Spring naar inhoud

5. Toelichting op de balans

5.1 Immateriële vaste activa

Immateriële vaste activa, verloop
Bedragen x € 1.000   2025 2024
       
Boekwaarde per 1 januari   163.504  151.215 
       
Investeringen   23.687  22.957 
Afwaardering   -1.093 
Verwerving als gevolg van acquisities   12.759  3.775 
Afschrijvingen   -18.591  -13.350 
       
Boekwaarde per 31 december   181.359  163.504 
       
Verkrijgingsprijzen *   398.254  361.808 
Cumulatieve waardeverminderingen en afschrijvingen *   -216.895  -198.304 
       
Boekwaarde per 31 december   181.359  163.504 

* In de vergelijkende cijfers zijn de cumulatieve aanschafwaarde en cumulatieve afschrijvingen aangepast. Deze aanpassingen hebben geen effect op de boekwaarde van de immateriële vaste activa.

Immateriële vaste activa, specificatie
Bedragen x € 1.000 Goodwill Overgenomen verzekerings-portefeuilles Intern ontwikkelde software Extern aangekochte software Overig Totaal
             
Boekwaarde per 1 januari 2025 74.514  8.390  29.329  50.658  613  163.504 
             
Investeringen 7.777  15.910  23.687 
Desinvesteringen
Verwerving als gevolg van acquisities 12.036  723  12.759 
Afschrijvingen -4.207  -610  -6.847  -6.526  -401  -18.591 
             
Boekwaarde per 31 december 2025 82.343  7.780  30.259  60.042  935  181.359 
             
Verkrijgingsprijzen 203.076  40.471  47.286  99.098  8.324  398.255 
Cumulatieve waardeverminderingen en afschrijvingen -120.733  -32.691  -17.027  -39.056  -7.389  -216.896 
             
Boekwaarde per 31 december 2025 82.343  7.780  30.259  60.042  935  181.359 

De investeringen gedurende het boekjaar 2025 hebben betrekking op investeringen in meerdere softwaresystemen. 

De overname van DFW Group B.V. heeft geleid tot het opnemen van €11,5 miljoen aan goodwill.

Per jaareinde ziet nog € 17,8 miljoen van de goodwillpositie toe op overgenomen Nederlandse en Belgische uitvaartactiviteiten. De waardering van deze goodwillpositie ultimo jaareinde is sterk afhankelijk van enerzijds het verwachte rendement alsmede ook de verwachte toekomstige exploitatieresultaten. Indien deze grootheden in de toekomst afwijken van de huidige inschattingen kan dit een effect hebben op de boekwaarde.

Per jaareinde is de goodwillpositie die betrekking heeft op de overname van Yarden € 53,5 miljoen. De afloop hiervan hangt samen met de uitloop van de Yarden-portefeuille.


5.2 Overige activa

Onroerende zaken in eigen gebruik, verloop
Bedragen x € 1.000   2025 2024
       
Boekwaarde per 1 januari   27.455  31.998 
       
Investeringen   3.564  5.866 
Herwaarderingen   18  -2.744 
Verwerving als gevolg van acquisitie   43  3.848 
Desinvesteringen   -8.378  -9.796 
Afschrijvingen   -1.834  -1.717 
       
Boekwaarde per 31 december   20.868  27.455 
       
Aanschafwaarde *   36.746  47.107 
Afschrijvingen en herwaarderingen *   -15.878  -19.652 
   
Boekwaarde per 31 december   20.868  27.455 

* In de vergelijkende cijfers zijn de cumulatieve aanschafwaarde en cumulatieve afschrijvingen aangepast. Deze aanpassingen hebben geen effect op de boekwaarde van de onroerende zaken in eigen gebruik.

Over de desinvesteringen is een boekwinst van € 1.172.000 gerealiseerd (2024: boekverlies € 33.000).

Overige vaste bedrijfsmiddelen, verloop
Bedragen x € 1.000   2025 2024
       
Boekwaarde per 1 januari   34.664  30.942 
       
Investeringen   10.732  11.670 
Verwerving als gevolg van acquisities   205  501 
Desinvesteringen   -35  -225 
Afschrijvingen   -7.394  -8.224 
Overige waardemutaties    
   
Boekwaarde per 31 december   38.172  34.664 
       
Aanschafwaarde *   110.406  109.388 
Cumulatieve afschrijvingen *   -72.234  -74.724 
   
Boekwaarde per 31 december   38.172  34.664 

* In de vergelijkende cijfers zijn de cumulatieve aanschafwaarde en cumulatieve afschrijvingen aangepast. Deze aanpassingen hebben geen effect op de boekwaarde van de overige vaste bedrijfsmiddelen.

Over de desinvesteringen is geen boekwinst gerealiseerd (2024: geen boekwinst).

​5.3 Beleggingen

DELA Groep beheert risicoposities met behulp van periodieke Asset & Liability Management (ALM)–studies met het doel op de lange termijn beleggingsresultaten te realiseren die de interestverplichtingen uit hoofde van verzekeringscontracten en deposito's overtreffen en daarnaast de winstdelingsambities zoveel mogelijk waarmaken. De belangrijkste beleggingsdoelstelling in het verzekeringsbedrijf is de maximalisatie van het beleggingsrendement binnen het toegestane risicokader.

5.3.1 Onroerende zaken

Onroerende zaken, verloop
Bedragen x € 1.000   2025 2024
       
Boekwaarde per 1 januari   507.301  530.956 
       
Investeringen   17.314  11.772 
Herwaarderingen   5.304  -11.487 
Aquisitie   245 
Desinvesteringen   -17.543  -23.940 
       
Boekwaarde per 31 december   512.621  507.301 
       
Verkrijgingsprijzen   450.256  488.679 
Cumulatieve waardemutaties   62.365  18.622 
       
Boekwaarde per 31 december   512.621  507.301 

Onroerende zaken betreffen investeringen in direct vastgoed. Om een betere geografische spreiding van vastgoedbeleggingen te bewerkstelligen zijn vanaf 2020 delen van de vastgoedportefeuille verkocht en is er geïnvesteerd in internationale vastgoedfondsen (beleggingscategorie: vastgoedfondsen). 

In het volgende overzicht is een verdeling van onroerende zaken naar soort weergegeven.

Onroerende zaken, specificatie
Bedragen x € 1.000   31-12-2025 31-12-2024
       
Winkels   30.614  42.760 
Woningen   1.618  2.825 
Crematoria   310.197  295.185 
Uitvaartcentra   112.487  106.346 
Kantoren   31.668  30.520 
Overig   26.037  29.665 
       
Totaal   512.621  507.301 

De overige onroerende zaken zijn allemaal dienstbaar aan de bedrijfsactiviteiten. Deze hebben betrekking op DomusDELA en lopende projecten. De fair value van DomusDELA Vastgoed (€ 15,1 miljoen) en Klooster (€ 4,5 miljoen) zijn gebaseerd op de laatst uitgevoerde externe taxaties, die gedateerd zijn op eind 2023, vermeerderd met de investeringen. Er is geen reden om deze waarde te herzien.

Per 31-12-2025 stond er € 5,3 miljoen aan onroerende zaken in ontwikkeling.

Onroerende zaken, financiële resultaten
Bedragen x € 1.000   2025 2024
       
Huurinkomsten   39.498  40.680 
Overige baten en lasten   5.009  -18.822 
Exploitatiekosten   -16.489  -18.395 
       
Totaal   28.018  3.463 

De huurinkomsten zijn inclusief interne huurinkomsten (€ 33,3 miljoen), in de resultatenrekening zijn deze geëlimineerd.

De huurcontracten voor commercieel vastgoed worden opgesteld op basis van ROZ-model 2012 (Raad voor Onroerende Zaken). 

De Overige baten en lasten komen voornamelijk voort uit een ongerealiseerde waardemutaties van de onroerende zaken. Dit is onderdeel van de beleggingsopbrengsten.

DELA Groep heeft beperkte leegstand en heeft geen materiële impact op de waardering.

Contractuele verplichtingen per balansdatum
Bedragen x € 1.000   31-12-2025 31-12-2024
       
Voor nieuwbouw  
Voor herontwikkeling   10.752  4.185 
       
Totaal   10.752  4.185 

In de waardebepaling van onroerende zaken zijn schattingen opgenomen. Daarom bestaat er een mate van onzekerheid in de waardering en dient er bij de waardering altijd met een bandbreedte rekening gehouden te worden. De nauwkeurigheid van een taxatie van een courant object wordt geacht te liggen binnen een bandbreedte van 10 procent (+/ -) van de waarde. Hieronder wordt de waarderingsmethode per categorie onroerende zaak toegelicht.

Waarderingsmethode van winkels, woningen en kantoren

Eind 2025 was er een definitieve en onvoorwaardelijke overeenstemming over de verkoop van de aandelen van DELA Vastgoed B.V. waarin de onroerende zaken waren ondergebracht voor de categorieën winkels, woningen en kantoren. De waardering per eind 2025 is gebaseerd op de overeengekomen koopsom. De levering heeft inmiddels in boekjaar 2026 daadwerkelijk plaatsgevonden.

De waardering van de onroerende zaken werd tot en met 2024 onder meer gebaseerd op beschikbare marktgegevens en werd samengesteld door externe taxateurs. De taxaties werden uitgevoerd conform RICS Taxatiestandaarden (Royal Institution of Chartered Surveyors) en conform het reglement van de NRVT (Nederlands Register Vastgoed Taxateurs). Zowel de RICS Taxatiestandaarden als het reglement van de NRVT voldoen aan de 'International Valuation Standards' en derhalve voldeden de taxaties hier ook aan. De methode is afhankelijk van het type vastgoed. In de vastgoedportefeuille was de BAR/NAR-methode (bruto aanvangsrendement/netto aanvangsrendement), de huurwaardekapitalisatiemethode en de Discounted cashflow (DCF) methode gehanteerd. Minimaal één keer in de 3 jaar werd de waarde door onafhankelijke, externe deskundigen vastgesteld door middel van een full valuation op basis van onderhandse verkoopwaarde in verhuurde staat. In de tussenliggende jaren werd de waarde gebaseerd op een hertaxatie die ook door de externe deskundigen werd verricht. Verkoopresultaten en waardeveranderingen van op marktwaarde gewaardeerde onroerende zaken worden verwerkt in de resultatenrekening. Via de resultatenrekening worden deze waardeveranderingen, mits deze (op pandniveau) cumulatief positief zijn, verwerkt in de herwaarderingsreserve waarbij met latente belastingen rekening wordt gehouden. Hierbij wordt rekening gehouden met de oorspronkelijke kostprijs waarbij geen correctie wordt gemaakt voor afschrijvingen.

Winkels

Voor het bepalen van de actuele waarde van de winkels werden de volgende berekeningsmethoden gehanteerd: de huurwaardekapitalisatiemethode of de DCF-methode. De taxateur maakt een afweging met welke methode hij het best de waarde kan bepalen. Bij winkels wordt voornamelijk de huurwaardekapitalisatiemethode gehanteerd, bij winkelcentra voornamelijk de DCF-methode. Bij de huurwaardekapitalisatiemethode wordt de actuele waarde bepaald aan de hand van de brutomarkthuurwaarde van de verhuurbare vloeroppervlakten van de gebouwen en/of terreinen, verminderd met onroerende zaak gebonden zakelijke en andere lasten en gerelateerd aan een onder de huidige marktomstandigheden reëel geacht nettorendement.

Woningen

Voor de bepaling van de actuele waarde van de woningen werden de DCF-methode gebruikt. Bij deze berekening wordt uitgegaan van een rendement gedurende een beschouwperiode van 10 jaar. De cashflows bestaan uit huurinkomsten en eventuele uitpondopbrengsten, verminderd met onroerende zaak gebonden zakelijke en andere lasten.

Kantoren

Voor kantoren is het in de markt gangbaar om deze objecten te waarderen op basis van de inkomstenbenadering en de vergelijkingsmethodiek. Derhalve was de waardering tot stand gekomen door middel van een gecombineerde BAR/NAR-DCF rekenmethodiek.

Waarderingsmethode van crematoria

Crematoria worden gewaardeerd tegen de actuele waarde op balansdatum. Voor de bepaling van deze actuele waarde wordt bij crematoria ouder dan 5 jaar de DCF-methode en huurwaardekapitalisatiemethode gebruikt. De gehanteerde discount rates zijn marktconform en liggen tussen 9,6 procent en 10,6 procent. Minimaal één keer in de 5 jaar wordt de waarde door onafhankelijke, externe deskundigen vastgesteld. In de tussenliggende jaren wordt de actuele waarde intern vastgesteld. Het extern waarderen vindt roulerend in de tijd over de portefeuille plaats, waardoor jaarlijks altijd een gedeelte van de portefeuille door een onafhankelijke, externe deskundigen is vastgesteld. 

De crematoria jonger dan 5 jaar worden gewaardeerd op basis van de stichtingskosten, aangezien deze periode als opstartfase aangemerkt wordt. Daarnaast wordt jaarlijks met een intern rekenmodel getoetst of er een bijzondere waardevermindering moet plaatsvinden.

Door het gebrek aan actuele transacties in de markt die gebruikt kunnen worden om het taxatieproces te valideren, heeft het taxeren van onroerende zaken een aanzienlijk verhoogde graad van onzekerheid. In geval er sprake is van verkooptransacties in de periode waarin de jaarrekening wordt opgemaakt waarbij er afwijkingen zijn tussen de verkoopwaarde en de taxatiewaarde, vindt waardering van de onroerende zaak plaats tegen de gerealiseerde verkoopwaarde. Verkoopresultaten en waardeveranderingen van op marktwaarde gewaardeerde onroerende zaken worden verwerkt in de resultatenrekening. Via de resultatenrekening worden deze waardeveranderingen, mits deze (op pandniveau) cumulatief positief zijn, verwerkt in de herwaarderingsreserve waarbij met latente belastingen rekening wordt gehouden. Hierbij wordt rekening gehouden met de oorspronkelijke kostprijs waarbij geen correctie wordt gemaakt voor afschrijvingen.

Waarderingsmethode van uitvaartcentra

De uitvaartcentra die eigendom zijn van de verzekeraar (of één van haar deelnemingen) zijn als beleggingsvastgoed aangemerkt. Deze uitvaartcentra worden gewaardeerd tegen de actuele waarde op balansdatum. Voor de bepaling van deze actuele waarde wordt bij uitvaartcentra ouder dan 5 jaar de huurwaardekapitalisatiemethode toegepast. Minimaal één keer in de 5 jaar wordt de waarde door onafhankelijke, externe deskundigen vastgesteld. In de tussenliggende jaren wordt de actuele waarde intern vastgesteld. Het extern waarderen vindt roulerend in de tijd over de portefeuille plaats, waardoor jaarlijks altijd een gedeelte van de portefeuille door een onafhankelijke, externe deskundigen is vastgesteld.
De uitvaartcentra jonger dan 5 jaar worden gewaardeerd op basis van de stichtingskosten, aangezien deze periode als opstartfase aangemerkt wordt en daarom de beste inschatting is van de actuele waarde.
Verkoopresultaten en waardeveranderingen van op marktwaarde gewaardeerde onroerende zaken worden verwerkt in de resultatenrekening. Via de resultatenrekening worden deze waardeveranderingen, mits deze (op pandniveau) cumulatief positief zijn, verwerkt in de herwaarderingsreserve waarbij met latente belastingen rekening wordt gehouden. Hierbij wordt rekening gehouden met de oorspronkelijke kostprijs waarbij geen correctie wordt gemaakt voor afschrijvingen.

Waarderingsmethode overige onroerende zaken

Voor het bepalen van de actuele waarde van de overige onroerende zaken wordt de huurwaardekapitalisatiemethode gehanteerd. Voor lopende projecten worden de totale kosten opgenomen als waardering.

5.3.2 Deelnemingen

Deelnemingen, specificatie
Bedragen x € 1.000 Aandeel in geplaatst kapitaal 31-12-2025 31-12-2024
       
- Société d'Étude et de Service pour la Crémation N.V., Rue des Nutons 329, Charleroi 35% 1.375  1.345 
- Neo Joule B.V., Sintelstraat 27, Maasbracht 18% 1.400  1.400 
- Salarise Holding B.V., Hoofdstraat 244, Driebergen-Rijsenburg 27%  
       
Totaal   2.775  2.745 
Deelnemingen, verloop
Bedragen x € 1.000   2025 2024
       
Boekwaarde per 1 januari   2.745  3.542 
       
Desinvesteringen   -198 
Resultaat deelneming   30  58 
Afwaarderingen   -657 
       
Boekwaarde per 31 december   2.775  2.745 
  • DELA Funerals Assistance 1 BVBA heeft een 35 procent belang in Société d'Étude et de Service pour la Crémation N.V., een crematorium; 
  • DELA Holding N.V. heeft een 18,4 procent belang in deelneming Neo Joule B.V. Neo Joule B.V. is opgericht voor onderzoek naar andere crematiemethoden.
  • De positie in Salarise Holding B.V. was in 2024 al afgewaardeerd naar € 0. Dochteronderneming Salarise B.V. is verkocht.

5.3.3 Overige financiële beleggingen

Overige financiële beleggingen, verloop
Bedragen x € 1.000 Boekwaarde 31-12-2024 Aankopen Verkopen en aflossingen Herwaardering en andere mutaties Boekwaarde 31-12-2025
           
Aandelen en andere niet-vastrentende waardepapieren 2.156.410  1.582.709  -1.660.478  235.616  2.314.257 
Obligaties en andere vastrentende waardepapieren 2.699.094  960.893  -826.396  -90.305  2.743.286 
Derivaten -219.442  231.156  11.714 
Hypothecaire leningen 138.770  3.101  -14.721  127.150 
Overige leningen 255.324  144.026  -125.793  -5.685  267.872 
Vastgoedfondsen 1.897.955  91.721  -129.773  -76.377  1.783.526 
Infrastructuurfondsen 1.147.393  170.895  -8.048  -25.888  1.284.352 
Land- en bosbouwfondsen 334.320  25.513  -5.202  354.631 
Hypotheekfondsen 411.385  236.521  -10.254  637.652 
Beleggingen in liquide middelen 58.445  45.532  -63.340  40.637 
Andere financiële beleggingen 88.945  69.549  -7.194  4.703  156.003 
           
Totaal 9.188.041  3.330.460  -3.055.185  257.764  9.721.080 
Niet-afgedekte valutaposities
Bedragen x € 1.000   31-12-2025 31-12-2024
       
Amerikaanse dollar    319.024   1.268.471 
Zuid-Koreaanse won    192.477   139.305 
Britse pond    159.207   143.395 
Nieuwe Taiwanese dollar    140.187   80.236 
Japanse yen    124.513   121.410 
Indiase roepie    107.489   91.836 
Australische dollar    107.309   97.029 
Mexicaanse peso    89.760   84.193 
Zweedse kroon    86.346   40.946 
Canadese dollar    80.278   73.196 
Overig    618.322   719.208 
       
Totaal    2.024.912   2.859.224 

De niet-afgedekte valutaposities zijn bepaald op basis van het doorkijkprincipe aangezien dit het daadwerkelijke valutarisico weergeeft.

Aandelen en obligaties

Alle aandelen en obligaties zijn beursgenoteerd. 

De modified duration is een maat voor de rentegevoeligheid. De modified duration van de obligaties en andere leningen bedraagt gemiddeld 4,7 (2024: 4,7).

Aandelen, geografisch verdeeld
In procenten   31-12-2025 31-12-2024
       
Noord-Amerika   35,3% 36,9%
Azië-Pacific   34,0% 33,7%
Europa   26,0% 25,3%
Midden Oosten   2,5% 2,4%
Latijns Amerika   2,2% 1,8%
     
Totaal   100,0% 100,0%
Aandelen, verdeling naar sector
In procenten   31-12-2025 31-12-2024
       
Informatie Technologie   22,5% 21,4%
Financiële instellingen   20,9% 21,2%
Industrie   13,9% 12,1%
Luxe consumentengoederen   10,5% 12,3%
Gezondheidszorg   8,8% 8,6%
Communicatiediensten   7,0% 7,4%
Grondstoffen   4,6% 3,6%
Consumptiegoederen   4,3% 5,3%
Energie   3,2% 3,9%
Nutsbedrijven   2,3% 1,8%
Vastgoed   2,0% 2,4%
       
Totaal   100,0% 100,0%
Vastrentende waardepapieren, verdeling naar rating
In procenten   31-12-2025 31-12-2024
       
AAA   24,4% 26,6%
AA   12,0% 12,9%
A   6,9% 6,6%
BBB   19,4% 17,9%
< BBB   27,2% 29,4%
Overige   10,1% 6,5%
       
Totaal   100,0% 100,0%
Derivaten

De waardering van de derivaten (valutatermijn contracten) vindt plaats op basis van de ‘mark-to-model’ benadering. De gemiddelde resterende looptijd van deze contracten per 31 december 2025 bedraagt 67 dagen. 

Per 31 december 2024 hadden de derivaten een negatieve waarde van € 95,5 miljoen en zijn deze op de balans gerubriceerd onder de kortlopende schulden en overlopende passiva.

Hypothecaire leningen

De hypothecaire leningen betreffen directe investeringen in hypotheken, alle met NHG verstrekt. De actuele waarde van de hypothecaire leningen bedraagt € 125,1 miljoen. De actuele waarde van de onderpanden op de hypothecaire leningen bedraagt € 356,7 miljoen per eind 2025. 

Vastgoedfondsen

De vastgoedfondsen zijn niet-beursgenoteerd. De waardering van de vastgoedfondsen betreft de reële waarde, waarbij de DCF-methode is gehanteerd. Deze waardering wordt van de fondsmanagers overgenomen en betreft de waarderingsmethode die ook gebruikt wordt bij het verhandelen van eigendomsstukken, over het algemeen de INREV-waardering. De waardering voldoet aan algemene aanvaardbare waarderingsmethodes. Deze waardering wordt uitgevoerd door een externe taxateur/waardeerder. Van de meeste fondsen ontvangen wij een ISAE3402 Type II rapport of equivalent daarvan.

Van alle vastgoedfondsen wordt een controleverklaring, indien nog niet beschikbaar een statusupdate van de audit in combinatie met een backtest, van de onafhankelijke accountant bij de waardering of jaarrekening ontvangen voordat de jaarrekening van DELA Groep is vastgesteld. Hiermee bestaat er voldoende zekerheid over de betrouwbaarheid van de door fondsmanagers verantwoorde waarderingen, er blijft echter in beperkte mate sprake van schattingsonzekerheden die van nature aanwezig zijn bij de door het fonds gehouden investeringen.

Infrastructuurfondsen en land- en bosbouwfondsen

De infrastructuurfondsen en land- en bosbouwfondsen zijn niet-beursgenoteerd. De waardering van de fondsen betreft de reële waarde en wordt van de fondsmanagers overgenomen. Bij waardering van de fondsen is de DCF-methode gehanteerd. Bij de waardering van de fondsen wordt over het algemeen een grondslag gelijk aan de INREV-methode gehanteerd. Vastgesteld is dat deze standaarden slechts marginaal van elkaar afwijken. De waardering wordt uitgevoerd door een externe taxateur/waardeerder. We ontvangen van de meeste fondsen een ISAE3402 Type II rapport of equivalent daarvan. De controleverklaring van de onafhankelijke accountant bij de waardering of jaarrekening van de fondsen, indien nog niet beschikbaar een statusupdate van de audit  in combinatie met een backtest, wordt voor een aantal fondsen pas ontvangen nadat de jaarrekening van DELA Groep is vastgesteld. Analyse heeft uitgewezen dat er voldoende zekerheid bestaat over de betrouwbaarheid van de door fondsmanagers verantwoorde waarderingen, er blijft echter in beperkte mate sprake van schattingsonzekerheden die van nature aanwezig zijn bij de door het fonds gehouden investeringen.

Hypotheekfonds

Het hypothekenfonds is niet-beursgenoteerd en bestaat uit investeringen in niet-NHG hypotheken. De waardering van het hypothekenfonds betreft de reële waarde en wordt van de fondsmanagers overgenomen. Bij de waardering van het hypothekenfonds is de DCF-methode gehanteerd. Het fonds past lokale boekhoudstandaarden toe die door DELA geëvalueerd worden op toepasbaarheid binnen de eigen waarderingsgrondslagen. De waardering wordt intern uitgevoerd en getoetst door de externe accountant van het fonds. We ontvangen een ISAE3402 Type II rapport daarvan. De controleverklaring van de onafhankelijke accountant bij de jaarrekening van het fonds wordt ontvangen voordat de jaarrekening van DELA Groep is vastgesteld. Hiermee bestaat er voldoende zekerheid bestaat over de betrouwbaarheid van de verantwoorde waarderingen, er blijft echter in beperkte mate sprake van schattingsonzekerheden die van nature aanwezig zijn bij door het fonds gehouden investeringen.

Beleggingen in liquide middelen

Beleggingen in liquide middelen hebben betrekking op vorderingen en schulden die direct verband houden met de beleggingsportefeuilles met een afgegeven mandaat aan de vermogensbeheerder.

Andere financiële beleggingen

De onder de Andere financiële beleggingen opgenomen bedragen hebben betrekking op de kunstcollectie, belangen in niet-beursgenoteerde participatiemaatschappijen en een leningenfonds. De kunstcollectie is tegen kostprijs of lagere marktwaarde gewaardeerd. Ultimo 2025 bedraagt deze € 4,6 miljoen (2024: € 4,3 miljoen). De waarde van het leningenfonds bedraagt ultimo 2025 € 150,1 miljoen (2024: 73,3 miljoen). De marktwaarde van participatiemaatschappijen is gebaseerd op de DCF-methode.

Het leningenfonds is niet-beursgenoteerd en bestaat uit investeringen in bedrijfsleningen. De waardering van het leningenfonds betreft de reële waarde en wordt van de fondsmanagers overgenomen. Bij de reële waardering van het leningenfonds zijn de standaarden gehanteerd die aansluiten bij IFRS. DELA heeft vastgesteld dat deze standaarden slechts marginaal afwijken van de DELA-grondslagen. De waardering wordt uitgevoerd door een externe waardeerder. We ontvangen van het fonds een ISAE3402 Type II rapport. Voordat de jaarrekening van DELA Groep is vastgesteld ontvangt DELA in ieder geval een controleverklaring, danwel een audit statement, van de onafhankelijke accountant waarmee er voldoende zekerheid bestaat over de betrouwbaarheid van de verantwoorde waarderingen, er blijft echter in beperkte mate sprake van schattingsonzekerheden die van nature aanwezig zijn bij door het fonds gehouden investeringen.

Securities lending

DELA Groep leent aandelen en obligaties uit. Om het risico voor DELA Groep te beperken, dienen de leners hiervoor onderpand (collateral) te storten. Hierbij is cash-collateral niet toegestaan en aan de lenende partijen worden strenge eisen gesteld. Om het risico verder te beperken worden de volgende aanvullende restricties opgelegd:

  • alleen tegenpartijen met een rating van minimaal A- volgens S&P;
  • onderpand alleen staatsobligaties van OECD-landen met een rating van minimaal AA- volgens S&P;
  • de marktwaarde van het onderpand dient minimaal 102 procent te bedragen van de marktwaarde van de uitgeleende effecten;
  • aandelen op onze engagementlijst worden niet uitgeleend. Engagement is het proces waarbij actief gebruik gemaakt wordt van rechten als aandeelhouder.

De marktwaarde van de uitgeleende stukken per 31-12-2025 bedraagt € 190,7 miljoen (2024: € 182,3 miljoen). De waarde van het onderpand bedraagt € 198,2 miljoen (2024: € 188,4 miljoen). De opbrengst van uitgeleende stukken bedraagt € 0,5 miljoen (2024: € 0,4 miljoen).

5.4 Voorraden

Voorraden, specificatie
Bedragen x € 1.000   31-12-2025 31-12-2024
       
Voorraden uitvaartbedrijf   1.690  2.193 
Voorraden halffabrikaten en materialen crematieovens   2.293 
Onderhanden projecten   1.530 
       
Totaal   5.513  2.193 
Onderhanden projecten, specificatie
Bedragen x € 1.000   31-12-2025 31-12-2024
       
Gerealiseerde projectkosten   8.986 
Toegerekende winst   3.075 
Gedeclareerde termijnen   -10.531 
       
Totaal   1.530 

5.5 Vorderingen

Vorderingen, specificatie
Bedragen x € 1.000   31-12-2025 31-12-2024
       
Latente belastingvorderingen   97.272  122.938 
Vennootschapsbelasting   5.082  61.761 
Belastingen en premies sociale verzekeringen   3.940  16.190 
Vordering op de pensioenuitvoerder   1.869  1.679 
Debiteuren   26.228  25.163 
Vorderingen uit verzekeren   -290 
Overige vorderingen   16.521  19.100 
       
Totaal   150.912  246.541 

De vorderingen hebben een looptijd van korter dan een jaar, behalve de latente belastingvorderingen. De boekwaarde van de vorderingen is een redelijke benadering van de reële waarde.

Op de latente belastingposities wordt saldering toegepast. In de tabel hieronder is een specificatie gegeven van de verschillende latente posities die gezamenlijk gepresenteerd zijn op de actiefzijde van de balans, waarbij als gevolg van saldering ook negatieve bedragen in zijn opgenomen. Dit betreft per saldo een latente belastingvordering op de Nederlandse fiscus.

Latente belastingvorderingen, specificatie
Bedragen x € 1.000   31-12-2025 31-12-2024
       
Inzake andere fiscale waardering van:      
- technische voorziening   92.876  93.161 
- verliesverrekening voorgaande jaren   74.641  83.040 
- eerste kosten   49.808  45.703 
- effecten   -70.936  -30.309 
- onroerende zaken   -39.006  -72.033 
- overig   -10.111  3.376 
       
Totaal   97.272  122.938 

Bij de waardering van de verlieslatentie wordt de realiseerbaarheid van de post getoetst middels projecties van toekomstige fiscale winsten. In deze toekomstprojecties zitten schattingsrisico's. Deze risico's zitten voornamelijk binnen de schattingen van toekomstige beleggingsresultaten en toekomstige winstdelingen. De te verrekenen bronbelasting (€ 6,3 miljoen) is opgenomen onder verliesverrekening voorgaande jaren.

5.6 Overlopende activa

De overlopende activa bestaan uit nog te facturen omzet en vooruitbetaalde kosten.

5.7 Liquide middelen

De liquide middelen staan ter vrije beschikking van de rechtspersoon. De liquide middelen bestaan volledig uit banktegoeden.

5.8 Groepsvermogen

Eigen vermogen, verloop
Bedragen x € 1.000   2025  2024 
       
Boekwaarde per 1 januari (o.b.v. jaarrekening 2024)     1.007.957 
Effect aanpassing vergelijkende cijfers jaarrekening 2025     -7.647 
Boekwaarde per 1 januari (na aanpassing)   1.145.951  1.000.310 
       
Resultaat na belastingen   83.941  145.642 
Overige waardemutaties   -1 
   
Boekwaarde per 31 december   1.229.892  1.145.951 

Het totaalresultaat over het boekjaar bedraagt € 83,9 miljoen.

Aandeel derden, verloop
Bedragen x € 1.000   2025  2024 
       
Boekwaarde per 1 januari   938  891 
       
Resultaat na belastingen   46 
Overige mutaties  
   
Boekwaarde per 31 december   943  938 

​5.9 Solvabiliteit

DELA Groep bepaalt de solvabiliteit op basis van Solvency II. Dat zijn Europese rekenregels waarbij voor het bepalen van de solvabiliteit rekening wordt gehouden met de risico’s die in de balans van de verzekeraar zijn opgenomen. DELA Groep hanteert het zogeheten standaardmodel Solvency II voor haar berekeningen. Hierbij wordt uitgegaan van de door de Europese toezichthouder EIOPA gepubliceerde rentetermijnstructuur (inclusief Ultimate Forward Rate) per ultimo 2025. Het minimaal noodzakelijk geachte solvabiliteitspercentage is o.b.v. waargenomen volatiliteit van het solvabiliteitspercentage intern vastgesteld op 150 procent.

Solvabiliteit (op basis van Solvency II-richtlijnen)
Bedragen x € 1.000   31-12-2025 31-12-2024
       
Vereiste solvabiliteit   1.528.923  1.292.927 
Aanwezige solvabiliteit   3.255.248  2.583.845 
Solvabiliteitsratio   213% 200%

De Solvency II-ratio is gestegen ten opzichte van 2024. Voor het verloop van de solvabiliteitsratio in 2025 wordt verwezen naar hoofdstuk 4 Risicoparagraaf en het hoofdstuk Financieel in het jaarverslag. 

Voor een nadere toelichting op de totstandkoming van de solvabiliteitsratio's wordt verwezen naar de SFCR-rapportage (solvabiliteit en financiële toestand) die geen deel uitmaakt van de jaarrekening of het jaarverslag. De SFCR-rapportage is gepubliceerd op de website van DELA.

5.10 Technische voorzieningen

Technische voorzieningen, specificatie
Bedragen x € 1.000   31-12-2025 31-12-2024
       
Bruto technische voorzieningen   9.267.523  8.712.928 
Herverzekeringsdeel   -15.670 
Overrentedeling   20.236  19.489 
Geactiveerde acquisitiekosten   -133.776  -126.580 
   
Totaal   9.153.983  8.590.167 
Technische voorziening, verloop
Bedragen x € 1.000   2025  2024 
       
Boekwaarde per 1 januari   8.590.166  8.031.706 
       
- Uit premies   601.078  578.879 
- Interest   220.581  204.959 
- Winstdeling   264.826  281.247 
- Uitkeringen   -287.304  -267.699 
- Deelpremie voor overlijden   -219.561  -205.458 
- Onttrekking voor kosten   -19.085  -18.921 
- Overige mutaties   10.477  -4.131 
- Geactiveerde en afgeschreven acquisitiekosten   -7.195  -10.415 
   
Boekwaarde per 31 december   9.153.983  8.590.167 

Nagenoeg de totale technische voorziening is als langlopend te beschouwen. De modified duration betreft 34,3. 

Het aandeel van herverzekeraars in de technische voorzieningen en de uitkeringen waartoe DELA Groep uit hoofde van haar herverzekeringscontracten gerechtigd is, worden in mindering gebracht op de bruto technische voorzieningen. In 2025 zijn de herverzekeringscontracten die leidden tot een herverzekerde technische voorziening omgezet in een nieuw contract. Bij het nieuwe contract is geen sprake van een herverzekerde voorziening verzekeringsverplichtingen en daarom is deze komen te vervallen. Deze is onderdeel van de overige mutaties.

De voorzieningen voor het levenrisico zijn in beginsel gebaseerd op tariefgrondslagen en dat zijn doorgaans bevolkingssterfetafels, een vaste rekenrente en kostenparameters voor eerste en doorlopende kosten.

Technische voorzieningen, specificatie 2025
Bedragen x € 1.000 Jaarpremie Verzekerd kapitaal Opgebouwd saldo Voorziening verzekerings-verplichtingen Aantal verzekerden
           
Uitvaartverzekering 696.725  34.305.476  8.707.451  5.049.199 
Spaarverzekering 32.263  449.078  408.253  408.253  45.669 
Overlijdensrisicoverzekering 67.659  48.755.900  151.819  511.526 
Winstdeling en kortingen 20.236 
Geactiveerde acquisitiekosten -133.776 
           
Totaal 796.648  83.510.454  408.253  9.153.983  5.606.394 
Technische voorzieningen, specificatie 2024
Bedragen x € 1.000 Jaarpremie Verzekerd kapitaal Opgebouwd saldo Voorziening verzekerings-verplichtingen Aantal verzekerden
           
Uitvaartverzekering 666.447  32.771.957    8.160.935  5.015.698 
Spaarverzekering 34.144  455.390  414.003  414.003  48.305 
Overlijdensrisicoverzekering 65.273  46.545.305    137.990  512.239 
Herverzekering       -15.670   
Winstdeling en kortingen       19.489   
Geactiveerde acquisitiekosten       -126.580   
           
Totaal 765.864  79.772.652  414.003  8.590.167  5.576.242 
Geactiveerde acquisitiekosten, verloop
Bedragen x € 1.000   2025  2024 
       
Boekwaarde per 1 januari   126.580  116.165 
       
Geactiveerd   26.620  27.685 
Afgeschreven   -19.424  -17.270 
   
Boekwaarde per 31 december   133.776  126.580 

Toerekening van acquisitiekosten heeft betrekking op betaalde provisies in België en Duitsland. 

​5.11 Toereikendheidstoets

De toereikendheidstoets betreft een toets van de technische voorziening waarbij wordt aangetoond dat deze toereikend is om met een grote mate van zekerheid aan de verplichtingen jegens polishouders te kunnen voldoen. De toets houdt in dat de balansvoorziening verminderd met hiermee verband houdende toegerekende acquisitiekosten en VOBA (Value of Business Acquired) wordt vergeleken met een voorziening die rekening houdt met actuele inschattingen van alle toekomstige kasstromen en met toekomstige ontwikkelingen. In deze kasstromen zijn de verwachte toekomstige winstdeling en premiemaatregel begrepen. Bij deze actuele schatting zijn onzekerheidsmarges in acht genomen zoals voorgeschreven in Richtlijn 605 van de Raad voor de Jaarverslaggeving.

Indien deze actuele schatting lager uitkomt dan de aanwezige technische voorziening, kan gesteld worden dat de aanwezige balansvoorziening toereikend is om de toekomstige verplichtingen jegens de polishouders te voldoen.

Jaarlijks wordt deze toereikendheidstoets op de totale portefeuille verzekeringsverplichtingen uitgevoerd. Een eventueel tekort wordt onmiddellijk ten laste van de resultatenrekening gebracht door in eerste instantie de toekomstige winstmarges in overgenomen portefeuilles af te boeken, eventueel gevolgd door een afboeking van de toegerekende acquisitiekosten en vervolgens voor zover noodzakelijk een aanvullende voorziening te treffen. Afboekingen op toegerekende acquisitiekosten of toekomstige winstmarges in overgenomen portefeuilles als gevolg van deze toets worden in latere jaren niet meer teruggenomen. In het verleden zijn er geen afboekingen geweest.

Veronderstellingen toereikendheidstoets
Disconteringsvoet Gebaseerd op door EIOPA gepubliceerde rentetermijnstructuur, waarbij rekening is gehouden met de Ultimate Forward Rate (UFR) per 31 december 2025.
Winstdeling Er is sprake van volledige winstdeling indien de dekkingsgraad, ofwel de marktwaarde van de beleggingen uitgedrukt in procenten van de marktwaarde van de reeds toegekende verplichtingen, hoger is dan 210 procent. Indien de dekkingsgraad 120 procent of lager is, dan is er geen winstdeling. Tussen 120 procent en 210 procent is de winstdeling naar evenredigheid.
Premiemaatregel Indien zowel de 20-jaars swaprente volgens de hierboven omschreven rentetermijnstructuur lager is dan 1 procent en als de dekkingsgraad lager is dan 120 procent, wordt er een extra premieverhoging gevraagd. De extra premieverhoging bereikt de maximale waarde bij een rente van - 1 procent.
Verwachte sterfte Gebaseerd op de prognosetafel 2024 van het Koninklijk Actuarieel Genootschap voor Nederland, de prognosetafel 2020 van het Instituut van de Actuarissen in België voor België en de sterftetafel 2008T van de Deutschen Aktuarvereinigung voor Duitsland. De sterftekansen uit deze bevolkingstafels zijn gecorrigeerd op basis van portefeuillestatistieken.
Onnatuurlijk verval Ervaringskansen per homogene risicogroep op basis van de eigen portefeuille.
Kosten De kosten per dekking zijn bepaald op basis van de begroting 2026 en beleggingskosten die passen bij de verwachte beleggingsmix in 2026.
Garanties Reële waarde.

Het totaal van de technische voorzieningen laat bij de uitgevoerde toereikendheidstoets per ultimo 2025 op actuele waarde een overwaarde van € 2,9 miljard (2024: 2,1 miljard) zien. De stijging ten opzichte van vorig jaar komt door een aanpassing in de dekkingsgraad aan de Solvency II-rekenregels en stijging van de rentecurve. De uitkomsten van de toereikendheidstoets zijn op het niveau van DELA Natura (inclusief het Belgische en Duitse bijkantoor) uitgevoerd.

5.12 Voorzieningen

Voorzieningen, verloop
Bedragen x € 1.000 Boekwaarde 31-12-2024 Dotatie Onttrekking Overige waardemutaties Boekwaarde 31-12-2025
           
Voorziening latente belastingen 19.027  -11.996  7.031 
Voorziening jubilea 1.491  411  1.902 
Voorziening onderhoudsabonnementen crematie installaties   488  488 
Overige voorzieningen 73  3.344  -73  3.344 
   
Totaal 20.591  3.755  -12.069  488  12.765 

De voorzieningen hebben een overwegend langlopend karakter.

Op de latente belastingposities wordt saldering toegepast. In de tabel hieronder is een specificatie gegeven van de verschillende latente posities die gezamenlijk gepresenteerd zijn op de passiefzijde van de balans, waarbij als gevolg van saldering ook negatieve bedragen in zijn opgenomen. Dit betreft de latente belastingpositie met de Belgische fiscus.

Latente belastingen, specificatie
Bedragen x € 1.000   31-12-2025 31-12-2024
       
Inzake andere fiscale waardering van:      
- onroerende zaken   9.068  16.309 
- verliesverrekening voorgaande jaren   -2.630  -5.600 
- eerste kosten   8.177 
- effecten   -446 
- overig   593  587 
   
Totaal   7.031  19.027 

5.13 Langlopende schulden

Langlopende schulden, specificatie
Bedragen x € 1.000   31-12-2025 31-12-2024
       
Depositofonds   143.297  143.163 
Depot herverzekeraars   7.945 
Geldleningen o/g extern lang   7.542  8.261 
Overig   361 
       
Langlopende schulden   150.839  159.730 

De boekwaarde van de schulden is een redelijke benadering van de reële waarde.

​5.13.1 Depositofonds

Dit betreft stortingen door cliënten ten behoeve van de toekomstige verzorging van de uitvaart. Deze deposito’s worden uitgekeerd bij overlijden. Hierdoor heeft deze post een overwegend langlopend karakter.

Schulden uit hoofde van het depositofonds, verloop
Bedragen x € 1.000   2025  2024 
       
Stand per 1 januari   143.163  142.738 
       
Bijgeschreven rente   3.992  5.079 
Ontvangen stortingen   2.544  475 
Afkopen   -465  -1.206 
Verwerving als gevolg van acquisities   198 
Uitkeringen   -5.937  -4.121 
       
Boekwaarde per 31 december   143.297  143.163 

De rentevergoeding over het depositofonds wordt jaarlijks gebaseerd op de ECB-depositorente per 31 december van het betreffende jaar plus 0,75 procent, met een minimumvergoeding van 2,5 procent tot 6,0 procent per jaar afhankelijk van ingangsdatum en het ingelegde bedrag.

De rentevergoeding voor de van voormalig-Yarden overgenomen deposito's bedroeg in 2025 2,85 procent (2024: 3,58 procent).

​5.13.2 Depot herverzekeraars

In 2025 zijn de herverzekeringscontracten omgezet in 1 nieuw contract. Door deze omzetting is het depot vervallen. Over het depot werd een rente vergoed van 3 procent tot 4,5 procent per jaar.

Depot herverzekeraars, verloop
Bedragen x € 1.000   2025  2024 
       
Stand per 1 januari   7.945  6.939 
       
Ontvangen stortingen   1.006 
Omzetting herverzekeringscontract   -7.945 
       
Boekwaarde per 31 december   7.945 

​5.13.3 Geldleningen

Het betreft leningen die door dochterondernemingen aangegaan zijn. De van toepassing zijnde rentepercentages variëren van 1 procent tot 4 procent.

Geldleningen, verloop
Bedragen x € 1.000   2025  2024 
       
Stand per 1 januari   8.261  8.570 
       
Verwerving als gevolg van acquisities   33 
Aflossingen   -719  -342 
       
Boekwaarde per 31 december   7.542  8.261 

Van de geldleningen heeft € 0,3 miljoen een looptijd korter dan een jaar, € 1,2 miljoen een looptijd tussen 1 en 5 jaar en € 6,0 miljoen een looptijd langer dan 5 jaar.

5.14 Kortlopende schulden en overlopende passiva

Kortlopende schulden en overlopende passiva, specificatie
Bedragen x € 1.000   31-12-2025 31-12-2024
       
Derivaten   95.515 
Vooruitontvangen premies   85.185  82.827 
Crediteuren   13.297  16.756 
Vennootschapsbelasting   585  26.847 
Overige belastingen en sociale lasten   12.672  11.417 
Nog te betalen uitkeringen   86.659  81.047 
Kortlopend deel langlopende schulden   55  87 
Overige schulden en overlopende passiva   44.485  41.730 
       
Boekwaarde per 31 december   242.938  356.226 

De boekwaarde van de kortlopende schulden is een redelijke benadering van de reële waarde. Derivaten betreft valutatermijncontracten.

5.15 Niet in de balans opgenomen activa en verplichtingen

​5.15.1 Aansprakelijkheidsstelling

Door DELA coöperatie is ten behoeve van de meeste in de consolidatie betrokken dochterondernemingen een aansprakelijkheidsstelling afgegeven zoals bedoeld in artikel 2:403 BW. De betreffende dochterondernemingen zijn opgenomen in paragraaf 1.2.

​5.15.2 Garantiestelling terrorisme

Uit hoofde van de deelname aan de collectieve verzekering van de Nederlandse Herverzekeringsmaatschappij voor Terrorismeschaden N.V. bestaat een voorwaardelijke verplichting van terreurschaden voor een bedrag van maximaal € 2,6 miljoen. Er heeft zich in het boekjaar geen terreurschade binnen deze overeenkomst voorgedaan.

​5.15.3 Bankgaranties

Binnen DELA Groep zijn in totaal voor € 1,3 miljoen aan bankgaranties afgegeven. Hoofdzakelijk zijn deze afgegeven bij huurcontracten met externe partijen.

5.15.4 Meerjarige financiële verplichtingen

Meerjarige financiële verplichtingen, specificatie
Bedragen x € 1.000 Korter dan één jaar Tussen één en vijf jaar Langer dan vijf jaar
       
Huurverplichtingen 3.910  12.835  10.787 
Leaseverplichtingen 6.562  15.040 

​5.15.5 Kredietfaciliteiten

DELA Groep heeft een kredietfaciliteit bij Northern Trust met een maximum van € 100 miljoen of 10 procent van de waarde van de effecten die in bewaring zijn gegeven. Het onderpand bestaat dan ook uit de effecten die bij Northern Trust in bewaring liggen. Het verschuldigde rentepercentage betreft het ESTER-rentetarief plus een opslag van 1,25 procent.

​5.15.6 Investeringsverplichting

DELA Groep heeft in 2025 nieuwe overeenkomsten gesloten om € 75 miljoen en $ 350 miljoen te investeren in infrastructuurfondsen. Ultimo 2025 zijn de resterende investeringsverplichtingen met diverse tegenpartijen € 88,2 miljoen en $371,2 miljoen (per balansdatum omgerekend € 315,5 miljoen).

DELA Groep heeft in 2025 een nieuwe overeenkomst gesloten om € 50 miljoen te investeren in vastgoedfondsen. Ultimo 2025 zijn de resterende investeringsverplichtingen € 50 miljoen.

DELA Groep heeft in 2025 een nieuwe overeenkomst gesloten om € 25 miljoen te investeren in land- en bosbouwfondsen. Ultimo 2025 zijn de resterende investeringsverplichtingen met diverse tegenpartijen € 60,8 miljoen en $ 40,8 miljoen (per balansdatum omgerekend € 34,7 miljoen).

​5.15.7 Toekomstige contractuele huurinkomsten

DELA Groep heeft uit hoofde van lopende huurovereenkomsten recht op toekomstige huuropbrengsten.

Toekomstige contractuele huurinkomsten
Bedragen x € 1.000 Korter dan één jaar Tussen één en vijf jaar Langer dan vijf jaar
       
Huurinkomsten 1.717  5.147  10.434 

​5.15.8 Fiscale eenheid

Binnen DELA Groep zijn fiscale eenheden samengesteld voor de vennootschapsbelasting (VPB) en voor de omzetbelasting (OB) in zowel Nederland als België. Iedere vennootschap binnen de fiscale eenheid is hoofdelijk aansprakelijk voor de verschuldigde belastingen. In de tabel hieronder wordt de samenstelling van deze fiscale eenheden weergegeven.

Samenstelling fiscale eenheden
  VPB Nederland OB Nederland OB België
       
DELA Coöperatie U.A. Ja Ja Nee
DELA Holding N.V. Ja Ja Nee
DFW Group B.V. Nee Ja Nee
DFW Service B.V. Nee Ja Nee
DFW Holland B.V. Nee Ja Nee
DFW Europe B.V. Nee Ja Nee
DELA Natura- en levensverzekeringen N.V. Ja Ja Nee
DELA Vastgoed B.V. Ja Ja Nee
DELA Hypotheken B.V. Ja Ja Nee
DELA Crematoria Groep B.V. Ja Ja Nee
DomusDELA Vastgoed B.V. Ja Ja Nee
DomusDELA Klooster B.V. Ja Ja Nee
DomusDELA Exploitatie B.V. Ja Ja Nee
DELA Uitvaartverzorging N.V. Ja Ja Nee
DELA Depositofonds B.V. Ja Ja Nee
Aerde-hof & Dochter B.V. Ja Ja Nee
Aerdehof Hospitality B.V. Ja Ja Nee
Begrafenis- en Crematieverzorging Van der Laan B.V. Ja Ja Nee
DELA US Investments B.V. Ja Ja Nee
Begraafbeheer B.V. Ja Ja Nee
Voor Elkaar Holding B.V. Ja Ja Nee
Fello B.V. Ja Ja Nee
Crematorium La Grande Suisse B.V. Nee Nee Nee
Exploitatie crematorium La Grande Suisse B.V. Nee Nee Nee
Begraafplaatsen & Crematorium Almere B.V Nee Nee Nee
Uitvaartcentrum Zwolle B.V. Nee Nee Nee
DELA Holding Belgium N.V. Nee Nee Ja
Crematorium Brugge N.V. Nee Nee Ja
Crematorium Vilvoorde N.V. Nee Nee Ja
Hainaut Crémation SA Nee Nee Ja
DELA Funerals Assistance 1 BVBA Nee Nee Ja
DELA Natura-en levensverzekeringen N.V. filiaal België Nee Nee Ja
DELA Vastgoed België N.V. Nee Nee Ja
Les Funérailles Borgno SA Nee Nee Ja
DELA Enterprise N.V. Nee Nee Ja

​5.16 Gebeurtenissen na balansdatum

Op 9 januari 2026 heeft DELA Natura- en levensverzekeringen N.V. al haar aandelen in DELA Vastgoed B.V. verkocht en geleverd.