5. Toelichting op de balans
5.1 Immateriële vaste activa
Immateriële vaste activa, verloop
| Bedragen x € 1.000 | 2025 | 2024 | |
|---|---|---|---|
| Boekwaarde per 1 januari | 163.504 | 151.215 | |
| Investeringen | 23.687 | 22.957 | |
| Afwaardering | - | -1.093 | |
| Verwerving als gevolg van acquisities | 12.759 | 3.775 | |
| Afschrijvingen | -18.591 | -13.350 | |
| Boekwaarde per 31 december | 181.359 | 163.504 | |
| Verkrijgingsprijzen * | 398.254 | 361.808 | |
| Cumulatieve waardeverminderingen en afschrijvingen * | -216.895 | -198.304 | |
| Boekwaarde per 31 december | 181.359 | 163.504 |
* In de vergelijkende cijfers zijn de cumulatieve aanschafwaarde en cumulatieve afschrijvingen aangepast. Deze aanpassingen hebben geen effect op de boekwaarde van de immateriële vaste activa.
Immateriële vaste activa, specificatie
| Bedragen x € 1.000 | Goodwill | Overgenomen verzekerings-portefeuilles | Intern ontwikkelde software | Extern aangekochte software | Overig | Totaal |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Boekwaarde per 1 januari 2025 | 74.514 | 8.390 | 29.329 | 50.658 | 613 | 163.504 |
| Investeringen | - | - | 7.777 | 15.910 | - | 23.687 |
| Desinvesteringen | - | - | - | - | - | - |
| Verwerving als gevolg van acquisities | 12.036 | - | - | - | 723 | 12.759 |
| Afschrijvingen | -4.207 | -610 | -6.847 | -6.526 | -401 | -18.591 |
| Boekwaarde per 31 december 2025 | 82.343 | 7.780 | 30.259 | 60.042 | 935 | 181.359 |
| Verkrijgingsprijzen | 203.076 | 40.471 | 47.286 | 99.098 | 8.324 | 398.255 |
| Cumulatieve waardeverminderingen en afschrijvingen | -120.733 | -32.691 | -17.027 | -39.056 | -7.389 | -216.896 |
| Boekwaarde per 31 december 2025 | 82.343 | 7.780 | 30.259 | 60.042 | 935 | 181.359 |
De investeringen gedurende het boekjaar 2025 hebben betrekking op investeringen in meerdere softwaresystemen.
De overname van DFW Group B.V. heeft geleid tot het opnemen van €11,5 miljoen aan goodwill.
Per jaareinde ziet nog € 17,8 miljoen van de goodwillpositie toe op overgenomen Nederlandse en Belgische uitvaartactiviteiten. De waardering van deze goodwillpositie ultimo jaareinde is sterk afhankelijk van enerzijds het verwachte rendement alsmede ook de verwachte toekomstige exploitatieresultaten. Indien deze grootheden in de toekomst afwijken van de huidige inschattingen kan dit een effect hebben op de boekwaarde.
Per jaareinde is de goodwillpositie die betrekking heeft op de overname van Yarden € 53,5 miljoen. De afloop hiervan hangt samen met de uitloop van de Yarden-portefeuille.
5.2 Overige activa
Onroerende zaken in eigen gebruik, verloop
| Bedragen x € 1.000 | 2025 | 2024 | |
|---|---|---|---|
| Boekwaarde per 1 januari | 27.455 | 31.998 | |
| Investeringen | 3.564 | 5.866 | |
| Herwaarderingen | 18 | -2.744 | |
| Verwerving als gevolg van acquisitie | 43 | 3.848 | |
| Desinvesteringen | -8.378 | -9.796 | |
| Afschrijvingen | -1.834 | -1.717 | |
| Boekwaarde per 31 december | 20.868 | 27.455 | |
| Aanschafwaarde * | 36.746 | 47.107 | |
| Afschrijvingen en herwaarderingen * | -15.878 | -19.652 | |
| Boekwaarde per 31 december | 20.868 | 27.455 |
* In de vergelijkende cijfers zijn de cumulatieve aanschafwaarde en cumulatieve afschrijvingen aangepast. Deze aanpassingen hebben geen effect op de boekwaarde van de onroerende zaken in eigen gebruik.
Over de desinvesteringen is een boekwinst van € 1.172.000 gerealiseerd (2024: boekverlies € 33.000).
Overige vaste bedrijfsmiddelen, verloop
| Bedragen x € 1.000 | 2025 | 2024 | |
|---|---|---|---|
| Boekwaarde per 1 januari | 34.664 | 30.942 | |
| Investeringen | 10.732 | 11.670 | |
| Verwerving als gevolg van acquisities | 205 | 501 | |
| Desinvesteringen | -35 | -225 | |
| Afschrijvingen | -7.394 | -8.224 | |
| Overige waardemutaties | - | ||
| Boekwaarde per 31 december | 38.172 | 34.664 | |
| Aanschafwaarde * | 110.406 | 109.388 | |
| Cumulatieve afschrijvingen * | -72.234 | -74.724 | |
| Boekwaarde per 31 december | 38.172 | 34.664 |
* In de vergelijkende cijfers zijn de cumulatieve aanschafwaarde en cumulatieve afschrijvingen aangepast. Deze aanpassingen hebben geen effect op de boekwaarde van de overige vaste bedrijfsmiddelen.
Over de desinvesteringen is geen boekwinst gerealiseerd (2024: geen boekwinst).
5.3 Beleggingen
DELA Groep beheert risicoposities met behulp van periodieke Asset & Liability Management (ALM)–studies met het doel op de lange termijn beleggingsresultaten te realiseren die de interestverplichtingen uit hoofde van verzekeringscontracten en deposito's overtreffen en daarnaast de winstdelingsambities zoveel mogelijk waarmaken. De belangrijkste beleggingsdoelstelling in het verzekeringsbedrijf is de maximalisatie van het beleggingsrendement binnen het toegestane risicokader.
5.3.1 Onroerende zaken
Onroerende zaken, verloop
| Bedragen x € 1.000 | 2025 | 2024 | |
|---|---|---|---|
| Boekwaarde per 1 januari | 507.301 | 530.956 | |
| Investeringen | 17.314 | 11.772 | |
| Herwaarderingen | 5.304 | -11.487 | |
| Aquisitie | 245 | - | |
| Desinvesteringen | -17.543 | -23.940 | |
| Boekwaarde per 31 december | 512.621 | 507.301 | |
| Verkrijgingsprijzen | 450.256 | 488.679 | |
| Cumulatieve waardemutaties | 62.365 | 18.622 | |
| Boekwaarde per 31 december | 512.621 | 507.301 |
Onroerende zaken betreffen investeringen in direct vastgoed. Om een betere geografische spreiding van vastgoedbeleggingen te bewerkstelligen zijn vanaf 2020 delen van de vastgoedportefeuille verkocht en is er geïnvesteerd in internationale vastgoedfondsen (beleggingscategorie: vastgoedfondsen).
In het volgende overzicht is een verdeling van onroerende zaken naar soort weergegeven.
Onroerende zaken, specificatie
| Bedragen x € 1.000 | 31-12-2025 | 31-12-2024 | |
|---|---|---|---|
| Winkels | 30.614 | 42.760 | |
| Woningen | 1.618 | 2.825 | |
| Crematoria | 310.197 | 295.185 | |
| Uitvaartcentra | 112.487 | 106.346 | |
| Kantoren | 31.668 | 30.520 | |
| Overig | 26.037 | 29.665 | |
| Totaal | 512.621 | 507.301 |
De overige onroerende zaken zijn allemaal dienstbaar aan de bedrijfsactiviteiten. Deze hebben betrekking op DomusDELA en lopende projecten. De fair value van DomusDELA Vastgoed (€ 15,1 miljoen) en Klooster (€ 4,5 miljoen) zijn gebaseerd op de laatst uitgevoerde externe taxaties, die gedateerd zijn op eind 2023, vermeerderd met de investeringen. Er is geen reden om deze waarde te herzien.
Per 31-12-2025 stond er € 5,3 miljoen aan onroerende zaken in ontwikkeling.
Onroerende zaken, financiële resultaten
| Bedragen x € 1.000 | 2025 | 2024 | |
|---|---|---|---|
| Huurinkomsten | 39.498 | 40.680 | |
| Overige baten en lasten | 5.009 | -18.822 | |
| Exploitatiekosten | -16.489 | -18.395 | |
| Totaal | 28.018 | 3.463 |
De huurinkomsten zijn inclusief interne huurinkomsten (€ 33,3 miljoen), in de resultatenrekening zijn deze geëlimineerd.
De huurcontracten voor commercieel vastgoed worden opgesteld op basis van ROZ-model 2012 (Raad voor Onroerende Zaken).
De Overige baten en lasten komen voornamelijk voort uit een ongerealiseerde waardemutaties van de onroerende zaken. Dit is onderdeel van de beleggingsopbrengsten.
DELA Groep heeft beperkte leegstand en heeft geen materiële impact op de waardering.
Contractuele verplichtingen per balansdatum
| Bedragen x € 1.000 | 31-12-2025 | 31-12-2024 | |
|---|---|---|---|
| Voor nieuwbouw | - | - | |
| Voor herontwikkeling | 10.752 | 4.185 | |
| Totaal | 10.752 | 4.185 |
In de waardebepaling van onroerende zaken zijn schattingen opgenomen. Daarom bestaat er een mate van onzekerheid in de waardering en dient er bij de waardering altijd met een bandbreedte rekening gehouden te worden. De nauwkeurigheid van een taxatie van een courant object wordt geacht te liggen binnen een bandbreedte van 10 procent (+/ -) van de waarde. Hieronder wordt de waarderingsmethode per categorie onroerende zaak toegelicht.
Waarderingsmethode van winkels, woningen en kantoren
Eind 2025 was er een definitieve en onvoorwaardelijke overeenstemming over de verkoop van de aandelen van DELA Vastgoed B.V. waarin de onroerende zaken waren ondergebracht voor de categorieën winkels, woningen en kantoren. De waardering per eind 2025 is gebaseerd op de overeengekomen koopsom. De levering heeft inmiddels in boekjaar 2026 daadwerkelijk plaatsgevonden.
De waardering van de onroerende zaken werd tot en met 2024 onder meer gebaseerd op beschikbare marktgegevens en werd samengesteld door externe taxateurs. De taxaties werden uitgevoerd conform RICS Taxatiestandaarden (Royal Institution of Chartered Surveyors) en conform het reglement van de NRVT (Nederlands Register Vastgoed Taxateurs). Zowel de RICS Taxatiestandaarden als het reglement van de NRVT voldoen aan de 'International Valuation Standards' en derhalve voldeden de taxaties hier ook aan. De methode is afhankelijk van het type vastgoed. In de vastgoedportefeuille was de BAR/NAR-methode (bruto aanvangsrendement/netto aanvangsrendement), de huurwaardekapitalisatiemethode en de Discounted cashflow (DCF) methode gehanteerd. Minimaal één keer in de 3 jaar werd de waarde door onafhankelijke, externe deskundigen vastgesteld door middel van een full valuation op basis van onderhandse verkoopwaarde in verhuurde staat. In de tussenliggende jaren werd de waarde gebaseerd op een hertaxatie die ook door de externe deskundigen werd verricht. Verkoopresultaten en waardeveranderingen van op marktwaarde gewaardeerde onroerende zaken worden verwerkt in de resultatenrekening. Via de resultatenrekening worden deze waardeveranderingen, mits deze (op pandniveau) cumulatief positief zijn, verwerkt in de herwaarderingsreserve waarbij met latente belastingen rekening wordt gehouden. Hierbij wordt rekening gehouden met de oorspronkelijke kostprijs waarbij geen correctie wordt gemaakt voor afschrijvingen.
Winkels
Voor het bepalen van de actuele waarde van de winkels werden de volgende berekeningsmethoden gehanteerd: de huurwaardekapitalisatiemethode of de DCF-methode. De taxateur maakt een afweging met welke methode hij het best de waarde kan bepalen. Bij winkels wordt voornamelijk de huurwaardekapitalisatiemethode gehanteerd, bij winkelcentra voornamelijk de DCF-methode. Bij de huurwaardekapitalisatiemethode wordt de actuele waarde bepaald aan de hand van de brutomarkthuurwaarde van de verhuurbare vloeroppervlakten van de gebouwen en/of terreinen, verminderd met onroerende zaak gebonden zakelijke en andere lasten en gerelateerd aan een onder de huidige marktomstandigheden reëel geacht nettorendement.
Woningen
Voor de bepaling van de actuele waarde van de woningen werden de DCF-methode gebruikt. Bij deze berekening wordt uitgegaan van een rendement gedurende een beschouwperiode van 10 jaar. De cashflows bestaan uit huurinkomsten en eventuele uitpondopbrengsten, verminderd met onroerende zaak gebonden zakelijke en andere lasten.
Kantoren
Voor kantoren is het in de markt gangbaar om deze objecten te waarderen op basis van de inkomstenbenadering en de vergelijkingsmethodiek. Derhalve was de waardering tot stand gekomen door middel van een gecombineerde BAR/NAR-DCF rekenmethodiek.
Waarderingsmethode van crematoria
Crematoria worden gewaardeerd tegen de actuele waarde op balansdatum. Voor de bepaling van deze actuele waarde wordt bij crematoria ouder dan 5 jaar de DCF-methode en huurwaardekapitalisatiemethode gebruikt. De gehanteerde discount rates zijn marktconform en liggen tussen 9,6 procent en 10,6 procent. Minimaal één keer in de 5 jaar wordt de waarde door onafhankelijke, externe deskundigen vastgesteld. In de tussenliggende jaren wordt de actuele waarde intern vastgesteld. Het extern waarderen vindt roulerend in de tijd over de portefeuille plaats, waardoor jaarlijks altijd een gedeelte van de portefeuille door een onafhankelijke, externe deskundigen is vastgesteld.
De crematoria jonger dan 5 jaar worden gewaardeerd op basis van de stichtingskosten, aangezien deze periode als opstartfase aangemerkt wordt. Daarnaast wordt jaarlijks met een intern rekenmodel getoetst of er een bijzondere waardevermindering moet plaatsvinden.
Door het gebrek aan actuele transacties in de markt die gebruikt kunnen worden om het taxatieproces te valideren, heeft het taxeren van onroerende zaken een aanzienlijk verhoogde graad van onzekerheid. In geval er sprake is van verkooptransacties in de periode waarin de jaarrekening wordt opgemaakt waarbij er afwijkingen zijn tussen de verkoopwaarde en de taxatiewaarde, vindt waardering van de onroerende zaak plaats tegen de gerealiseerde verkoopwaarde. Verkoopresultaten en waardeveranderingen van op marktwaarde gewaardeerde onroerende zaken worden verwerkt in de resultatenrekening. Via de resultatenrekening worden deze waardeveranderingen, mits deze (op pandniveau) cumulatief positief zijn, verwerkt in de herwaarderingsreserve waarbij met latente belastingen rekening wordt gehouden. Hierbij wordt rekening gehouden met de oorspronkelijke kostprijs waarbij geen correctie wordt gemaakt voor afschrijvingen.
Waarderingsmethode van uitvaartcentra
De uitvaartcentra die eigendom zijn van de verzekeraar (of één van haar deelnemingen) zijn als beleggingsvastgoed aangemerkt. Deze uitvaartcentra worden gewaardeerd tegen de actuele waarde op balansdatum. Voor de bepaling van deze actuele waarde wordt bij uitvaartcentra ouder dan 5 jaar de huurwaardekapitalisatiemethode toegepast. Minimaal één keer in de 5 jaar wordt de waarde door onafhankelijke, externe deskundigen vastgesteld. In de tussenliggende jaren wordt de actuele waarde intern vastgesteld. Het extern waarderen vindt roulerend in de tijd over de portefeuille plaats, waardoor jaarlijks altijd een gedeelte van de portefeuille door een onafhankelijke, externe deskundigen is vastgesteld.
De uitvaartcentra jonger dan 5 jaar worden gewaardeerd op basis van de stichtingskosten, aangezien deze periode als opstartfase aangemerkt wordt en daarom de beste inschatting is van de actuele waarde.
Verkoopresultaten en waardeveranderingen van op marktwaarde gewaardeerde onroerende zaken worden verwerkt in de resultatenrekening. Via de resultatenrekening worden deze waardeveranderingen, mits deze (op pandniveau) cumulatief positief zijn, verwerkt in de herwaarderingsreserve waarbij met latente belastingen rekening wordt gehouden. Hierbij wordt rekening gehouden met de oorspronkelijke kostprijs waarbij geen correctie wordt gemaakt voor afschrijvingen.
Waarderingsmethode overige onroerende zaken
Voor het bepalen van de actuele waarde van de overige onroerende zaken wordt de huurwaardekapitalisatiemethode gehanteerd. Voor lopende projecten worden de totale kosten opgenomen als waardering.
5.3.2 Deelnemingen
Deelnemingen, specificatie
| Bedragen x € 1.000 | Aandeel in geplaatst kapitaal | 31-12-2025 | 31-12-2024 |
|---|---|---|---|
| - Société d'Étude et de Service pour la Crémation N.V., Rue des Nutons 329, Charleroi | 35% | 1.375 | 1.345 |
| - Neo Joule B.V., Sintelstraat 27, Maasbracht | 18% | 1.400 | 1.400 |
| - Salarise Holding B.V., Hoofdstraat 244, Driebergen-Rijsenburg | 27% | - | |
| Totaal | 2.775 | 2.745 |
Deelnemingen, verloop
| Bedragen x € 1.000 | 2025 | 2024 | |
|---|---|---|---|
| Boekwaarde per 1 januari | 2.745 | 3.542 | |
| Desinvesteringen | - | -198 | |
| Resultaat deelneming | 30 | 58 | |
| Afwaarderingen | - | -657 | |
| Boekwaarde per 31 december | 2.775 | 2.745 |
- DELA Funerals Assistance 1 BVBA heeft een 35 procent belang in Société d'Étude et de Service pour la Crémation N.V., een crematorium;
- DELA Holding N.V. heeft een 18,4 procent belang in deelneming Neo Joule B.V. Neo Joule B.V. is opgericht voor onderzoek naar andere crematiemethoden.
- De positie in Salarise Holding B.V. was in 2024 al afgewaardeerd naar € 0. Dochteronderneming Salarise B.V. is verkocht.
5.3.3 Overige financiële beleggingen
Overige financiële beleggingen, verloop
| Bedragen x € 1.000 | Boekwaarde 31-12-2024 | Aankopen | Verkopen en aflossingen | Herwaardering en andere mutaties | Boekwaarde 31-12-2025 |
|---|---|---|---|---|---|
| Aandelen en andere niet-vastrentende waardepapieren | 2.156.410 | 1.582.709 | -1.660.478 | 235.616 | 2.314.257 |
| Obligaties en andere vastrentende waardepapieren | 2.699.094 | 960.893 | -826.396 | -90.305 | 2.743.286 |
| Derivaten | - | - | -219.442 | 231.156 | 11.714 |
| Hypothecaire leningen | 138.770 | 3.101 | -14.721 | - | 127.150 |
| Overige leningen | 255.324 | 144.026 | -125.793 | -5.685 | 267.872 |
| Vastgoedfondsen | 1.897.955 | 91.721 | -129.773 | -76.377 | 1.783.526 |
| Infrastructuurfondsen | 1.147.393 | 170.895 | -8.048 | -25.888 | 1.284.352 |
| Land- en bosbouwfondsen | 334.320 | 25.513 | - | -5.202 | 354.631 |
| Hypotheekfondsen | 411.385 | 236.521 | - | -10.254 | 637.652 |
| Beleggingen in liquide middelen | 58.445 | 45.532 | -63.340 | - | 40.637 |
| Andere financiële beleggingen | 88.945 | 69.549 | -7.194 | 4.703 | 156.003 |
| Totaal | 9.188.041 | 3.330.460 | -3.055.185 | 257.764 | 9.721.080 |
Niet-afgedekte valutaposities
| Bedragen x € 1.000 | 31-12-2025 | 31-12-2024 | |
|---|---|---|---|
| Amerikaanse dollar | 319.024 | 1.268.471 | |
| Zuid-Koreaanse won | 192.477 | 139.305 | |
| Britse pond | 159.207 | 143.395 | |
| Nieuwe Taiwanese dollar | 140.187 | 80.236 | |
| Japanse yen | 124.513 | 121.410 | |
| Indiase roepie | 107.489 | 91.836 | |
| Australische dollar | 107.309 | 97.029 | |
| Mexicaanse peso | 89.760 | 84.193 | |
| Zweedse kroon | 86.346 | 40.946 | |
| Canadese dollar | 80.278 | 73.196 | |
| Overig | 618.322 | 719.208 | |
| Totaal | 2.024.912 | 2.859.224 |
De niet-afgedekte valutaposities zijn bepaald op basis van het doorkijkprincipe aangezien dit het daadwerkelijke valutarisico weergeeft.
Aandelen en obligaties
Alle aandelen en obligaties zijn beursgenoteerd.
De modified duration is een maat voor de rentegevoeligheid. De modified duration van de obligaties en andere leningen bedraagt gemiddeld 4,7 (2024: 4,7).
Aandelen, geografisch verdeeld
| In procenten | 31-12-2025 | 31-12-2024 | |
|---|---|---|---|
| Noord-Amerika | 35,3% | 36,9% | |
| Azië-Pacific | 34,0% | 33,7% | |
| Europa | 26,0% | 25,3% | |
| Midden Oosten | 2,5% | 2,4% | |
| Latijns Amerika | 2,2% | 1,8% | |
| Totaal | 100,0% | 100,0% |
Aandelen, verdeling naar sector
| In procenten | 31-12-2025 | 31-12-2024 | |
|---|---|---|---|
| Informatie Technologie | 22,5% | 21,4% | |
| Financiële instellingen | 20,9% | 21,2% | |
| Industrie | 13,9% | 12,1% | |
| Luxe consumentengoederen | 10,5% | 12,3% | |
| Gezondheidszorg | 8,8% | 8,6% | |
| Communicatiediensten | 7,0% | 7,4% | |
| Grondstoffen | 4,6% | 3,6% | |
| Consumptiegoederen | 4,3% | 5,3% | |
| Energie | 3,2% | 3,9% | |
| Nutsbedrijven | 2,3% | 1,8% | |
| Vastgoed | 2,0% | 2,4% | |
| Totaal | 100,0% | 100,0% |
Vastrentende waardepapieren, verdeling naar rating
| In procenten | 31-12-2025 | 31-12-2024 | |
|---|---|---|---|
| AAA | 24,4% | 26,6% | |
| AA | 12,0% | 12,9% | |
| A | 6,9% | 6,6% | |
| BBB | 19,4% | 17,9% | |
| < BBB | 27,2% | 29,4% | |
| Overige | 10,1% | 6,5% | |
| Totaal | 100,0% | 100,0% |
Derivaten
De waardering van de derivaten (valutatermijn contracten) vindt plaats op basis van de ‘mark-to-model’ benadering. De gemiddelde resterende looptijd van deze contracten per 31 december 2025 bedraagt 67 dagen.
Per 31 december 2024 hadden de derivaten een negatieve waarde van € 95,5 miljoen en zijn deze op de balans gerubriceerd onder de kortlopende schulden en overlopende passiva.
Hypothecaire leningen
De hypothecaire leningen betreffen directe investeringen in hypotheken, alle met NHG verstrekt. De actuele waarde van de hypothecaire leningen bedraagt € 125,1 miljoen. De actuele waarde van de onderpanden op de hypothecaire leningen bedraagt € 356,7 miljoen per eind 2025.
Vastgoedfondsen
De vastgoedfondsen zijn niet-beursgenoteerd. De waardering van de vastgoedfondsen betreft de reële waarde, waarbij de DCF-methode is gehanteerd. Deze waardering wordt van de fondsmanagers overgenomen en betreft de waarderingsmethode die ook gebruikt wordt bij het verhandelen van eigendomsstukken, over het algemeen de INREV-waardering. De waardering voldoet aan algemene aanvaardbare waarderingsmethodes. Deze waardering wordt uitgevoerd door een externe taxateur/waardeerder. Van de meeste fondsen ontvangen wij een ISAE3402 Type II rapport of equivalent daarvan.
Van alle vastgoedfondsen wordt een controleverklaring, indien nog niet beschikbaar een statusupdate van de audit in combinatie met een backtest, van de onafhankelijke accountant bij de waardering of jaarrekening ontvangen voordat de jaarrekening van DELA Groep is vastgesteld. Hiermee bestaat er voldoende zekerheid over de betrouwbaarheid van de door fondsmanagers verantwoorde waarderingen, er blijft echter in beperkte mate sprake van schattingsonzekerheden die van nature aanwezig zijn bij de door het fonds gehouden investeringen.
Infrastructuurfondsen en land- en bosbouwfondsen
De infrastructuurfondsen en land- en bosbouwfondsen zijn niet-beursgenoteerd. De waardering van de fondsen betreft de reële waarde en wordt van de fondsmanagers overgenomen. Bij waardering van de fondsen is de DCF-methode gehanteerd. Bij de waardering van de fondsen wordt over het algemeen een grondslag gelijk aan de INREV-methode gehanteerd. Vastgesteld is dat deze standaarden slechts marginaal van elkaar afwijken. De waardering wordt uitgevoerd door een externe taxateur/waardeerder. We ontvangen van de meeste fondsen een ISAE3402 Type II rapport of equivalent daarvan. De controleverklaring van de onafhankelijke accountant bij de waardering of jaarrekening van de fondsen, indien nog niet beschikbaar een statusupdate van de audit in combinatie met een backtest, wordt voor een aantal fondsen pas ontvangen nadat de jaarrekening van DELA Groep is vastgesteld. Analyse heeft uitgewezen dat er voldoende zekerheid bestaat over de betrouwbaarheid van de door fondsmanagers verantwoorde waarderingen, er blijft echter in beperkte mate sprake van schattingsonzekerheden die van nature aanwezig zijn bij de door het fonds gehouden investeringen.
Hypotheekfonds
Het hypothekenfonds is niet-beursgenoteerd en bestaat uit investeringen in niet-NHG hypotheken. De waardering van het hypothekenfonds betreft de reële waarde en wordt van de fondsmanagers overgenomen. Bij de waardering van het hypothekenfonds is de DCF-methode gehanteerd. Het fonds past lokale boekhoudstandaarden toe die door DELA geëvalueerd worden op toepasbaarheid binnen de eigen waarderingsgrondslagen. De waardering wordt intern uitgevoerd en getoetst door de externe accountant van het fonds. We ontvangen een ISAE3402 Type II rapport daarvan. De controleverklaring van de onafhankelijke accountant bij de jaarrekening van het fonds wordt ontvangen voordat de jaarrekening van DELA Groep is vastgesteld. Hiermee bestaat er voldoende zekerheid bestaat over de betrouwbaarheid van de verantwoorde waarderingen, er blijft echter in beperkte mate sprake van schattingsonzekerheden die van nature aanwezig zijn bij door het fonds gehouden investeringen.
Beleggingen in liquide middelen
Beleggingen in liquide middelen hebben betrekking op vorderingen en schulden die direct verband houden met de beleggingsportefeuilles met een afgegeven mandaat aan de vermogensbeheerder.
Andere financiële beleggingen
De onder de Andere financiële beleggingen opgenomen bedragen hebben betrekking op de kunstcollectie, belangen in niet-beursgenoteerde participatiemaatschappijen en een leningenfonds. De kunstcollectie is tegen kostprijs of lagere marktwaarde gewaardeerd. Ultimo 2025 bedraagt deze € 4,6 miljoen (2024: € 4,3 miljoen). De waarde van het leningenfonds bedraagt ultimo 2025 € 150,1 miljoen (2024: 73,3 miljoen). De marktwaarde van participatiemaatschappijen is gebaseerd op de DCF-methode.
Het leningenfonds is niet-beursgenoteerd en bestaat uit investeringen in bedrijfsleningen. De waardering van het leningenfonds betreft de reële waarde en wordt van de fondsmanagers overgenomen. Bij de reële waardering van het leningenfonds zijn de standaarden gehanteerd die aansluiten bij IFRS. DELA heeft vastgesteld dat deze standaarden slechts marginaal afwijken van de DELA-grondslagen. De waardering wordt uitgevoerd door een externe waardeerder. We ontvangen van het fonds een ISAE3402 Type II rapport. Voordat de jaarrekening van DELA Groep is vastgesteld ontvangt DELA in ieder geval een controleverklaring, danwel een audit statement, van de onafhankelijke accountant waarmee er voldoende zekerheid bestaat over de betrouwbaarheid van de verantwoorde waarderingen, er blijft echter in beperkte mate sprake van schattingsonzekerheden die van nature aanwezig zijn bij door het fonds gehouden investeringen.
Securities lending
DELA Groep leent aandelen en obligaties uit. Om het risico voor DELA Groep te beperken, dienen de leners hiervoor onderpand (collateral) te storten. Hierbij is cash-collateral niet toegestaan en aan de lenende partijen worden strenge eisen gesteld. Om het risico verder te beperken worden de volgende aanvullende restricties opgelegd:
- alleen tegenpartijen met een rating van minimaal A- volgens S&P;
- onderpand alleen staatsobligaties van OECD-landen met een rating van minimaal AA- volgens S&P;
- de marktwaarde van het onderpand dient minimaal 102 procent te bedragen van de marktwaarde van de uitgeleende effecten;
- aandelen op onze engagementlijst worden niet uitgeleend. Engagement is het proces waarbij actief gebruik gemaakt wordt van rechten als aandeelhouder.
De marktwaarde van de uitgeleende stukken per 31-12-2025 bedraagt € 190,7 miljoen (2024: € 182,3 miljoen). De waarde van het onderpand bedraagt € 198,2 miljoen (2024: € 188,4 miljoen). De opbrengst van uitgeleende stukken bedraagt € 0,5 miljoen (2024: € 0,4 miljoen).
5.4 Voorraden
Voorraden, specificatie
| Bedragen x € 1.000 | 31-12-2025 | 31-12-2024 | |
|---|---|---|---|
| Voorraden uitvaartbedrijf | 1.690 | 2.193 | |
| Voorraden halffabrikaten en materialen crematieovens | 2.293 | - | |
| Onderhanden projecten | 1.530 | - | |
| Totaal | 5.513 | 2.193 |
Onderhanden projecten, specificatie
| Bedragen x € 1.000 | 31-12-2025 | 31-12-2024 | |
|---|---|---|---|
| Gerealiseerde projectkosten | 8.986 | - | |
| Toegerekende winst | 3.075 | - | |
| Gedeclareerde termijnen | -10.531 | - | |
| Totaal | 1.530 | - |
5.5 Vorderingen
Vorderingen, specificatie
| Bedragen x € 1.000 | 31-12-2025 | 31-12-2024 | |
|---|---|---|---|
| Latente belastingvorderingen | 97.272 | 122.938 | |
| Vennootschapsbelasting | 5.082 | 61.761 | |
| Belastingen en premies sociale verzekeringen | 3.940 | 16.190 | |
| Vordering op de pensioenuitvoerder | 1.869 | 1.679 | |
| Debiteuren | 26.228 | 25.163 | |
| Vorderingen uit verzekeren | - | -290 | |
| Overige vorderingen | 16.521 | 19.100 | |
| Totaal | 150.912 | 246.541 |
De vorderingen hebben een looptijd van korter dan een jaar, behalve de latente belastingvorderingen. De boekwaarde van de vorderingen is een redelijke benadering van de reële waarde.
Op de latente belastingposities wordt saldering toegepast. In de tabel hieronder is een specificatie gegeven van de verschillende latente posities die gezamenlijk gepresenteerd zijn op de actiefzijde van de balans, waarbij als gevolg van saldering ook negatieve bedragen in zijn opgenomen. Dit betreft per saldo een latente belastingvordering op de Nederlandse fiscus.
Latente belastingvorderingen, specificatie
| Bedragen x € 1.000 | 31-12-2025 | 31-12-2024 | |
|---|---|---|---|
| Inzake andere fiscale waardering van: | |||
| - technische voorziening | 92.876 | 93.161 | |
| - verliesverrekening voorgaande jaren | 74.641 | 83.040 | |
| - eerste kosten | 49.808 | 45.703 | |
| - effecten | -70.936 | -30.309 | |
| - onroerende zaken | -39.006 | -72.033 | |
| - overig | -10.111 | 3.376 | |
| Totaal | 97.272 | 122.938 |
Bij de waardering van de verlieslatentie wordt de realiseerbaarheid van de post getoetst middels projecties van toekomstige fiscale winsten. In deze toekomstprojecties zitten schattingsrisico's. Deze risico's zitten voornamelijk binnen de schattingen van toekomstige beleggingsresultaten en toekomstige winstdelingen. De te verrekenen bronbelasting (€ 6,3 miljoen) is opgenomen onder verliesverrekening voorgaande jaren.
5.6 Overlopende activa
De overlopende activa bestaan uit nog te facturen omzet en vooruitbetaalde kosten.
5.7 Liquide middelen
De liquide middelen staan ter vrije beschikking van de rechtspersoon. De liquide middelen bestaan volledig uit banktegoeden.
5.8 Groepsvermogen
Eigen vermogen, verloop
| Bedragen x € 1.000 | 2025 | 2024 | |
|---|---|---|---|
| Boekwaarde per 1 januari (o.b.v. jaarrekening 2024) | 1.007.957 | ||
| Effect aanpassing vergelijkende cijfers jaarrekening 2025 | -7.647 | ||
| Boekwaarde per 1 januari (na aanpassing) | 1.145.951 | 1.000.310 | |
| Resultaat na belastingen | 83.941 | 145.642 | |
| Overige waardemutaties | - | -1 | |
| Boekwaarde per 31 december | 1.229.892 | 1.145.951 |
Het totaalresultaat over het boekjaar bedraagt € 83,9 miljoen.
Aandeel derden, verloop
| Bedragen x € 1.000 | 2025 | 2024 | |
|---|---|---|---|
| Boekwaarde per 1 januari | 938 | 891 | |
| Resultaat na belastingen | 5 | 46 | |
| Overige mutaties | - | 1 | |
| Boekwaarde per 31 december | 943 | 938 |
5.9 Solvabiliteit
DELA Groep bepaalt de solvabiliteit op basis van Solvency II. Dat zijn Europese rekenregels waarbij voor het bepalen van de solvabiliteit rekening wordt gehouden met de risico’s die in de balans van de verzekeraar zijn opgenomen. DELA Groep hanteert het zogeheten standaardmodel Solvency II voor haar berekeningen. Hierbij wordt uitgegaan van de door de Europese toezichthouder EIOPA gepubliceerde rentetermijnstructuur (inclusief Ultimate Forward Rate) per ultimo 2025. Het minimaal noodzakelijk geachte solvabiliteitspercentage is o.b.v. waargenomen volatiliteit van het solvabiliteitspercentage intern vastgesteld op 150 procent.
Solvabiliteit (op basis van Solvency II-richtlijnen)
| Bedragen x € 1.000 | 31-12-2025 | 31-12-2024 | |
|---|---|---|---|
| Vereiste solvabiliteit | 1.528.923 | 1.292.927 | |
| Aanwezige solvabiliteit | 3.255.248 | 2.583.845 | |
| Solvabiliteitsratio | 213% | 200% |
De Solvency II-ratio is gestegen ten opzichte van 2024. Voor het verloop van de solvabiliteitsratio in 2025 wordt verwezen naar hoofdstuk 4 Risicoparagraaf en het hoofdstuk Financieel in het jaarverslag.
Voor een nadere toelichting op de totstandkoming van de solvabiliteitsratio's wordt verwezen naar de SFCR-rapportage (solvabiliteit en financiële toestand) die geen deel uitmaakt van de jaarrekening of het jaarverslag. De SFCR-rapportage is gepubliceerd op de website van DELA.
5.10 Technische voorzieningen
Technische voorzieningen, specificatie
| Bedragen x € 1.000 | 31-12-2025 | 31-12-2024 | |
|---|---|---|---|
| Bruto technische voorzieningen | 9.267.523 | 8.712.928 | |
| Herverzekeringsdeel | - | -15.670 | |
| Overrentedeling | 20.236 | 19.489 | |
| Geactiveerde acquisitiekosten | -133.776 | -126.580 | |
| Totaal | 9.153.983 | 8.590.167 |
Technische voorziening, verloop
| Bedragen x € 1.000 | 2025 | 2024 | |
|---|---|---|---|
| Boekwaarde per 1 januari | 8.590.166 | 8.031.706 | |
| - Uit premies | 601.078 | 578.879 | |
| - Interest | 220.581 | 204.959 | |
| - Winstdeling | 264.826 | 281.247 | |
| - Uitkeringen | -287.304 | -267.699 | |
| - Deelpremie voor overlijden | -219.561 | -205.458 | |
| - Onttrekking voor kosten | -19.085 | -18.921 | |
| - Overige mutaties | 10.477 | -4.131 | |
| - Geactiveerde en afgeschreven acquisitiekosten | -7.195 | -10.415 | |
| Boekwaarde per 31 december | 9.153.983 | 8.590.167 |
Nagenoeg de totale technische voorziening is als langlopend te beschouwen. De modified duration betreft 34,3.
Het aandeel van herverzekeraars in de technische voorzieningen en de uitkeringen waartoe DELA Groep uit hoofde van haar herverzekeringscontracten gerechtigd is, worden in mindering gebracht op de bruto technische voorzieningen. In 2025 zijn de herverzekeringscontracten die leidden tot een herverzekerde technische voorziening omgezet in een nieuw contract. Bij het nieuwe contract is geen sprake van een herverzekerde voorziening verzekeringsverplichtingen en daarom is deze komen te vervallen. Deze is onderdeel van de overige mutaties.
De voorzieningen voor het levenrisico zijn in beginsel gebaseerd op tariefgrondslagen en dat zijn doorgaans bevolkingssterfetafels, een vaste rekenrente en kostenparameters voor eerste en doorlopende kosten.
Technische voorzieningen, specificatie 2025
| Bedragen x € 1.000 | Jaarpremie | Verzekerd kapitaal | Opgebouwd saldo | Voorziening verzekerings-verplichtingen | Aantal verzekerden |
|---|---|---|---|---|---|
| Uitvaartverzekering | 696.725 | 34.305.476 | - | 8.707.451 | 5.049.199 |
| Spaarverzekering | 32.263 | 449.078 | 408.253 | 408.253 | 45.669 |
| Overlijdensrisicoverzekering | 67.659 | 48.755.900 | - | 151.819 | 511.526 |
| Winstdeling en kortingen | - | - | - | 20.236 | - |
| Geactiveerde acquisitiekosten | - | - | - | -133.776 | - |
| Totaal | 796.648 | 83.510.454 | 408.253 | 9.153.983 | 5.606.394 |
Technische voorzieningen, specificatie 2024
| Bedragen x € 1.000 | Jaarpremie | Verzekerd kapitaal | Opgebouwd saldo | Voorziening verzekerings-verplichtingen | Aantal verzekerden |
|---|---|---|---|---|---|
| Uitvaartverzekering | 666.447 | 32.771.957 | 8.160.935 | 5.015.698 | |
| Spaarverzekering | 34.144 | 455.390 | 414.003 | 414.003 | 48.305 |
| Overlijdensrisicoverzekering | 65.273 | 46.545.305 | 137.990 | 512.239 | |
| Herverzekering | -15.670 | ||||
| Winstdeling en kortingen | 19.489 | ||||
| Geactiveerde acquisitiekosten | -126.580 | ||||
| Totaal | 765.864 | 79.772.652 | 414.003 | 8.590.167 | 5.576.242 |
Geactiveerde acquisitiekosten, verloop
| Bedragen x € 1.000 | 2025 | 2024 | |
|---|---|---|---|
| Boekwaarde per 1 januari | 126.580 | 116.165 | |
| Geactiveerd | 26.620 | 27.685 | |
| Afgeschreven | -19.424 | -17.270 | |
| Boekwaarde per 31 december | 133.776 | 126.580 |
Toerekening van acquisitiekosten heeft betrekking op betaalde provisies in België en Duitsland.
5.11 Toereikendheidstoets
De toereikendheidstoets betreft een toets van de technische voorziening waarbij wordt aangetoond dat deze toereikend is om met een grote mate van zekerheid aan de verplichtingen jegens polishouders te kunnen voldoen. De toets houdt in dat de balansvoorziening verminderd met hiermee verband houdende toegerekende acquisitiekosten en VOBA (Value of Business Acquired) wordt vergeleken met een voorziening die rekening houdt met actuele inschattingen van alle toekomstige kasstromen en met toekomstige ontwikkelingen. In deze kasstromen zijn de verwachte toekomstige winstdeling en premiemaatregel begrepen. Bij deze actuele schatting zijn onzekerheidsmarges in acht genomen zoals voorgeschreven in Richtlijn 605 van de Raad voor de Jaarverslaggeving.
Indien deze actuele schatting lager uitkomt dan de aanwezige technische voorziening, kan gesteld worden dat de aanwezige balansvoorziening toereikend is om de toekomstige verplichtingen jegens de polishouders te voldoen.
Jaarlijks wordt deze toereikendheidstoets op de totale portefeuille verzekeringsverplichtingen uitgevoerd. Een eventueel tekort wordt onmiddellijk ten laste van de resultatenrekening gebracht door in eerste instantie de toekomstige winstmarges in overgenomen portefeuilles af te boeken, eventueel gevolgd door een afboeking van de toegerekende acquisitiekosten en vervolgens voor zover noodzakelijk een aanvullende voorziening te treffen. Afboekingen op toegerekende acquisitiekosten of toekomstige winstmarges in overgenomen portefeuilles als gevolg van deze toets worden in latere jaren niet meer teruggenomen. In het verleden zijn er geen afboekingen geweest.
Veronderstellingen toereikendheidstoets
| Disconteringsvoet | Gebaseerd op door EIOPA gepubliceerde rentetermijnstructuur, waarbij rekening is gehouden met de Ultimate Forward Rate (UFR) per 31 december 2025. |
| Winstdeling | Er is sprake van volledige winstdeling indien de dekkingsgraad, ofwel de marktwaarde van de beleggingen uitgedrukt in procenten van de marktwaarde van de reeds toegekende verplichtingen, hoger is dan 210 procent. Indien de dekkingsgraad 120 procent of lager is, dan is er geen winstdeling. Tussen 120 procent en 210 procent is de winstdeling naar evenredigheid. |
| Premiemaatregel | Indien zowel de 20-jaars swaprente volgens de hierboven omschreven rentetermijnstructuur lager is dan 1 procent en als de dekkingsgraad lager is dan 120 procent, wordt er een extra premieverhoging gevraagd. De extra premieverhoging bereikt de maximale waarde bij een rente van - 1 procent. |
| Verwachte sterfte | Gebaseerd op de prognosetafel 2024 van het Koninklijk Actuarieel Genootschap voor Nederland, de prognosetafel 2020 van het Instituut van de Actuarissen in België voor België en de sterftetafel 2008T van de Deutschen Aktuarvereinigung voor Duitsland. De sterftekansen uit deze bevolkingstafels zijn gecorrigeerd op basis van portefeuillestatistieken. |
| Onnatuurlijk verval | Ervaringskansen per homogene risicogroep op basis van de eigen portefeuille. |
| Kosten | De kosten per dekking zijn bepaald op basis van de begroting 2026 en beleggingskosten die passen bij de verwachte beleggingsmix in 2026. |
| Garanties | Reële waarde. |
Het totaal van de technische voorzieningen laat bij de uitgevoerde toereikendheidstoets per ultimo 2025 op actuele waarde een overwaarde van € 2,9 miljard (2024: 2,1 miljard) zien. De stijging ten opzichte van vorig jaar komt door een aanpassing in de dekkingsgraad aan de Solvency II-rekenregels en stijging van de rentecurve. De uitkomsten van de toereikendheidstoets zijn op het niveau van DELA Natura (inclusief het Belgische en Duitse bijkantoor) uitgevoerd.
5.12 Voorzieningen
Voorzieningen, verloop
| Bedragen x € 1.000 | Boekwaarde 31-12-2024 | Dotatie | Onttrekking | Overige waardemutaties | Boekwaarde 31-12-2025 |
|---|---|---|---|---|---|
| Voorziening latente belastingen | 19.027 | - | -11.996 | - | 7.031 |
| Voorziening jubilea | 1.491 | 411 | - | - | 1.902 |
| Voorziening onderhoudsabonnementen crematie installaties | - | - | 488 | 488 | |
| Overige voorzieningen | 73 | 3.344 | -73 | - | 3.344 |
| Totaal | 20.591 | 3.755 | -12.069 | 488 | 12.765 |
De voorzieningen hebben een overwegend langlopend karakter.
Op de latente belastingposities wordt saldering toegepast. In de tabel hieronder is een specificatie gegeven van de verschillende latente posities die gezamenlijk gepresenteerd zijn op de passiefzijde van de balans, waarbij als gevolg van saldering ook negatieve bedragen in zijn opgenomen. Dit betreft de latente belastingpositie met de Belgische fiscus.
Latente belastingen, specificatie
| Bedragen x € 1.000 | 31-12-2025 | 31-12-2024 | |
|---|---|---|---|
| Inzake andere fiscale waardering van: | |||
| - onroerende zaken | 9.068 | 16.309 | |
| - verliesverrekening voorgaande jaren | -2.630 | -5.600 | |
| - eerste kosten | - | 8.177 | |
| - effecten | - | -446 | |
| - overig | 593 | 587 | |
| Totaal | 7.031 | 19.027 |
5.13 Langlopende schulden
Langlopende schulden, specificatie
| Bedragen x € 1.000 | 31-12-2025 | 31-12-2024 | |
|---|---|---|---|
| Depositofonds | 143.297 | 143.163 | |
| Depot herverzekeraars | - | 7.945 | |
| Geldleningen o/g extern lang | 7.542 | 8.261 | |
| Overig | - | 361 | |
| Langlopende schulden | 150.839 | 159.730 |
De boekwaarde van de schulden is een redelijke benadering van de reële waarde.
5.13.1 Depositofonds
Dit betreft stortingen door cliënten ten behoeve van de toekomstige verzorging van de uitvaart. Deze deposito’s worden uitgekeerd bij overlijden. Hierdoor heeft deze post een overwegend langlopend karakter.
Schulden uit hoofde van het depositofonds, verloop
| Bedragen x € 1.000 | 2025 | 2024 | |
|---|---|---|---|
| Stand per 1 januari | 143.163 | 142.738 | |
| Bijgeschreven rente | 3.992 | 5.079 | |
| Ontvangen stortingen | 2.544 | 475 | |
| Afkopen | -465 | -1.206 | |
| Verwerving als gevolg van acquisities | - | 198 | |
| Uitkeringen | -5.937 | -4.121 | |
| Boekwaarde per 31 december | 143.297 | 143.163 |
De rentevergoeding over het depositofonds wordt jaarlijks gebaseerd op de ECB-depositorente per 31 december van het betreffende jaar plus 0,75 procent, met een minimumvergoeding van 2,5 procent tot 6,0 procent per jaar afhankelijk van ingangsdatum en het ingelegde bedrag.
De rentevergoeding voor de van voormalig-Yarden overgenomen deposito's bedroeg in 2025 2,85 procent (2024: 3,58 procent).
5.13.2 Depot herverzekeraars
In 2025 zijn de herverzekeringscontracten omgezet in 1 nieuw contract. Door deze omzetting is het depot vervallen. Over het depot werd een rente vergoed van 3 procent tot 4,5 procent per jaar.
Depot herverzekeraars, verloop
| Bedragen x € 1.000 | 2025 | 2024 | |
|---|---|---|---|
| Stand per 1 januari | 7.945 | 6.939 | |
| Ontvangen stortingen | - | 1.006 | |
| Omzetting herverzekeringscontract | -7.945 | - | |
| Boekwaarde per 31 december | - | 7.945 |
5.13.3 Geldleningen
Het betreft leningen die door dochterondernemingen aangegaan zijn. De van toepassing zijnde rentepercentages variëren van 1 procent tot 4 procent.
Geldleningen, verloop
| Bedragen x € 1.000 | 2025 | 2024 | |
|---|---|---|---|
| Stand per 1 januari | 8.261 | 8.570 | |
| Verwerving als gevolg van acquisities | - | 33 | |
| Aflossingen | -719 | -342 | |
| Boekwaarde per 31 december | 7.542 | 8.261 |
Van de geldleningen heeft € 0,3 miljoen een looptijd korter dan een jaar, € 1,2 miljoen een looptijd tussen 1 en 5 jaar en € 6,0 miljoen een looptijd langer dan 5 jaar.
5.14 Kortlopende schulden en overlopende passiva
Kortlopende schulden en overlopende passiva, specificatie
| Bedragen x € 1.000 | 31-12-2025 | 31-12-2024 | |
|---|---|---|---|
| Derivaten | - | 95.515 | |
| Vooruitontvangen premies | 85.185 | 82.827 | |
| Crediteuren | 13.297 | 16.756 | |
| Vennootschapsbelasting | 585 | 26.847 | |
| Overige belastingen en sociale lasten | 12.672 | 11.417 | |
| Nog te betalen uitkeringen | 86.659 | 81.047 | |
| Kortlopend deel langlopende schulden | 55 | 87 | |
| Overige schulden en overlopende passiva | 44.485 | 41.730 | |
| Boekwaarde per 31 december | 242.938 | 356.226 |
De boekwaarde van de kortlopende schulden is een redelijke benadering van de reële waarde. Derivaten betreft valutatermijncontracten.
5.15 Niet in de balans opgenomen activa en verplichtingen
5.15.1 Aansprakelijkheidsstelling
Door DELA coöperatie is ten behoeve van de meeste in de consolidatie betrokken dochterondernemingen een aansprakelijkheidsstelling afgegeven zoals bedoeld in artikel 2:403 BW. De betreffende dochterondernemingen zijn opgenomen in paragraaf 1.2.
5.15.2 Garantiestelling terrorisme
Uit hoofde van de deelname aan de collectieve verzekering van de Nederlandse Herverzekeringsmaatschappij voor Terrorismeschaden N.V. bestaat een voorwaardelijke verplichting van terreurschaden voor een bedrag van maximaal € 2,6 miljoen. Er heeft zich in het boekjaar geen terreurschade binnen deze overeenkomst voorgedaan.
5.15.3 Bankgaranties
Binnen DELA Groep zijn in totaal voor € 1,3 miljoen aan bankgaranties afgegeven. Hoofdzakelijk zijn deze afgegeven bij huurcontracten met externe partijen.
5.15.4 Meerjarige financiële verplichtingen
Meerjarige financiële verplichtingen, specificatie
| Bedragen x € 1.000 | Korter dan één jaar | Tussen één en vijf jaar | Langer dan vijf jaar |
|---|---|---|---|
| Huurverplichtingen | 3.910 | 12.835 | 10.787 |
| Leaseverplichtingen | 6.562 | 15.040 | 2 |
5.15.5 Kredietfaciliteiten
DELA Groep heeft een kredietfaciliteit bij Northern Trust met een maximum van € 100 miljoen of 10 procent van de waarde van de effecten die in bewaring zijn gegeven. Het onderpand bestaat dan ook uit de effecten die bij Northern Trust in bewaring liggen. Het verschuldigde rentepercentage betreft het ESTER-rentetarief plus een opslag van 1,25 procent.
5.15.6 Investeringsverplichting
DELA Groep heeft in 2025 nieuwe overeenkomsten gesloten om € 75 miljoen en $ 350 miljoen te investeren in infrastructuurfondsen. Ultimo 2025 zijn de resterende investeringsverplichtingen met diverse tegenpartijen € 88,2 miljoen en $371,2 miljoen (per balansdatum omgerekend € 315,5 miljoen).
DELA Groep heeft in 2025 een nieuwe overeenkomst gesloten om € 50 miljoen te investeren in vastgoedfondsen. Ultimo 2025 zijn de resterende investeringsverplichtingen € 50 miljoen.
DELA Groep heeft in 2025 een nieuwe overeenkomst gesloten om € 25 miljoen te investeren in land- en bosbouwfondsen. Ultimo 2025 zijn de resterende investeringsverplichtingen met diverse tegenpartijen € 60,8 miljoen en $ 40,8 miljoen (per balansdatum omgerekend € 34,7 miljoen).
5.15.7 Toekomstige contractuele huurinkomsten
DELA Groep heeft uit hoofde van lopende huurovereenkomsten recht op toekomstige huuropbrengsten.
Toekomstige contractuele huurinkomsten
| Bedragen x € 1.000 | Korter dan één jaar | Tussen één en vijf jaar | Langer dan vijf jaar |
|---|---|---|---|
| Huurinkomsten | 1.717 | 5.147 | 10.434 |
5.15.8 Fiscale eenheid
Binnen DELA Groep zijn fiscale eenheden samengesteld voor de vennootschapsbelasting (VPB) en voor de omzetbelasting (OB) in zowel Nederland als België. Iedere vennootschap binnen de fiscale eenheid is hoofdelijk aansprakelijk voor de verschuldigde belastingen. In de tabel hieronder wordt de samenstelling van deze fiscale eenheden weergegeven.
Samenstelling fiscale eenheden
| VPB Nederland | OB Nederland | OB België | |
|---|---|---|---|
| DELA Coöperatie U.A. | Ja | Ja | Nee |
| DELA Holding N.V. | Ja | Ja | Nee |
| DFW Group B.V. | Nee | Ja | Nee |
| DFW Service B.V. | Nee | Ja | Nee |
| DFW Holland B.V. | Nee | Ja | Nee |
| DFW Europe B.V. | Nee | Ja | Nee |
| DELA Natura- en levensverzekeringen N.V. | Ja | Ja | Nee |
| DELA Vastgoed B.V. | Ja | Ja | Nee |
| DELA Hypotheken B.V. | Ja | Ja | Nee |
| DELA Crematoria Groep B.V. | Ja | Ja | Nee |
| DomusDELA Vastgoed B.V. | Ja | Ja | Nee |
| DomusDELA Klooster B.V. | Ja | Ja | Nee |
| DomusDELA Exploitatie B.V. | Ja | Ja | Nee |
| DELA Uitvaartverzorging N.V. | Ja | Ja | Nee |
| DELA Depositofonds B.V. | Ja | Ja | Nee |
| Aerde-hof & Dochter B.V. | Ja | Ja | Nee |
| Aerdehof Hospitality B.V. | Ja | Ja | Nee |
| Begrafenis- en Crematieverzorging Van der Laan B.V. | Ja | Ja | Nee |
| DELA US Investments B.V. | Ja | Ja | Nee |
| Begraafbeheer B.V. | Ja | Ja | Nee |
| Voor Elkaar Holding B.V. | Ja | Ja | Nee |
| Fello B.V. | Ja | Ja | Nee |
| Crematorium La Grande Suisse B.V. | Nee | Nee | Nee |
| Exploitatie crematorium La Grande Suisse B.V. | Nee | Nee | Nee |
| Begraafplaatsen & Crematorium Almere B.V | Nee | Nee | Nee |
| Uitvaartcentrum Zwolle B.V. | Nee | Nee | Nee |
| DELA Holding Belgium N.V. | Nee | Nee | Ja |
| Crematorium Brugge N.V. | Nee | Nee | Ja |
| Crematorium Vilvoorde N.V. | Nee | Nee | Ja |
| Hainaut Crémation SA | Nee | Nee | Ja |
| DELA Funerals Assistance 1 BVBA | Nee | Nee | Ja |
| DELA Natura-en levensverzekeringen N.V. filiaal België | Nee | Nee | Ja |
| DELA Vastgoed België N.V. | Nee | Nee | Ja |
| Les Funérailles Borgno SA | Nee | Nee | Ja |
| DELA Enterprise N.V. | Nee | Nee | Ja |
5.16 Gebeurtenissen na balansdatum
Op 9 januari 2026 heeft DELA Natura- en levensverzekeringen N.V. al haar aandelen in DELA Vastgoed B.V. verkocht en geleverd.