (d) niet van toepassing. |
| S1-15 | Maatstaven voor werk-privébalans | - | Infasering optie wordt toegepast voor rapportage-eisen 91-92 en toepassingsvoorschriften 96-97 in lijn met ESRS 1 Bijlage C: Lijst van ingefaseerde rapportage-eisen. |
| S1-16 | Beloningsmaatstaven (loonkloof en totale beloning) | - | Er zijn geen materiële impacts, risico's of kansen op dit subthema, daarom is deze niet van toepassing. |
| S1-17 | Incidenten, klachten en ernstige impacts op het gebied van mensenrechten | Duurzaamheidsverslag - Goed werkgeverschap - Resultaten | Er zijn geen materiële impacts, risico's of kansen op dit subthema, daarom is deze niet van toepassing. |
| ESRS S4 | Consumenten en eindgebruikers | ||
| ESRS S4 | Persoonlijke dienstverlening | ||
| MDR-P S4-1 |
Beleid ten aanzien van consumenten en eindgebruikers | Duurzaamheidsverslag - Persoonlijke dienstverlening - Beleid | |
| S4-2 | Processen om met consumenten en eindgebruikers te overleggen over impacts | Duurzaamheidsverslag - Afstemming met stakeholders Duurzaamheidsverslag - Persoonlijke dienstverlening - Afstemming met klanten Duurzaamheidsverslag - Persoonlijke dienstverlening - Luisterend oor en klachtenafhandeling |
|
| S4-3 | Herstelprocessen voor negatieve impacts en kanalen voor consumenten en eindgebruikers om zorgen kenbaar te maken | - | Betreft een positieve impact. |
| MDR-A S4-4 |
Acteren op materiële impacts op consumenten en/of eindgebruikers en benaderingen om met betrekking tot consumenten en eindgebruikers materiële risico’s te beheersen en materiële kansen te benutten, en de effectiviteit van die maatregelen | Duurzaamheidsverslag - Persoonlijke dienstverlening - Maatregelen en middelen | |
| MDR-T S4-5 |
Doelen wat betreft het beheersen van materiële negatieve impacts, het bevorderen van positieve impacts en het beheersen van materiële risico’s en kansen | Duurzaamheidsverslag - Persoonlijke dienstverlening - Doelen | |
| MDR-M | Maatstaven voor materiële duurzaamheidsthema's | - | Er zijn geen maatstaven rondom persoonlijke dienstverlening vastgesteld. |
| ESRS S4 | Privacy | ||
| MDR-P S4-1 |
Beleid ten aanzien van consumenten en eindgebruikers | Duurzaamheidsverslag - Privacy - Beleid | |
| S4-2 | Processen om met consumenten en eindgebruikers te overleggen over impacts | Duurzaamheidsverslag - Afstemming met stakeholders Duurzaamheidsverslag - Privacy - Maatregelen & middelen |
|
| S4-3 | Herstelprocessen voor negatieve impacts en kanalen voor consumenten en eindgebruikers om zorgen kenbaar te maken | Duurzaamheidsverslag - Privacy - Melden en opvolgen datalekken | |
| MDR-A S4-4 |
Acteren op materiële impacts op consumenten en/of eindgebruikers en benaderingen om met betrekking tot consumenten en eindgebruikers materiële risico’s te beheersen en materiële kansen te benutten, en de effectiviteit van die maatregelen | Duurzaamheidsverslag - Privacy - Maatregelen & middelen | |
| MDR-T S4-5 |
Doelen wat betreft het beheersen van materiële negatieve impacts, het bevorderen van positieve impacts en het beheersen van materiële risico’s en kansen | - | Er zijn geen doelen rondom privacy(schending) vastgesteld. Er is geen sprake van een baseline om voortgang vast te stellen. |
| MDR-M | Maatstaven voor materiële duurzaamheidsthema's | - | Er zijn geen maatstaven rondom privacy(schending) vastgesteld. |
| ESRS G1 | Zakelijk gedrag | ||
| MDR-P G1-1 |
Beleid ten aanzien van zakelijk gedrag en bedrijfscultuur | Duurzaamheidsverslag - Zakelijk gedrag - Beleid | |
| MDR-A | Maatregelen en middelen wat betreft materiële duurzaamheidsthema's | Duurzaamheidsverslag - Zakelijk gedrag - Maatregelen | |
| MDR-M | Maatstaven voor materiële duurzaamheidsthema's | - | Er zijn geen maatstaven rondom zakelijk gedrag vastgesteld. |
| MDR-T | Effectiviteit van beleid en maatregelen monitoren aan de hand van doelen | - | Er zijn geen doelen rondom zakelijk gedrag vastgesteld. |
| G1-2 | Beheer van relaties met leveranciers | - | Er zijn geen materiële impacts, risico's of kansen op dit subthema, daarom is deze niet van toepassing. |
| G1-3 | Preventie en opsporing van corruptie of omkoping | - | Er zijn geen materiële impacts, risico's of kansen op dit subthema, daarom is deze niet van toepassing. |
| G1-4 | Bevestigde incidenten van corruptie of omkoping | - | Er zijn geen materiële impacts, risico's of kansen op dit subthema, daarom is deze niet van toepassing. |
| G1-5 | Politieke invloed en lobbyactiviteiten | - | Er zijn geen materiële impacts, risico's of kansen op dit subthema, daarom is deze niet van toepassing. |
Medewerkerspopulatie
Het totaal aantal medewerkers (exclusief oproepkrachten) per ultimo 2025, uitgesplitst naar voltijd- en deeltijdmedewerkers, gender en land:
| 2025 | 2024 | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| man | non-binair | vrouw | totaal | man | non-binair | vrouw | totaal | |
| Nederland | ||||||||
| Voltijd | 286 | 2 | 141 | 429 | 264 | - | 136 | 400 |
| Deeltijd | 431 | - | 1.731 | 2.162 | 404 | 1 | 1.628 | 2033 |
| Totaal | 717 | 2 | 1.872 | 2.591 | 668 | 1 | 1.764 | 2.433 |
| België | ||||||||
| Voltijd | 182 | - | 233 | 415 | 177 | - | 225 | 402 |
| Deeltijd | 7 | - | 54 | 61 | 11 | - | 48 | 59 |
| Totaal | 189 | - | 287 | 476 | 188 | - | 273 | 461 |
| Duitsland | ||||||||
| Voltijd | 30 | - | 20 | 50 | 27 | - | 23 | 50 |
| Deeltijd | 1 | - | 8 | 9 | 1 | - | 6 | 7 |
| Totaal | 31 | - | 28 | 59 | 28 | - | 29 | 57 |
| Groep | ||||||||
| Voltijd | 498 | 2 | 394 | 894 | 468 | - | 384 | 852 |
| Deeltijd | 439 | - | 1.793 | 2.232 | 416 | 1 | 1682 | 2099 |
| Totaal | 937 | 2 | 2.187 | 3.126 | 884 | 1 | 2.066 | 2.951 |
Het totaal aantal medewerkers (inclusief oproepkrachten) per ultimo 2025, uitgesplitst naar gender, dienstverband en land:
| 2025 | 2024 | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| man | non-binair | vrouw | totaal | man | non-binair | vrouw | totaal | |
| Nederland | ||||||||
| Vast | 700 | 2 | 1.844 | 2.546 | 657 | 1 | 1.746 | 2.404 |
| Tijdelijk | 17 | 0 | 28 | 45 | 12 | 0 | 18 | 29 |
| Oproep | 68 | 0 | 206 | 274 | 50 | 0 | 163 | 213 |
| Totaal | 785 | 2 | 2.078 | 2.865 | 718 | 1 | 1.927 | 2.646 |
| België | ||||||||
| Vast | 187 | 0 | 282 | 469 | 180 | 0 | 269 | 449 |
| Tijdelijk | 2 | 0 | 5 | 7 | 8 | 0 | 4 | 12 |
| Oproep | 398 | 0 | 164 | 562 | 369 | 0 | 149 | 518 |
| Totaal | 587 | 0 | 451 | 1.038 | 557 | 0 | 422 | 979 |
| Duitsland | ||||||||
| Vast | 31 | 0 | 28 | 59 | 27 | 0 | 27 | 54 |
| Tijdelijk | 0 | 0 | 0 | 0 | 1 | 0 | 2 | 3 |
| Oproep | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Totaal | 31 | 0 | 28 | 59 | 28 | 0 | 29 | 57 |
| Groep | ||||||||
| Vast | 918 | 2 | 2.154 | 3.074 | 864 | 1 | 2.042 | 2.907 |
| Tijdelijk | 19 | 0 | 33 | 52 | 21 | 0 | 24 | 44 |
| Oproep | 466 | 0 | 370 | 836 | 419 | 0 | 312 | 731 |
| Totaal | 1.403 | 2 | 2.557 | 3.962 | 1.303 | 1 | 2.378 | 3.682 |
Het totaal aantal medewerkers (inclusief oproepkrachten) per ultimo 2025, uitgesplitst naar gender en leeftijd:
| 2025 | 2024 | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| man | non-binair | vrouw | totaal | man | non-binair | vrouw | totaal | |
| < 30 jaar | 152 | 2 | 347 | 501 | 143 | 1 | 333 | 476 |
| 30 < 50 jaar | 526 | - | 1.024 | 1.550 | 632 | - | 943 | 1.575 |
| >= 50 jaar | 725 | - | 1.186 | 1.911 | 528 | - | 1.102 | 1.631 |
| Totaal | 1.403 | 2 | 2.557 | 3.962 | 1.303 | 1 | 2.378 | 3.682 |
Grondslagen kwantitatieve data
De te rapporteren maatstaven en resultaten op kwantitatieve doelen zijn afkomstig uit onze informatiesystemen en van leveranciers en andere bronnen. Deze gegevens zijn verzameld, beoordeeld op plausibiliteit en geconsolideerd door onze afdeling Group Control. De lijnverantwoordelijken hebben de uitkomsten gecontroleerd.
In deze bijlage staat een overzicht van de definities voor onze duurzaamheidsmaatstaven, inclusief details over de gebruikte gegevens en schattingen. Tenzij anders vermeld, is er geen sprake van gewijzigde definities en methodologieën voor de gerapporteerde doelen en maatstaven.
Klimaatverandering
E1-5 – Energieverbruik en energiemix
Energieverbruik
Energieverbruik omvat het totale verbruik van energie van DELA Groep gemeten in MWh. De grondslag voor consolidatie volgt uit de gekozen aanpak binnen het GHG protocol. Dit is nader omschreven onder E1-6. Het energieverbruik volgt uit de eigen activiteiten en wordt bepaald op basis van het werkelijke verbruik van brandstoffen, warmte en elektriciteit dat is ingekocht bij externe bedrijven en van de eigen duurzaam opgewekte stroom. Onderstaand is de aansluiting op bronnen en bedrijfsactiviteiten per deelpost nader toegelicht.
Totaal verbruik fossiele energie
Dit omvat de totale energie verbruikt uit fossiele bronnen. Gerelateerd aan GHG scope 1 emissies omvat dit het gebruik van aardgas en stookolie van gebouwen en crematieovens, het gebruik van benzine, diesel en CNG van vervoer in eigen beheer. Gerelateerd aan GHG scope 2 emissies omvat dit het gebruik van elektriciteit van vervoer en het gebruik van warmte in eigen beheer. De gemeten hoeveelheden worden op basis van erkende kengetallen (www.co2emissiefactoren.nl) omgerekend naar energetische inhoud (MWh).
De grondslag voor het gebruik van aardgas in Nederland en België is gemeten hoeveelheden via de erkende meetdienst. Voor Nederland wordt gebruik gemaakt van de gemeten data december 2024 tot en met november 2025, verworven via registratie met slimme meters op de locaties. Voor België wordt gebruik gemaakt van de gemeten data volgens periode van de energieleverancier, die geëxtrapoleerd is naar een jaarverbruik op basis van aantal dagen. Op het merendeel van de locaties is er geen slimme meter aanwezig en betreft het periodieke handmatige meteropnames. Voor Duitsland is een schatting gemaakt van het aardgasgebruik, op basis van een opgave van de leverancier en attributie voor het deel van het gebouw dat door DELA in gebruik is. Het verbruik van stookolie in België betreft een gemeten hoeveelheid van brandstof zoals opgenomen op de facturen van bijvullingen. Het verbruik van stadswarmte in Nederland is bepaald op basis van de gemeten waarden op de facturen van de energieleverancier voor de periode januari tot en met mei 2025.
De grondslag voor het gebruik van brandstoffen is gemeten hoeveelheden door de brandstofleverancier middels tankpassen. Voor Nederland is gebruik gemaakt van de gemeten periode oktober 2024 tot en met september 2025. Voor België is gebruik gemaakt van de gemeten periode november 2024 tot en met oktober 2025. Voor Duitsland is gebruik gemaakt van de gemeten periode december 2024 tot en met november 2025.
Verbruik uit nucleaire bronnen
DELA maakt geen gebruik van nucleaire bronnen.
Brandstofverbruik uit hernieuwbare bronnen
DELA maakt geen gebruik van brandstof uit hernieuwbare bronnen incl. biomassa, biobrandstof, biogas of waterstof uit hernieuwbare bronnen.
Verbruik ingekochte/verworven elektriciteit, warmte, stoom, koeling uit hernieuwbare bronnen
Dit omvat de inkoop van groene elektriciteit, met Garantie van Oorsprong, ten behoeven van gebouwen en ovens in Nederland en België en elektrisch laden van voertuigen in België. De grondslag is gemeten hoeveelheden via de erkende meetdienst. Voor Nederland wordt gebruik gemaakt van de gemeten data december 2024 tot en met november 2025. Voor België en Duitsland wordt gebruik gemaakt van de gemeten data volgens periode van de energieleverancier, die geëxtrapoleerd is naar een jaarverbruik op basis van aantal dagen.
Verbruik zelfopgewekte hernieuwbare energie
Dit omvat de hernieuwbare energie die door middel van zonnepaneelsystemen opgewekt is op eigen gebouwen in Nederland en België. In Nederland is de grondslag gemeten hoeveelheden. In België betreft het een schatting op basis van bekend geïnstalleerd vermogen (kWpiek) op basis van 850 zonuren op jaarbasis.
E1-6 – Bruto broeikasgasemissies
De berekening van broeikasgasemissies is opgesteld in lijn met het Greenhouse Gas Protocol (GHG Protocol) – Corporate Standard en de Scope 3 Value Chain Accounting Reporting Standard. Dit protocol beschrijft een internationaal erkende stapsgewijze aanpak om de emissies van broeikasgasemissies, ook wel CO2-voetafdruk genoemd, te berekenen.
DELA hanteert de ‘operational control approach’ uit het protocol, dat wil zeggen dat de CO2-uitstoot van entiteiten waarover DELA operationeel zeggenschap heeft meegeconsolideerd worden. Dit betekent dat de consolidatie voor E1-6 en E1-5 afwijkt van de rest van het duurzaamheidsverslag, maar in lijn is met ESRS E1. Het energiegebruik en de CO2-uitstoot van Crematorium La grande suisse, Begraafplaatsen & crematorium Almere B.V. en Uitvaartcentrum Zwolle B.V. worden niet meegeconsolideerd omdat DELA wel 50% eigenaar is, maar over deze entiteiten geen operationele zeggenschap heeft.
De CO2-uitstoot is berekend op basis van data afkomstig uit veel verschillende bronnen. Zowel de aangeleverde data als de berekening zijn beoordeeld op plausibiliteit. De berekening voor CO2-uitstoot in scope 3 is gecontroleerd door een externe adviseur (scope 3.1 t/m 3.14). De berekening voor CO2-uitstoot in scope 3.15 is opgesteld in samenwerking met een externe adviseur. Voorzichtigheidshalve rapporteren wij dat het percentage emissies in scope 3 dat is berekend op basis van primaire data 0% bedraagt.
De uitstoot wordt uitgedrukt in tonnen van CO2-equivalenten en omvat daarom verschillende broeikasgassen. Voor de inventarisatie van de CO2-uitstoot van DELA over het jaar 2025 zijn de emissiefactoren vanuit de volgende bronnen gehanteerd: www.co2emissiefactoren.nl, www.co2emissiefactoren.be, EcoInvent3.11 IPPC2021GWP100a, IDEMAT2026 en CE Delft 2021. De gemeten uitstoot is niet gevalideerd door externe instanties in het kader van ISO14064.
DELA maakt geen gebruik van carbon credits om CO2-uitstoot te compenseren. In de rapportage over de CO2-uitstoot van de beleggingsportefeuille nemen wij carbon credits en removals momenteel niet mee. Eventuele broeikasgasverwijderingen of compensaties via projecten zoals bosaanplant of gecertificeerde offsetprogramma’s worden daarom niet afzonderlijk gerapporteerd. Wij volgen de ontwikkelingen in kwaliteitsstandaarden en rapportagevereisten en onderzoeken hoe we carbon credits en removals in de toekomst transparant kunnen opnemen. Tot die tijd rapporteren wij alleen de bruto-emissies van onze beleggingen.
Scope 1-emissie
Dit omvat de totale directe emissies ten gevolge van verbranding van fossiele brandstoffen (zoals aangeduid onder E1-5 totaalgebruik fossiele energie gerelateerd aan GHG scope 1-emissies), aangevuld met het gebruik van koudemiddelen in gebouwen en installaties. DELA heeft geen deelname in gereglementeerde emissiehandelsystemen (EU ETS). De grondslag voor de meerderheid van scope 1-emissies zijn omschreven bij E1-5. De grondslag voor de emissies ten gevolge van koudemiddelen zijn bepaald op basis van gemeten waarden van bijvullingen.
Scope 2-emissie
Dit omvat de totale indirecte emissies ten gevolge van inkoop van elektriciteit en stadswarmte (zoals aangeduid onder E1-5 Totaal verbruik fossiele energie gerelateerd aan GHG scope 2-emissies, Verbruik ingekochte/verworven elektriciteit, warmte, stoom, koeling uit hernieuwbare bronnen en Verbruik zelfopgewekte hernieuwbare energie). Bruto locatiegebaseerde scope 2 emissies zijn de emissies (tCO2-e) op basis van locatiegebaseerde conversiefactoren, oftewel landspecifieke gemiddelden. Bruto marktgebaseerde scope 2 emissies zijn de emissies (tCO2-e) van op basis van marktgebaseerde conversiefactoren, oftewel op basis van de daadwerkelijke inkoopcontracten met leveranciers die DELA afgesloten heeft. DELA hanteert voor eigen berekeningen de marktgebaseerde methode. De grondslag voor scope 2-emissies zijn omschreven bij E1-5.
Scope 3-emissie (exclusief 3.15)
Scope 3-emissie betreft de indirecte broeikasgasemissie van de upstream- en downstream waardeketen, conform de Scope 3 Value Chain Accounting Reporting Standard van het GHG protocol. Er is een emission screening uitgevoerd voor de scope 3 emissiecategorieën, die in onderstaande tabel wordt weergegeven. Voor de bepaling van materialiteit is gebruik gemaakt van de criteria in het GHG protocol betreft relevantie, significantie en invloed (tabel 6.1 uit de standaard). De activiteiten van DFW die leiden tot scope 3 uitstoot zijn in 2025 nog niet meegenomen.
| Scope 3 categorie | Overweging | Conclusie |
|---|---|---|
| 1. Ingekochte goederen en diensten | Is materieel op basis van onze uitgaven | Inbegrepen |
| 2. Kapitaalgoederen | Meegenomen in scope 3.1 | Uitgesloten |
| 3. Brandstof- en energiegerelateerde emissies upstream (scope 1 en 2) | Is materieel op basis van energiegebruik | Inbegrepen |
| 4. Upstream transport en logistiek | Voor ingekochte goederen en diensten (scope 3.1) wordt transport en distributie integraal meegenomen. | Uitgesloten |
| 5. Afvalmanagement | Is materieel voor DELA | Inbegrepen |
| 6. Zakelijk reizen | Is materieel voor DELA | Inbegrepen |
| 7. Woon-werkverkeer | Is materieel voor DELA | Inbegrepen |
| 8. Gehuurde assets | Energiegebruik huurlocaties is opgenomen in scope 1 en 2 | Uitgesloten |
| 9. Downstream transport en logistiek | Niet van toepassing | Uitgesloten |
| 10. Productie van verkochte producten | Niet van toepassing | Uitgesloten |
| 11. Gebruik van verkochte producten | Niet van toepassing | Uitgesloten |
| 12. Verwerking van verkochte producten | Niet van toepassing | Uitgesloten |
| 13. Downstream gehuurde assets | Geen locaties die verhuurd worden met energiegebruik dat niet is meegenomen in scope 1 en 2 | Uitgesloten |
| 14. Franchises | Geen franchises | Uitgesloten |
De nadruk van de scope 3 CO2-uitstoot binnen de eigen bedrijfsvoering ligt in de waardeketen uitvaart, vooral in de vorm van ingekochte goederen en diensten. Wij hanteren de volgende demarcatie van de operationele grens in scope 3.1 inkoop van goederen en diensten, conform de operational control approach van het GHG protocol.
| Waardeketen | Activiteiten en producten | In / out scope |
|---|---|---|
| Uitvaartlocatie | Crematie Laatste verzorging v.d. overledene Afscheidsdienst Koffietafel / rouwmaaltijd |
In scope: alle producten en diensten op DELA locaties (voor DELA uitvaarten en niet-DELA uitvaarten). Diensten op externe locaties met significant energiegebruik, zoals crematies (scope 1, 2 CO2-uitstoot van de leverancier). Out of scope: overige producten/ diensten op externe locaties (scope 3 CO2-uitstoot van de leverancier. |
| Uitvaart organisatie – DELA | Kist Rouwbloemen Rouwdrukwerk Staatsievervoer (ceremoniewagen) |
In scope: alle producten/diensten in deze categorieën die door DELA tbv de uitvaart georganiseerd zijn. Out of scope: alle producten/diensten in deze categorieën die niet door DELA georganiseerd zijn, zoals rouwbloemen die door nabestaanden of bezoekers zelf besteld zijn. |
| Uitvaart organisatie - overig | Grafsteen Bezoekersvervoer Overige producten en diensten |
In scope: n.v.t. Out of scope: alle producten en diensten die niet door DELA worden voorzien, maar door nabestaanden of bezoekers van de uitvaart |
Hieronder wordt per categorie inzicht gegeven in de aard van de categorie en de grondslag en datakwaliteit van de berekening.
- 3.1 Ingekochte goederen en diensten; het betreft ingekochte producten: uitvaartkisten, diverse stromen papier, horeca, rouwbloemen, bedrijfskleding, laptops en overige IT-producten. En ingekochte diensten: crematies op externe locaties, staatsievervoer en overbrengvervoer in Nederland. Gemodelleerd op basis van gemeten hoeveelheden en milieuprofielen op basis van LCA methodiek. Waar gemeten data niet beschikbaar was, is gebruik gemaakt van extrapolatie op basis van spend of fte;
- 3.3 Brandstof- en energiegerelateerde emissies upstream (scope 1 en 2); betreft de well-to-tank (WTT) emissies van gebruikte energie en brandstoffen. Gemodelleerd op basis van de gemeten hoeveelheden uit scope 1 en 2;
- 3.5 Afvalmanagement; betreft het afgevoerde afval. De grondslag is de rapportage van de Nederlandse afvalverwerker voor gemeten hoeveelheden en emissiefactoren. De data voor België is geschat op basis van een extrapolatie van de meetresultaten over 2 maanden van de leverancier;
- 3.6 Zakelijk reizen; dit omvat repatriëring van overledenen, vliegvervoer en zakelijke reizen gemaakt met het openbaar vervoer of privé-wagen. De grondslag zijn registraties van vliegreizen en gemiddelde emissiefactoren voor vliegkilometers, registratie van openbaar vervoer afstanden en emissies van de openbaar vervoer aanbieders en gedeclareerde kilometers gereden met privé-wagens met gemiddelde emissiefactoren voor wegkilometers;
- 3.7 Woon-werkverkeer; dit betreft het woon-werkverkeer van de eigen medewerkers. De grondslag voor Nederland betreft een enquête onder medewerkers voor bepaling van de reisafstand in combinatie met het vervoerstype, waarvoor de uitstoot bepaald is met gemiddelde emissiefactoren. De grondslag voor België betreft een registratie van reisafstand en vervoersmiddel woon-werkverkeer door medewerkers met gemiddelde emissiefactoren. Voor Duitsland is een schatting gemaakt op basis van een interpolatie van de bekende data op basis van fte.
Scope 3.15-emissie
Voor het berekenen van de uitstoot van onze beleggingen volgen wij het GHG-protocol, de Corporate Value Chain (scope) Accounting and Reporting Standard voor scope 3 emissies en de internationaal erkende PCAF-methodiek (Partnership for Carbon Accounting Financials) die specifiek gericht is op financiële instellingen. We hanteren de voorgeschreven attributiefactoren per activaklasse. DELA werkt aan een consistente en transparante berekening van financed emissions, die vergelijkbaar is met de andere verzekeraars.
Wijzigingen en correcties op eerder gepubliceerde cijfers
We blijven ernaar streven om de kwaliteit en beschikbaarheid van emissiedata van onze beleggingen te verhogen en in lijn met andere partijen te rapporteren. Om die reden hebben we in 2025 de volgende wijzigingen en correcties doorgevoerd op de berekening en resultaten van de CO2-uitstoot van onze beleggingen:
- Aanleverende partijen ontwikkelen hun meetmethodes en hebben door voortschrijdend inzicht en toenemende datakwaliteit historische data bijgesteld;
- Er zijn fouten geconstateerd in toegepaste attributiefactoren, waarin eerder een te groot aandeel van emissies aan DELA toegerekend werd;
- In 2024 is de CO2-uitstoot geëxtrapoleerd per asset class. Vanaf 2025 extrapoleren we op totaalniveau omdat we op basis van jaarverslagen van andere financiële instellingen hebben gezien dat dat een meer gangbare methode lijkt;
- Om de emissie-intensiteit van het geïnvesteerd vermogen te berekenen, hanteren we de emissiedata en het vermogen waarvan emissiedata beschikbaar is in plaats van de geschatte totale CO2-uitstoot en het totale vermogen. Eveneens omdat dit een meer gangbare methode lijkt.
Dit leidt tot de volgende aanpassingen van eerder gerapporteerde cijfers:
| Verslag 2024 | Effect correctie | Verslag 2025 | |
|---|---|---|---|
| Correcties in het jaar 2024 | |||
| CO2-uitstoot portefeuille (in ton CO2e) | 1.285.620 | -474.539 | 811.081 |
| Emissie-intensiteit van portefeuille met emissiedata (in ton CO2e / € miljoen geïnvesteerd) | 140,0 | -51,2 | 88,8 |
| Correcties in het basisjaar 2019 | |||
| CO2-uitstoot portefeuille (in ton CO2e) | 800.748 | 107.125 | 907.873 |
| Emissie-intensiteit van portefeuille met emissiedata (in ton CO2e / € miljoen geïnvesteerd) | 128,0 | 16,0 | 144,0 |
Databronnen
Voor de berekening van CO2-uitstoot maken wij gebruik van diverse betrouwbare databronnen per categorie:
- Voor beursgenoteerde aandelen, bedrijfsobligaties en staatsobligaties wordt emissiedata van MSCI gebruikt, welke wordt ontsloten via onze externe partner Cardano;
- Voor vastgoedbeleggingen gebruiken we gegevens van GRESB (Global Real Estate Sustainability Benchmark), een wereldwijd erkende benchmark voor duurzaamheidsprestaties in vastgoed;
- Voor niet-beursgenoteerde beleggingen (zoals infrastructuur, land- en bosbouw en private debt) is de emissiedata afkomstig van fondsbeheerders, veelal opgenomen in SFDR-jaarverslagen. In enkele gevallen is deze data voorzien van een limited assurance door een externe auditor.
Absolute CO2-uitstoot beleggingen
De totale CO2-uitstoot van de beleggingen wordt geschat door de uitstoot van het vermogen waarvan emissiedata beschikbaar is te extrapoleren naar het totale beheerde vermogen.
Emissie-intensiteit (CO2-uitstoot per 1 miljoen geïnvesteerd vermogen)
De intensiteit wordt berekend door de beschikbare emissiedata te delen door het vermogen waarvan emissiedata beschikbaar is.
Scope 3-emissies van beleggingen: huidige status en toekomst
Op dit moment nemen wij scope 3-emissies nog niet mee in onze berekening van financed emissions, vanwege onvoldoende betrouwbare data over volledige waardeketens. Wij erkennen echter dat scope 3 een essentieel onderdeel vormt van het totale emissieprofiel en dat rapportage hierover verplicht wordt onder ESRS en PCAF.
Duurzaam materiaalgebruik
Onder materiaalgebruik verstaan wij het gebruik en verbruik van de ingekochte producten ten behoeve van de dienstverlening van DELA aan nabestaanden en gasten. Dit is gelijk aan de materiaalinstromen.
E5-4 – Materiaalinstromen
Onder materiaalinstromen verstaan wij de producten die de onderneming gebruikt en verbruikt bij de eigen activiteiten van de onderneming, waarbij wij enkel de materiële productstromen presenteren. Wij meten de materiaalinstromen in totaalgewicht (ton) per materiële materiaalinstroom. Daarnaast presenteren wij het percentage van de materialen dat duurzaam is ingekocht. Vanaf 2025 wordt de hoeveelheid verpakkingsmateriaal niet meer opgenomen in de resultaten. Redenen hiervoor zijn dat het verpakkingsmateriaal van ingekochte producten betreft waar DELA zeer weinig invloed op heeft en dat de data hierover beperkt beschikbaar is. De resultaten van 2024 zijn hier niet op aangepast, omdat de afwijking minder dan 1% bedraagt en daarmee niet materieel bevonden is.
Uitvaartkisten
De meeste uitvaartkisten zijn gemaakt van hout. Daarnaast omvat een uitvaartkist veelal binnenbekleding en handgrepen, die gemaakt kunnen zijn van een verscheidenheid aan materialen. Onder duurzame inkoop van uitvaartkisten verstaan wij producten die geleverd zijn door een leverancier die als onderneming aantoonbaar FSC (of vergelijkbaar) gecertificeerd is. Wij gaan dus uit van een zogenaamde ‘chain of custody’ certificering. In 2025 bevat het percentage duurzaam ingekocht hout enkel de FSC chain of custody certificering. Er is geen materiaalinstroom van uitvaartkisten met een andere, vergelijkbare certificering (zoals bijvoorbeeld PEFC).
Het algehele totaalgewicht (ton) en het percentage duurzaam ingekochte biologische materialen baseren wij op data die is verstrekt en gevalideerd door leveranciers. De leveranciers maken gebruik van meetresultaten (aantallen) en productspecificaties (gewichten en duurzaamheidscertificering). Deze data beoordelen wij op plausibiliteit. Voor de deelnemingen die organisatorisch niet zijn ingebed in de DELA organisatie maken wij een schatting op basis van het aantal uitvaarten. Wij doen de aanname dat deze uitvaartkisten niet duurzaam ingekocht zijn.
Papier
Ons papiergebruik omvat rouwdrukwerk, printpapier voor kantoor en uitvaartlocaties, papiergebruik voor polissen en andere communicatie met onze verzekerden en verschillende vormen van drukwerk die leveranciers voor ons maken, zoals het ledenmagazine De Kroniek. Onder duurzame inkoop van papier verstaan wij producten die geleverd zijn door een leverancier die als onderneming aantoonbaar FSC gecertificeerd is. Wij gaan dus uit van een zogenaamde ‘chain of custody’ certificering.
Het algehele totaalgewicht (ton) en het percentage duurzaam ingekochte materialen baseren wij op data die is verstrekt en gevalideerd door leveranciers. De leveranciers maken gebruik van meetresultaten (aantallen) en productspecificaties (gewichten en duurzaamheidscertificering). Deze data beoordelen wij op plausibiliteit. Er zijn ook materiaalinstromen aan papier waarvoor geen data van leveranciers beschikbaar is. Dit betreft het papiergebruik in Duitsland, en een aantal producten in België. Hiervoor maken wij een schatting op basis van gemeten papierstromen en bijbehorende uitgaven. Voor de deelnemingen die organisatorisch niet zijn ingebed in de DELA organisatie maken wij een schatting op basis van de totale papierstroom gerelateerd aan het aantal uitvaarten. Wij doen de aanname dat alle geschatte gewichten aan papier niet duurzaam ingekocht zijn.
Bedrijfskleding
Onze bedrijfskleding bestaat uit kleding voor locatiemedewerkers en uitvaartverzorgers. Duurzaamheidscertificeringen zijn verbonden aan het type stof (textiel) dat is gebruikt om de kledingstukken te vervaardigen, niet aan een kledingstuk als geheel. De certificaten kunnen betrekking hebben op duurzame herkomst van virgin materialen of aantoonbaar gebruik van materialen met recycled content. Onder duurzame inkoop van textiel verstaan wij stoffen waarvoor aantoonbaar een geldig duurzaamheidscertificaat beschikbaar is. Wij hanteren geen limitatieve lijst van duurzaamheidscertificaten. In 2025 presenteren wij recycled PET, polyester en katoen volgens GRS (Global Recycled Standard) en organisch katoen volgens OCS (Organic Content Standard) als duurzaam ingekocht textiel.
Algehele totaalgewicht (ton) en het percentage duurzaam ingekochte materialen baseren wij op data die is verstrekt en gevalideerd door onze leverancier. Onze leverancier maakt gebruik van meetresultaten (aantallen) en productspecificaties (indicatieve gewichten, productsamenstelling en duurzaamheidscertificering) Deze data beoordelen wij op plausibiliteit. Voor de deelnemingen die organisatorisch niet zijn ingebed in de DELA organisatie maken wij een schatting op basis van het aantal medewerkers. Wij doen de aanname dat deze kleding niet duurzaam ingekocht is.
Rouwbloemen
Wij kopen rouwbloemen in voor de uitvaarten die DELA verzorgt. Nabestaanden en gasten kopen veruit de meeste bloemen voor een uitvaart zelf, zonder tussenkomst van DELA. Deze bloemen maken geen deel uit van onze gerapporteerde materiaalinstromen. Rouwbloemen variëren in grootte, soorten bloemen en samenstelling en zijn al dan niet voorzien van steekschuim, kransen, lint of kleine vaasjes.
Wij doen de aanname dat wij rouwbloemen niet voorzien van een duurzaamheidscertificering inkopen. Er zijn geen meetresultaten van gewicht of samenstelling beschikbaar. Voor het algehele totaalgewicht (ton) maken wij een schatting op basis van het gewicht per uitgegeven euro. Daarvoor zijn representatieve boeketten met een bekende inkoopprijs verzameld en gewogen, in Nederland en in België. Voor de deelnemingen die organisatorisch niet zijn ingebed in de DELA organisatie maken wij een schatting op basis van het aantal uitvaarten.
E5-5 – Materiaaluitstromen
Onder materiaaluitstromen verstaan wij het afval dat wij produceren binnen de eigen bedrijfsvoering. Wij meten de afvalstromen in totaalgewicht (ton). De samenstelling van ons afval is als volgt:
Afval dat wordt omgeleid van verwijdering is afval dat een nieuwe bestemming krijgt, uitgesplitst in soort toepassing:
- Recycling: betreft (edel)metalen die achterblijven in de crematie-as (bijvoorbeeld protheses) en overig afval dat wij scheiden op diverse kantoor en uitvaartlocaties. Dit omvat vertrouwelijk papier, plastic, drinkkartons, glas, swill en batterijen;
- Voorbereiding voor hergebruik is niet van toepassing;
- Andere nuttige toepassingen: betreft restafval en medisch afval dat gebruikt wordt om door middel van verbranding energie op te wekken.
Afval dat wordt toegeleid naar verwijdering, uitgesplitst in gevaarlijk afval en niet-gevaarlijk afval en in soort verwerking:
- Verbranding van gevaarlijk afval: betreft medisch afval;
- Storten is niet van toepassing;
- Andere vormen van verwijdering van gevaarlijk afval: betreft vliegassen uit filterinstallaties van crematoria;
- Andere vormen van verwijdering van niet-gevaarlijk afval: betreft residuen van afvalstromen na verwerking door onze leveranciers.
Het percentage niet-gerecyclede afval berekenen wij op basis van de totale hoeveelheid aan gevaarlijk en niet gevaarlijk afval dat niet wordt gerecycled.
Algehele totaalgewicht (ton), uitgesplitst naar de verschillende afvalstromen, baseren wij op data die zijn verstrekt en gevalideerd door onze leveranciers (afvalverwerkers). Deze leveranciers maken gebruik van meetresultaten (gewicht). Deze data beoordelen wij op plausibiliteit. Voor afvalstromen of specifieke afvallocaties waarvoor geen meetresultaten van afvalverwerkers beschikbaar zijn, maken wij een schatting.
Wij schatten de hoeveelheid gevaarlijk afval als volgt in:
- Medisch afval voor België op basis van de meetresultaten voor medisch afval in Nederland, gecorrigeerd voor het aantal uitvaarten;
- Vliegassen voor België op basis van het aantal uitgevoerde crematies, vermenigvuldig met de gemiddelde gemeten hoeveelheidvliegas per crematie voor Nederland.
Wij schatten de hoeveelheid niet gevaarlijk afval als volgt in, waarbij wij de aanname doen dat wij geen afval scheiden:
- Restafval in België op basis van meetresultaten over 2 maanden van de leverancier, geëxtrapoleerd naar één jaar;
- Restafval in Duitsland op basis van geschatte afval per medewerker;
- Restafval van deelnemingen (plus medisch afval) op basis van de meetresultaten van afval in Nederland, gecorrigeerd voor het aantal uitvaarten.
Klanten - Persoonlijke dienstverlening
S4-5 – Doelen
NPS
Externe bedrijven (Expoints voor Nederland, Medallia voor België en Assekurata voor Duitsland) nemen klanttevredenheidsenquêtes af bij onze klanten gedurende het gehele jaar naar aanleiding van een contact (in Nederland en België) of eenmaal per jaar (Duitsland). Een groot deel van de klanten wordt door de bovengenoemde bedrijven verzocht om een klanttevredenheidsenquête in te vullen. Het soort enquête is gebaseerd op het type contact dat met de klant heeft plaatsgevonden. De betrouwbaarheid van Expoints en de geleverde data wordt onder andere gewaarborgd door middel van verschillende verwerkingsovereenkomsten, leveringsovereenkomsten en een Service Level Agreement. Daarnaast beschikken zij over een ISO 9001, ISO 27001, NEN 7510 en FSQS-NL certificering die bijdragen aan de betrouwbaarheid. Medallia levert de software die de dataverzameling voorziet. Zij beschikken over een ISO 27001, ISO 27017, ISO 27018, ISO 27701 en SOC 2 Type 2 certificering, waarmee wij zekerheid krijgen in de informatiebeveiliging. Assekurata beschikt over een ISO 9001 certificering, waarmee wij meer zekerheid krijgen in de informatiebeveiliging. Intern vindt op de door deze leveranciers aangeleverde data geen formele controle plaats.
De klanttevredenheid wordt gemeten middels de Net Promoter Score (later: NPS). Hieruit blijkt de mate waarin klanten DELA aan anderen aanraden. De score wordt berekend door het percentage promotors te verminderen met het percentage criticasters. Op basis van het aantal respondenten wordt de data geconsolideerd door afdeling Group Control.
Medewerkers - Goed werkgeverschap
S1-5 – Doelen
eNPS
Wij zien de Employee Net Promoter Score (eNPS) als belangrijke indicator voor het welzijn van onze medewerkers en de mate van ervaren impacts, zowel de positieve als negatieve. Hieruit blijkt de mate waarin medewerkers DELA aan anderen aanraden als werkgever. De score wordt bepaald door het percentage promotors te verminderen met het percentage criticasters. Voor de vergelijking van de resultaten van het gehele werkbelevingsonderzoek met voorgaande jaren wordt de methodologie en vraagstelling zoveel mogelijk gelijk gehouden. De toetsing wordt uitgevoerd door een externe leverancier, Effectory, met welke DELA een dienstenniveau overeenkomst heeft. Effectory beschikt over een ISO 27001, ISO 27701 ISAE 3000, SOC Type 2 en SOC 3 certificering, waarmee wij zekerheid krijgen in de informatiebeveiliging en de betrouwbaarheid van de uitkomsten.
De werkbeleving wordt gemeten onder de volgende groepen medewerkers:
- Nederland: de meeste medewerkers in loondienst plus de externen van afdeling IT (m.u.v. de medewerkers van uitbestede diensten). Uitgezonderd zijn oproepkrachten, medewerkers die na 1 oktober in dienst treden, medewerkers die in oktober uit dienst treden, medewerkers met een juridisch traject, VSO of vrijgesteld zijn van werk en stagiairs.
- België: medewerkers met een vaste arbeidsovereenkomst in loondienst. Uitgezonderd zijn medewerkers die langdurig ziek zijn (langer dan zes maanden), medewerkers die uit dienst (gaan) treden en gelegenheidsmedewerkers.
- Duitsland: alle medewerkers in loondienst.
Een groot deel van de groep medewerkers in loondienst wordt bevraagd en de respons is hoog (in 2025 86% in Nederland, 77% in België en 91% in Duitsland).
S1-6 – Kenmerken van de werknemers in loondienst
Werknemers in loondienst
De gerapporteerde aantallen betreffen de medewerkers in loondienst exclusief stagiairs en externe medewerkers per einde van de rapportageperiode. Eén voltijdse equivalent staat gelijk aan een werknemer die 40 uur per werk in dienst is van DELA. Oproepkrachten worden meegenomen voor 0 voltijdse equivalenten, omdat deze contractueel geen werkuren hebben.
De data is voor het overgrote deel afkomstig uit de personeelsadministratie van DELA. Voor deelnemingen en joint ventures waarvan het personeel niet wordt geadministreerd in onze systemen, hebben wij de data opgevraagd bij de betreffende organisatie en beoordeeld op plausibiliteit. De data is geconsolideerd door afdeling Group Control. De data is niet gevalideerd door een externe instantie.
Personeelsverloop
Het personeelsverloop is berekend door het aantal medewerkers dat uit dienst is gegaan in de rapportageperiode te delen door het gemiddelde aantal medewerkers in de rapportageperiode. Het gemiddelde betreft het gemiddelde van het aantal medewerkers op het einde van voorgaande rapportageperiode en het aantal medewerkers van de huidige rapportageperiode. De data is voor het overgrote deel afkomstig uit de personeelsadministratie van DELA. Voor deelnemingen en joint ventures waarvan het personeel niet wordt geadministreerd in onze systemen, hebben wij de data opgevraagd bij de betreffende organisatie en beoordeeld op plausibiliteit. De data is geconsolideerd door afdeling Group Control. De data is niet gevalideerd door een externe instantie.
S1-9 – Diversiteitmaatstaven
Genderverdeling hoger management
Onder het hoger management vallen directeuren en leidinggevenden met een salarisschaal HAY 18 of hoger. De data is afkomstig uit de personeelsadministratie van DELA. De data is niet gevalideerd door externe instanties.
Leeftijdsverdeling
De data is voor het overgrote deel afkomstig uit de personeelsadministratie van DELA. Wij hanteren de leeftijd ultimo jaareinde. Voor deelnemingen en joint ventures waarvan het personeel niet wordt geadministreerd in onze systemen, hebben wij de data opgevraagd bij de betreffende organisatie en beoordeeld op plausibiliteit. De data is geconsolideerd door afdeling Group Control. De data is niet gevalideerd door een externe instantie.
S1-14 – Veiligheids- en gezondheidsmaatstaven
Arbeidsongevallen
Wij hebben een arbeidsongeval gedefinieerd als een incident van een medewerker met verzuim tot gevolg. Incidenten worden door de bedrijfsuitvoerende afdelingen in de administratie ingevoerd en deze registratie wordt door de arbodienst gecheckt. De data is voor het overgrote deel afkomstig uit de personeelsadministratie van DELA. Voor deelnemingen en joint ventures waarvan het personeel niet wordt geadministreerd in onze systemen, hebben wij de data opgevraagd bij de betreffende organisatie en beoordeeld op plausibiliteit. De data is geconsolideerd door afdeling Group Control. De data is niet gevalideerd door een externe instantie.
Om te berekenen hoeveel arbeidsongevallen er per miljoen gewerkte uren zijn, is het aantal arbeidsongevallen van vaste medewerkers gedeeld door een inschatting van het aantal gewerkte uren op basis van de gerapporteerde voltijdsequivalenten. Hierbij staat één voltijdsequivalent gelijk aan 40 werkuren in een week en 48 weken per jaar.
Verzuim
De standaard maatstaf vraagt om rapportering van het aantal dagen verzuim door letsel en overlijden als gevolg van arbeidsongevallen, beroepsziekten en sterfgevallen door beroepsziekte. Omdat beroepsziekten en sterfgevallen in onze branches niet gebruikelijk zijn, vinden wij dit geen materieel datapunt. Vanwege de materiële impacts op veiligheid en gezondheid, met name de werk/privé-balans en het fysiek en mentaal belastende werk, rapporteren wij het verzuim als gevolg van ziekte, privéomstandigheden en andere oorzaken als bedrijfsspecifiek datapunt.
Het verzuim van vaste medewerkers, met uitzondering van stagiairs en oproepkrachten, wordt door de leidinggevende van een verzuimende medewerker geregistreerd. De gerapporteerde data is dan ook afkomstig uit de personeelsadministratie van DELA. Het verzuimpercentage is berekend door het aantal verzuimuren te delen door het aantal werkzame uren. De data is niet geconsolideerd omdat er als gevolg van lokale wet- en regelgeving afwijkingen zijn in de definities. Zo gaat in Nederland een medewerker na 2 jaar verzuim uit dienst, terwijl in België verzuimende medewerkers in dienst dienen te blijven. Voor deelnemingen en joint ventures waarvan het personeel niet wordt geadministreerd in onze systemen, hebben wij ter controle de verzuimcijfers opgevraagd bij de betreffende organisatie. Er zijn slechts een beperkt aantal medewerkers (< 100 personen) werkzaam voor deze organisaties en de betreffende verzuimpercentages vertonen gemiddeld genomen geen grote afwijkingen van de gerapporteerde cijfers. De data is niet gevalideerd door een externe instantie.
De gerapporteerde informatie is vergelijkbaar met hetgeen wij in voorgaande jaren hebben gerapporteerd en met de wijze waarop andere bedrijven dit rapporteren.