Milieu
Klimaatverandering
Klimaatverandering is een belangrijke uitdaging en ook voor DELA. De effecten zijn de afgelopen jaren zichtbaarder geworden, zoals de stijgende temperatuur en frequenter voorkomende extreme weersituaties. De voortdurende toename van broeikasgassen in de atmosfeer, met CO2 als grootste component, is een belangrijke bijdragende factor voor klimaatverandering. Wanneer wij in dit hoofdstuk spreken over CO2-uitstoot, dan refereren wij aan de uitstoot van alle broeikasgassen, ook wel bekend als CO2-equivalent (CO2e).
Impacts, risico’s en kansen
Klimaatverandering kan het gevolg zijn van en impact hebben op onze eigen kernactiviteiten, maar ook op onze waardeketen. In onze dubbele materialiteitsanalyse zijn drie materiële impacts en één risico geïdentificeerd op dit thema:
- Negatieve impact op mens en milieu door CO2-uitstoot (klimaatmitigatie) van de eigen bedrijfsvoering;
- Negatieve impact op mens en milieu door energiegebruik binnen de eigen bedrijfsvoering;
- Negatieve impact op mens en milieu door CO2-uitstoot (klimaatmitigatie) van beleggen;
- Risico dat de waarde van de beleggingsportefeuille daalt als gevolg van klimaatverandering.
1. CO2-uitstoot eigen bedrijfsvoering
CO2-uitstoot draagt bij aan de opwarming van de aarde. Ten behoeve van de beoordeling van de impact van DELA op gebied van klimaatverandering is de jaarlijkse CO2-uitstoot in kaart gebracht, inclusief de uitstoot in zowel de upstream- als downstreamwaardeketen. Op basis van deze analyse schatten wij in dat er sprake is van een actuele negatieve impact die op nationale schaal voorkomt en met moeite herstelbaar is. Na beoordeling blijkt dat er geen andere drukfactoren zijn binnen onze activiteiten of waardeketen die een significante klimaatimpact veroorzaken.
De CO2-uitstoot van onze eigen bedrijfsvoering betreft onder andere de crematoria, kantoor- en uitvaartlocaties, en vervoer. Ook de upstream waardeketen, zoals de levering van producten en diensten aan DELA, of het zakelijk vervoer, dragen bij aan CO2-uitstoot. Het grootste deel van de CO2-uitstoot is geconcentreerd in de uitvaartketen. Dit komt door het energie-intensieve crematieproces en de vele producten en diensten die bij een uitvaart horen. Onze CO2-uitstoot is een direct gevolg van onze kernactiviteiten.
2. Hoog energieverbruik eigen bedrijfsvoering
Energieverbruik heeft een substantiële impact op het milieu omdat het een druk legt op de totale beschikbare energiebronnen, zowel fossiel als hernieuwbaar, die eindig zijn. Bovendien leidt het gebruik van fossiele energie tot CO2-uitstoot.
DELA heeft een actuele negatieve impact op het milieu door het energieverbruik binnen de eigen bedrijfsvoering. Dit verbruik betreft onder meer de crematoria, kantoor- en uitvaartlocaties en vervoer in eigen beheer. Volgens de Europese Energy Efficiency Directive worden wij beschouwd als een grootgebruiker van energie. Het grootste deel van deze impact is verbonden aan de uitvaartketen, meer specifiek aan de uitvaartlocaties en het crematieproces.
3. CO2-uitstoot beleggingen
Onze beleggingsportefeuille kent een netto-uitstoot van CO2, die een negatieve impact heeft op mens en milieu. Op basis van onze beoordeling schatten wij in dat er sprake is van een actuele negatieve impact die op mondiale schaal voorkomt en met moeite herstelbaar is.
4. Risico waardedaling beleggingsportefeuille
De waarde van onze beleggingsportefeuille kan minder hard groeien of zelfs dalen door klimaatverandering. Dit betreft een transitierisico. Dit duurzaamheidsrisico is expliciet onderdeel van het bestaande marktrisico en systeemrisico dat wij al beheersen binnen onze beleggingsportefeuille. Dit risico is beoordeeld in de veerkrachtanalyse.
Risico-inventarisatie
Binnen DELA wordt de financiële materialiteit van klimaatgerelateerde risico's primair beoordeeld op basis van de impact op de solvabiliteitspositie (Solvency II) van DELA. De eerste stap binnen dit proces is om te beoordelen welke entiteiten een materiële impact hebben op de solvabiliteitspositie. De volgende stap is dan om voor deze entiteiten de klimaatgerelateerde risico's te inventariseren en waar mogelijk te kwantificeren.
Het resultaat uit de eerste stap laat zien dat alleen de entiteit DELA Natura- en levensverzekeringen N.V. (hierna: DELA Natura) een significante impact heeft op de solvabiliteit van DELA Groep. De overige entiteiten kennen uiteraard ook klimaatgerelateerde risico's, maar deze worden als gevolg van de beperkte impact op de solvabiliteitspositie als niet-materieel aangemerkt. De materiële risico's worden voor DELA Natura periodiek beoordeeld in de ORSA (Own Risk and Solvency Assessment).
Veerkrachtanalyse
DELA voert jaarlijks een ORSA uit. Hierin wordt de veerkracht van de strategie en het businessmodel bepaald en voldoende bevonden wanneer de solvabiliteitspositie bestand is tegen de mogelijke impact van materiële risico’s, waaronder klimaatverandering.
In voorgaande jaren zijn veerkrachtanalyses uitgevoerd voor verschillende klimaatrisico’s. Voor de eigen bedrijfsactiviteiten zijn fysieke klimaatgevaren beschouwd, zoals overstromingsgevaar, temperatuurstijging, temperatuurschommelingen en natuurrampen. Ook is een analyse uitgevoerd op het fysieke klimaatrisico voor de beleggingsportefeuille. Daarnaast zijn in deze analyses ook transitierisico’s meegenomen, zoals de impact van veranderende wet- en regelgeving waaronder verplichte verduurzaming van de bedrijfsvoering of een toename van sterfteverwachtingen als gevolg van temperatuurstijgingen. In een veerkrachtanalyse wordt vastgesteld in hoeverre de bedrijfsactiviteiten blootgesteld kunnen zijn aan en gevoelig zijn voor deze klimaatgevaren. Mede op basis van de resultaten van eerdere veerkrachtanalyses is in de materialiteitsanalyse vastgesteld dat er voor DELA één materieel klimaatrisico bestaat, namelijk het risico op waardedaling van de beleggingsportefeuille.
De meest recente uitgebreide analyse is uitgevoerd in 2023. Er is besloten dat wij eens in de 3 jaar een uitgebreide analyse uitvoeren op de impact van klimaatscenario’s op de beleggingsresultaten, tenzij er significante wijzigingen hebben plaatsgevonden in richtlijnen vanuit de toezichthouder(s) of beschikbaarheid van data. Aanvullend voert DELA jaarlijks een gevoeligheidsanalyse uit op tegenvallend beleggingsrendement en dat kan getriggerd worden door klimaatrisico’s.
Veerkracht en scenario's
In 2023 is een uitgebreide veerkrachtanalyse uitgevoerd op het risico op waardedaling van de beleggingsportefeuille, waarbij gebruik gemaakt is van de klimaatscenario-dataset van ORTEC Finance. Deze klimaatscenariodataset maakt gebruik van verschillende inputvariabelen om de impact van klimaatverandering op financiële markten te modelleren. Dit maakt de set geschikt om het risico op waardedaling van de beleggingsportefeuille te bepalen. De belangrijkste krachten en drukfactoren die opgenomen zijn als input in de scenario’s zijn klimaatdata, macro-economische gegevens, beleidsinformatie en financiële gegevens. De scenario’s houden rekening met zowel transitierisico’s als fysieke risico’s. Hierbinnen zijn zowel de acute fysieke risico’s (bijvoorbeeld orkanen en overstromingen) als chronische fysieke risico’s (bijvoorbeeld warmere gemiddelde temperaturen en stijging van de zeespiegel) meegenomen. Een beperking van het model is dat alle klimaatgerelateerde risico’s, dus zowel fysiek als transitie, gecombineerd worden geëvalueerd. De belangrijkste beperkingen en uitsluitingen van de scenario’s zijn dat transitierisico’s van gedragsveranderingen, zoals veranderingen in levensstijl (bijvoorbeeld diëten met weinig vlees) of economische systemen (bijvoorbeeld circulaire economie) niet opgenomen zijn in deze scenario's. De dataset omvat de volgende 4 klimaatscenario’s:
- Geordend net-zero (1,5°C): Er wordt aangenomen dat er zeer ambitieus beleid wordt ingevoerd om emissies te reduceren, dat de wereld relatief weinig impact ondervindt van acute fysieke risico’s en dat de financiële markten niet materieel worden verstoord door transitie- en fysieke risico’s;
- Ongeordend net-zero (1,5°C ): Ook hier wordt uitgegaan van ambitieus beleid en lage fysieke risico’s, maar klimaatrisico’s worden abrupt ingeprijsd in 2025, wat leidt tot een verstoring op de financiële markten;
- Beperkte actie (2,8°C ): Beleidsmakers nemen slechts gematigde maatregelen om klimaatverandering te beperken. Dit scenario kent hoge risico’s door extreme weersomstandigheden en hoge temperaturen, met materiële gevolgen voor de financiële markten;
- Hoge opwarming (4,2°C): Er worden geen nieuwe beleidsmaatregelen ingevoerd tegen klimaatverandering en sommige bestaande maatregelen worden teruggedraaid. Dit scenario kent zeer hoge risico’s door extreme weersomstandigheden en hoge temperaturen. Op de financiële markten treden in dit scenario de grootste verliezen op.
Het geordende net-zero scenario komt overeen met de beleidslijn die DELA volgt. Voor doorrekening van de scenario’s is gerekend met een tijdshorizon van 40 jaar. Dat betekent dat de door DELA gestelde doelen binnen deze tijdshorizon vallen.
De veerkrachtanalyse toont aan dat DELA met betrekking tot de beleggingsportefeuille bestand is tegen de meeste klimaatscenario’s. Alleen in het meest extreme scenario – waarin wereldwijd geen klimaatmitigatiemaatregelen worden genomen – daalt de solvabiliteit onder de wettelijke norm. Dit scenario wordt echter als onwaarschijnlijk beschouwd, gezien de huidige wereldwijde inspanningen om de temperatuurstijging te beperken.
Marktrisico’s doen zich vrijwel nooit gelijktijdig en overal voor. Door beleggingen te spreiden over beleggingscategorieën, sectoren en regio's wordt het risico geminimaliseerd dat de gehele portefeuille wordt geraakt wanneer er negatieve marktontwikkelingen plaatsvinden. Daardoor draagt spreiding bij aan het mitigeren van de impact van marktrisico’s. Achterblijvende beleggingsrendementen hebben weerslag op de premieontwikkeling voor onze polishouders. Onze strategie en ons businessmodel bieden volgens de doorrekening voldoende veerkracht tegen de risico’s van klimaatverandering.
In 2025 hebben wij een gevoeligheidsanalyse uitgevoerd, waarbij wij de impact van een beleggingsverlies van 15% door klimaatverandering hebben doorgerekend. Het beleggingsverlies heeft een weerslag op de premieontwikkeling voor onze polishouders. De resultaten bevestigen dat onze solvabiliteit net boven de wettelijke norm blijft, wat aansluit bij eerdere analyses. Hierdoor is een vervroegde, volledige doorrekening niet nodig.
Beleid
Om de impacts en het risico te managen, hebben wij verschillende beleidsdocumenten: klimaatbeleid en beleggingsbeleid.
Klimaatbeleid
In 2025 heeft DELA een klimaatbeleid vastgesteld, in lijn met het Klimaatakkoord van Parijs. Het Klimaatakkoord van Parijs is gebaseerd op uitgebreid wetenschappelijk onderzoek naar klimaatverandering, voornamelijk uitgevoerd door het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC). Ons klimaatbeleid richt zich op het verminderen van CO2-uitstoot (scope 1, 2 en 3). We schatten in dat deze aanpak ook leidt tot het verlagen van het (fossiele) energiegebruik in onze eigen bedrijfsvoering.
Het klimaatbeleid is van toepassing op meerdere onderdelen van de coöperatie:
- Eigen bedrijfsvoering, waarbij de aandacht uitgaat naar minder en duurzamer energiegebruik bij het uitvoeren van onze kernactiviteiten;
- Beleggingen, waarbij de klimaatstrategie een integraal onderdeel vormt van maatschappelijk verantwoord beleggen (het MVB-beleid);
- Waardeketen, waarbij aandacht is voor de bredere impact van de goederen en diensten die wij inkopen bij leveranciers en partners.
Wij zoeken naar een balans tussen de belangen van diverse stakeholders. Zo willen wij niet alleen onze CO2-uitstoot reduceren, maar ook de prijzen van onze dienstverlening betaalbaar houden en het welzijn van onze stakeholders positief blijven beïnvloeden. Wij maken daarom integrale afwegingen rondom de te nemen maatregelen om onze doelstellingen te behalen. In ons klimaattransitieplan hebben wij maatregelen zoveel mogelijk gekoppeld aan natuurlijke vervangmomenten. Zo voorkomen wij onnodige kosten door vervroegde afschrijvingen.
De groepsdirectie is eindverantwoordelijk voor het klimaatbeleid. In het klimaattransitieplan is opgenomen hoe wij concrete invulling geven aan het beleid.
Beleggingsbeleid
Naast het klimaatbeleid hebben wij een beleggingsbeleid waarin is beschreven hoe wij met onze beleggingen een zo goed mogelijk rendement willen behalen tegen passende risico’s. Wij hebben daarbij ook aandacht voor duurzaamheid. Daarom hebben wij een maatschappelijk verantwoord beleggingsbeleid (MVB-beleid) als integraal onderdeel van het beleggingsbeleid. Wij richten ons in het MVB-beleid vooral op het minimaliseren van negatieve effecten. Daarnaast investeren wij waar mogelijk in projecten met positieve impact, denk hierbij aan zorgvastgoed en bosbouw.
Het beleggingsbeleid en MVB- beleid zijn van toepassing op de gehele beleggingsportefeuille. Het beleggingsbeleid en MVB-beleid zijn goedgekeurd door de groepsdirectie en de rvc.
Wet- en regelgeving vormt de basis voor maatschappelijk verantwoord beleggen. Sinds 2015 onderschrijven wij de Principles for Responsible Investment (PRI). In de uitvoering van ons beleggingsbeleid houden wij ook rekening met de standaarden vanuit de Verenigde Naties zoals Global Compact Principles en Guiding Principles, maar ook de OESO-richtlijnen voor Multinationale Ondernemingen en de Duurzame ontwikkelingsdoelen (ook wel Sustainable Development Goals- SDGs genaamd). Door onderschrijving van deze standaarden verwachten wij van de bedrijven waarin wij beleggen dat zij hun activiteiten en strategieën in lijn te brengen met tien universeel aangenomen principes op het gebied van mensenrechten, arbeid, milieu en anti-corruptie.
Via onze website communiceren wij met polishouders en andere geïnteresseerden over ons MVB-beleid. Wij bieden zowel een samenvatting als het volledige beleid aan, aangevuld met diverse links en documenten met achtergrondinformatie over de codes en principes die DELA onderschrijft. Op de website zijn ook onze UN PRI- rapporten, de actuele uitsluitingenlijst, ons stembeleid en onze periodieke stem- en engagementrapportages te vinden. Ook communiceren wij met de betrokken vermogensbeheerders eventuele veranderingen in het beleid.
Doelen
DELA committeert zich aan de doelen van het Klimaatakkoord van Parijs, waarbij wij onze broeikasgasemissies terugdringen naar netto-nul in 2050. In 2025 herijkten wij de reikwijdte van ons doel voor de eigen bedrijfsvoering. Het doel richt zich anno 2025 uitsluitend op scope 1 en 2 CO2-uitstoot, terwijl het zakelijk vervoer in de waardeketen buiten scope is geplaatst. Hiermee wordt een duidelijkere afbakening aangebracht naar de CO2-uitstoot waar DELA rechtstreeks invloed op heeft (scope 1 en 2). In het klimaattransitieplan is opgenomen welke maatregelen wij nemen om deze doelen te behalen.
Wij hebben de volgende doelen gesteld voor CO2-reductie.
| Basis- jaar |
CO2-uitstoot basisjaar | Doel 2030 |
% | Doel 2050 |
% | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Eigen bedrijfsvoering (scope 1, 2) | 2021 | 15.807 | 7.903 | -50% | 1.581 | -90% |
| x 1 ton CO2e | ||||||
| Beleggingen (scope 3.15) | 2019 | 144,0 | 72,0 | -50% | 0 | -100% |
| x 1 ton CO2e / € miljoen geïnvesteerd |
Voor de CO2-uitstoot van de eigen bedrijfsvoering (scope 1 en 2) betreft het een absoluut doel, gemeten als percentage van de emissies in het basisjaar. Wij streven naar netto-nul in 2050, waarbij wij maximaal 10% compensatie willen inzetten. Dit doel betreft 100% van de uitstoot in scope 1 en 2. Het betreft emissies, afkomstig van CO2 en koudemiddelen (fluorkoolwaterstoffen). DELA stuurt op een absolute reductie van CO2-uitstoot ongeacht eventuele groei van de kernactiviteiten. Wij schatten in dat het huidige doel met bijbehorende maatregelen ook voldoende voortgang biedt op het gebied van (hernieuwbare) energie. Daarom hebben wij momenteel geen specifieke doelen vastgesteld voor het verlagen van het energiegebruik of de uitrol van hernieuwbare energie.
Voor de CO2-uitstoot in de waardeketen (scope 3) stellen we uitsluitend een doel voor scope 3.15 beleggingen. Dit doel heeft betrekking op 98% van de onze uitstoot in scope 3. Het betreft een intensiteitsdoel, gemeten als reductie CO2-uitstoot per miljoen geïnvesteerd vermogen. Hierbij nemen wij de scope 1 en 2 emissies mee van de bedrijven waarin geïnvesteerd wordt.
Voor onze eigen bedrijfsvoering hanteren wij 2021 als referentiejaar. Dit doen wij omdat vanaf dat jaar meetgegevens beschikbaar zijn op groepsniveau, de CO2-uitstoot in 2021 een reëel beeld geeft van onze omvang na de overname van Yarden, en omdat de bedrijfsvoering minder beïnvloed was door de COVID-pandemie vergeleken met 2020. Onze doelen zijn gebaseerd op de marktgebaseerde CO2-uitstoot. Voor de beleggingen (scope 3.15) hanteren wij 2019 als referentiejaar. Dit doen wij omdat in de financiële sector 2019 breed geaccepteerd is als basisjaar. Voor het bepalen van de broeikasgasemissies van onze investeringen volgen wij de PCAF methodiek (Partnership for Carbon Accounting Financials); de internationale standaard voor financiële instellingen. De PCAF-methodiek adviseert het vroegste jaar te kiezen waarin volledige en betrouwbare data beschikbaar is. Voor DELA is dat 2019.
Voor het bepalen van de doelen op klimaatmitigatie heeft DELA de richtlijnen van de internationaal erkende Science Based Targets initiative (SBTi) gevolgd. Omdat er geen sectorale benchmark beschikbaar is, is gebruik gemaakt van SBTi als economiebreed scenario. SBTi schrijft een lineaire jaarlijkse afname van scope 1 en 2 CO2-uitstoot van 4,2% voorin de eerste vijf tot tien jaar. Dit doel wordt beschouwd als wetenschappelijk onderbouwd in lijn met het beperken van opwarming van de aarde tot 1,5 °C in lijn met het Klimaatakkoord van Parijs. De gestelde doelen voldoen aan deze richtlijn; het DELA-doel is een jaarlijkse lineaire vermindering van 5,6% per jaar. De doelen zijn niet ingediend ter toetsing bij het SBTi. Het volgen van hun richtlijnen vinden wij momenteel voldoende.
Klimaattransitieplan
Het klimaattransitieplan zet concreet uiteen wat er nodig is om onze CO2-uitstoot succesvol terug te dringen. De groepsdirectie is gezamenlijk verantwoordelijk voor de inhoud en de implementatie van dit plan. Het klimaattransitieplan richt zich op het reduceren van broeikasgasemissies in scope 1, 2 en 3 zoals gedefinieerd in het Greenhouse Gas (GHG) Protocol. In 2024 stelden wij voor het eerst een klimaattransitieplan op, dat zich richtte op de eigen bedrijfsvoering. In 2025 breidden wij het plan uit met doelen, maatregelen en middelen voor CO2-uitstoot binnen de beleggingen (scope 3.15). Het klimaattransitieplan richt zich op de waardeketens van DELA voor zowel uitvaart als verzekeren.
Wij maken in het klimaattransitieplan onderscheid tussen korte en middellange termijn of lange termijn. Elk jaar stellen wij een gedetailleerde planning op voor de belangrijkste maatregelen van de komende vijf jaar, dus de korte en middellange termijn. Voor de lange termijn is een minder gedetailleerde planning opgesteld, die echter wel aantoont dat alle maatregelen tegen 2050 gereed zullen zijn. Elk kwartaal wordt de voortgang van de maatregelen gemonitord. De planning van maatregelen wordt jaarlijks bijgewerkt en met een extra jaar verlengd, zodat wij altijd een vijfjarige horizon van gedetailleerde plannen behouden.
Hieronder volgt de verdere toelichting voor de uitwerking van het klimaattransitieplan, eerst voor de eigen bedrijfsvoering en vervolgens voor beleggen.

Klimaattransitieplan eigen bedrijfsvoering
Het klimaattransitieplan voor de eigen bedrijfsvoering richt zich op het terugdringen van CO2-uitstoot in gebouwen en vervoer in eigen beheer gericht op Nederland en België. De omvang van de CO2-uitstoot in Duitsland is minimaal, waardoor we in het transitieplan geen maatregelen hebben opgenomen voor Duitsland.
Gebouwen en crematieovens zijn de belangrijkste activa met significante locked-in broeikasgasemissies. De emissies zijn terug te dringen door gebouwen gasloos te maken en de crematieovens op aardgas te vervangen door elektrische ovens. In het klimaattransitieplan zijn deze activa allemaal opgenomen. DELA kent geen producten met potentiële locked-in broeikasgasemissies . Het transitieplan voor de eigen bedrijfsvoering houdt momenteel geen rekening met nieuwe technologieën. Wel is alkalische hydrolyse (resomeren) een mogelijke aanvulling, zodra de wetgeving in Nederland of België dit toestaat. Bovendien wordt bij een renovatie van een gebouw gekeken naar de dan geldende ‘best practice’ qua techniek, bijvoorbeeld op het gebied van koudemiddelen in warmtepompen. Er zijn geen Nature-based Solutions binnen het huidige klimaattransitieplan.
Het klimaattransitieplan en de bijbehorende maatregelen zijn verankerd in het bedrijfsplan, de jaarplannen van de verschillende afdelingen, het budget en de financiële meerjarenprognose. De uitvoering van de maatregelen binnen het plan is belegd bij de functioneel verantwoordelijken binnen de bestaande governancestructuur. Wij zijn van mening dat de maatregelen uit het klimaattransitieplan geen materiële impact hebben op onze medewerkers.
Decarbonisatiehefbomen eigen bedrijfsvoering
Om ons klimaattransitieplan te laten slagen, hebben wij drie belangrijke decarbonisatiehefbomen vastgesteld. Een decarbonisatiehefboom is een strategische actie of maatregel die een groot en meetbaar effect heeft op het verlagen van onze CO2-uitstoot.
1. Clusteren activiteiten of verkoop gebouwen
Wij sturen op een efficiënte vastgoedportefeuille; dit betekent dat wij op de juiste plekken de juiste panden hebben. De afgelopen drie jaar hebben wij diverse gebouwen in Nederland verkocht. Daarnaast hebben wij in België per zone een locatiestrategie uitgewerkt. Daarin wordt maximaal geclusterd en naar strategische locaties overgegaan. De locatiestrategie in België houdt eveneens in dat we op bepaalde locaties niet langer aanwezig blijven en deze - meestal verouderde - panden verkopen.
2. Gasloos maken van gebouwen en crematieovens
Gebouwen en crematieovens verbruiken veel energie. Een gemiddelde gasoven gebruikt bijvoorbeeld 50m³ aardgas per crematie. Het vervangen van gasovens door elektrische crematieovens vermindert het energiegebruik met 80%. Tegelijkertijd neemt de CO2-uitstoot af met 100%, omdat we de stroom groen inkopen. Ons doel is verder om alle gebouwen in 2050 gasloos te maken door betere isolatie en een minimale energiebehoefte. Belangrijke uitdagingen om dit te realiseren zijn de beperkte beschikbaarheid van elektrische crematieovens en net-congestie bij zwaardere stroomaansluitingen. Wij kijken naar mitigerende maatregelen om het risico van net-congestie te beperken. Er blijft een afhankelijkheid van de (uitbreiding van de) capaciteit van het elektriciteitsnetwerk.
3. Fossielvrij vervoer
Het vervangen van voertuigen op fossiele brandstof door elektrische voertuigen is onze huidige aanpak. Dankzij voldoende actieradius en laadmogelijkheden zijn elektrische voertuigen een haalbare oplossing. Dit geldt voor leasewagens (personen en pool), overbrengvervoer en ceremoniewagens in Nederland en België.
Wij schatten in dat deze maatregelen voortgang leveren op het verlagen van de CO2-uitstoot en tegelijkertijd ook bijdragen aan het verlagen van het gebruik van energie en vergroten van het aandeel hernieuwbare energie.
Maatregelen en middelen eigen bedrijfsvoering
In het klimaattransitieplan zijn de decarbonisatiehefbomen en concrete maatregelen vastgelegd om de doelen te bereiken. Met de maatregelen in het klimaattransitieplan wordt in de periode 2026 - 2030 naar verwachting 2.288 ton CO2-uitstoot reductie behaald. Hiervan is circa 2.856 ton besparing toe te schrijven aan maatregelen in Nederland en circa 680 ton besparing aan maatregelen in België. In onderstaande grafiek wordt de bijdrage aan de doelen per decarbonisatiehefboom weergegeven.
Met de geplande maatregelen behaalt DELA op groepsniveau naar verwachting het doel om in 2030 de CO2-uitstoot met 50% terug te dringen ten opzichte van het referentiejaar 2021.
Maatregelen in 2025
Voor 2025 hadden we verschillende maatregelen gepland die bijdragen aan CO2-reductie. De prognose voor de CO2-reductie van deze maatregelen is aangepast ten opzichte van de cijfers die wij in het jaarverslag 2024 rapporteerden, zodat deze nu overeenkomt met de nieuwe afbakening van het doel.
| Land | Maatregel | Decarbonisatiehefboom | Prognose CO2-reductie (ton CO2eq) |
|---|---|---|---|
| NL | Renovatie crematorium Heeze | Gebouwen en crematieovens | 274 |
| BE | Clustering locaties | Gebouwen en crematieovens | 18 |
| BE | Renovatie locaties oplevering 2025 | Gebouwen en crematieovens | 35 |
| BE | Aankoop groene stroom kantoor Luik | Gebouwen en crematieovens | 32 |
| NL | Vervanging fossiele overbrengwagens naar elektrisch | Uitvaartvervoer | 50 |
| NL | Vervanging fossiele leasewagens naar elektrisch | Zakelijk vervoer | 137 |
| BE | Vervangen fossiele bedrijfswagens naar elektrisch | Zakelijk vervoer | 131 |
| 677 |
Alle maatregelen zijn uitgevoerd in 2025, met uitzondering van de aankoop van groene stroom voor ons kantoor in Luik. De reden hiervoor is, dat de verhuurder niet bereid bleek om het energiecontract aan te passen. Naast de voorgenomen maatregelen zijn nog extra besparingen behaald. In Nederland zijn zeven locaties verkocht en zijn twee crematieovens op aardgas vervangen voor een elektrische oven. In België zijn iets minder locaties verkocht dan voorzien. Tegelijkertijd leverde de renovatie van gebouwen meer besparing op dan voorzien. Daarnaast is in België voor de personenwagens een extra besparing gerealiseerd ten opzichte van het plan, doordat de elektriciteit die geladen is in elektrische voertuigen aantoonbaar duurzaam (met een garantie van oorsprong) is ingekocht, waardoor deze geen CO2-uitstoot heeft. Deze ontwikkelingen gezamenlijk leiden tot een aanvullende reductie van CO2-uitstoot van circa 200 ton ten opzichte van de voorgenomen maatregelen.
Maatregelen in 2026 en verder
De volgende maatregelen staan gepland voor uitvoering in 2026:
| Land | Maatregel | Decarbonisatiehefboom | Prognose CO2-reductie (ton CO2eq) |
|---|---|---|---|
| NL | Verduurzaming crematorium Beukenhof Schiedam | Gebouwen en crematieovens | 113 |
| NL | Verduurzaming uitvaartcentrum 's Hertogenbosch | Gebouwen en crematieovens | 15 |
| BE | Duurzame renovatie locaties | Gebouwen en crematieovens | 36 |
| BE | Clustering locaties | Gebouwen en crematieovens | 3 |
| NL | Vervanging fossiele overbrengwagens naar elektrisch | Uitvaartvervoer | 72 |
| BE | Vervanging fossiele uitvaartvervoer naar elektrisch | Uitvaartvervoer | 5 |
| NL | Vervanging fossiele leasewagens naar elektrisch | Zakelijk vervoer | 164 |
| BE | Vervangen fossiele bedrijfswagens naar elektrisch | Zakelijk vervoer | 123 |
| 531 |
Voor de periode 2027 tot en met 2030 staan de volgende maatregelen gepland:
| Land | Maatregel | Decarbonisatiehefboom | Prognose CO2-reductie (ton CO2eq) |
|---|---|---|---|
| NL | Renovatie locaties | Gebouwen en crematieovens | 1.090 |
| BE | Renovatie locaties | Gebouwen en crematieovens | 44 |
| BE | Clustering locaties | Gebouwen en crematieovens | 82 |
| NL | Clustering locaties | Gebouwen en crematieovens | 15 |
| NL | Vervanging fossiele leasewagens naar elektrisch | Zakelijk vervoer | 491 |
| BE | Vervangen fossiele bedrijfswagens naar elektrisch | Zakelijk vervoer | 259 |
| NL | Vervanging fossiele overbrengwagens naar elektrisch | Uitvaartvervoer | 216 |
| BE | Vervangen fossiele uitvaartvervoer naar elektrisch | Uitvaartvervoer | 127 |
| 2.324 |
Middelen
DELA is vooral in Nederland vroegtijdig begonnen met het CO2-neutraal maken van onze locaties en leasewagens en de eerste pilots met betrekking tot het elektrificeren van het overbrengvervoer zijn inmiddels afgerond. De opgedane kennis en ervaring vormt de basis voor de inschatting van de benodigde financiële middelen. De duurzaamheidsmaatregelen worden zoveel mogelijk afgestemd op natuurlijke vervangmomenten. Dit voorkomt vervroegde afschrijvingen en maakt het proces kostenefficiënt.
Komende vijf jaar is de verwachting dat er per saldo € 58,6 miljoen geïnvesteerd wordt voor renovatie van locaties. Deze kosten vallen onder de post beleggingslasten in de jaarrekening omdat het eigen vastgoed (hoofdkantoren, crematoria en uitvaartcentra) wordt gezien als een belegging. De verwachting is dat de operationele uitgaven voor locaties gaan dalen door lager energieverbruik. Voor de elektrificatie van het wagenpark is een extra investering van € 2,7 miljoen begroot. De investeringen worden volledig gefinancierd vanuit de eigen cashflow.
Bij het realiseren van onze ambities op het gebied van klimaatverandering zijn circa tien interne experts en contractmanagers betrokken.
Klimaattransitieplan beleggingen
De CO2-uitstoot in scope 3 wordt voor 98% bepaald door de beleggingen (scope 3.15). De maatregelen die DELA inzet op het verlagen van CO2-uitstoot in scope 3 richten zich daarom op de beleggingen. De uitvoering van de maatregelen binnen het plan is belegd bij de functioneel verantwoordelijken binnen de afdeling vermogensbeheer.
Decarbonisatiehefbomen beleggingen
DELA neemt verschillende maatregelen om haar beleggingen maatschappelijk verantwoord, duurzaam en effectief te beheren. Klimaatverandering is één van de thema’s die hierin meegenomen wordt. De vier hoofdmaatregelen voor maatschappelijk verantwoord beleggen zijn:
- Uitsluitingen: DELA sluit bedrijven en landen uit van beleggingen als deze niet voldoen aan maatschappelijke of duurzaamheidscriteria. Dit is het meest ingrijpende instrument en wordt toegepast bij schendingen van internationale normen (zoals UN Global Compact), betrokkenheid bij controversiële sectoren (zoals controversiële wapens), sanctiewetgeving en klimaatrisico’s. Op het gebied van uitsluitingen hanteren wij strikte criteria. Bedrijven die bijvoorbeeld meer dan 25% van hun omzet halen uit steenkool of onconventionele olie- en gaswinning worden uitgesloten. Dit betreft 164 bedrijven (per eind december 2025). Verder stonden er 67 bedrijven (eind december 2025) op onze uitsluitingslijst vanwege schending van klimaatprincipes;
- ESG-integratie: ESG-factoren (milieu, sociaal, governance) worden structureel meegenomen in selectie en monitoring van externe vermogensbeheerders, in beleggingsanalyse en besluitvorming. DELA stelt eisen aan ESG-integratie bij zowel beursgenoteerde als private beleggingen, en verwacht van externe vermogensbeheerders dat zij hierover transparant rapporteren. Onderschrijving van de UNPRI (United Nations Principles for Responsible Investment) is verplicht voor onze vermogensbeheerders;
- Actief eigenaarschap: DELA oefent invloed uit via engagement (dialoog met bedrijven om ESG-prestaties te verbeteren) en stemmen (DELA stemt op aandeelhoudersvergaderingen volgens een beleid dat aansluit bij haar eigen visie). Bij private beleggingen heeft DELA vaak een zetel in de zogenaamde Advisory Committee, wat directe invloed geeft op fondsstrategieën;
- Beleggen met impact: In 2025 hebben wij een onderzoek uitgevoerd naar beleggen met impact. Op basis hiervan scherpten we onze strategie op dit onderwerp verder aan. DELA investeert in fondsen die naast financieel rendement ook meetbare positieve impact genereren op mens, milieu en maatschappij. Focus ligt op klimaatgerelateerde thema’s zoals hernieuwbare energie, duurzame landbouw en CO2-verwijdering en fondsen met een impactraamwerk (vaak SFDR artikel 9), die verplicht zijn te rapporteren over hun impactresultaten. Impactbeleggingen moeten bijdragen aan zowel maatschappelijke doelen als de financiële doelstellingen van DELA.
Op dit moment kunnen wij de exacte bijdrage van onze decarbonisatiehefbomen – zoals engagement, stembeleid, uitsluitingen en impactbeleggen – aan de reductie van de CO2-uitstoot niet kwantificeren. Dit komt doordat het effect van deze instrumenten niet één-op-één te meten is. Zo draagt het uitsluiten van CO2-intensieve sectoren bij aan een lagere CO2-intensiteit van de portefeuille, maar is de exacte verlaging daardoor niet vast te stellen. Bij stemmen en engagement is de invloed op CO2-reductie indirect: deze activiteiten stimuleren veranderingen bij bedrijven, maar de precieze uitstootreductie die hieruit voortkomt is niet in tonnen CO2 uit te drukken.
Daarnaast beperken verschillen in datakwaliteit, de afhankelijkheid van externe vermogensbeheerders en het ontbreken van uniforme rapportagestandaarden de meetbaarheid. Wij werken gericht aan verbeteringen en willen in 2026 de datakwaliteitsscore verhogen.
Maatregelen en middelen beleggingen
In de afgelopen jaren hebben wij vooral een verlaging van CO2-intensiteit in de beleggingsportefeuille behaald door:
- Uitsluiten van steenkool en onconventionele olie- en gaswinning;
- Investeringen in fondsen met een lage of negatieve uitstoot zoals hernieuwbare energie en bosbouw;
- Transitie en verduurzaming van de bedrijven en vastgoed binnen onze beleggingsfondsen;
- Een CO2-doelstelling op onze passieve en enhanced (laag actief risico) aandelenmandaten, namelijk een gemiddeld 50% lagere CO2-uitstoot dan de betreffende benchmarks.
In de periode 2026 - 2030 verwachten wij dat de volgende maatregelen een grote bijdrage leveren aan het halen van de doelstelling:
- Sommige fondsen met een grote bijdrage aan de uitstoot van de portefeuille zullen in de komende jaren aflopen;
- Binnen de fondsen waarin wij beleggen vindt een verdere verduurzaming van de investeringen plaats;
- Integraal afwegen van de doelstellingen uit het MVB-beleid, waaronder de CO2-reductiedoelstelling, bij de selectie van nieuwe investeringen;
- Een continuering van de CO2-doelstelling op onze enhanced (laag actief risico) aandelenmandaten, namelijk een gemiddeld 50% lagere CO2-uitstoot dan de betreffende benchmarks.
Jaarlijks evalueren wij of de maatregelen voldoende voortgang op het behalen van het doel leveren. De maatregelen uit het klimaattransitieplan voor de beleggingen kunnen worden uitgevoerd zonder significante extra investeringen.
Bij het realiseren van onze ambities op het gebied van maatschappelijk verantwoord beleggen zijn zeven portfoliomanagers en investmentanalisten betrokken.
Resultaten
Energiegebruik
Het grootste deel van het energiegebruik is verbonden aan de uitvaartketen. Ons energiegebruik komt voort uit het gebruik van aardgas, stookolie en elektriciteit op locaties en brandstofgebruik van uitvaartvervoer en personenwagens. Daarnaast is er sprake van eigen opwek van hernieuwbare energie. De onderstaande tabel vat ons totale energiegebruik in 2025 samen, gecategoriseerd naar brandstoftype.
| Energieverbruik in MWh | 2025 | verschil | 2024 |
|---|---|---|---|
| (1) Totaal verbruik fossiele energie | 41.941 | -8% | 45.806 |
| (2) Verbruik uit nucleaire bronnen | - | - | - |
| (3) Brandstofverbruik uit hernieuwbare bronnen incl biomassa (ook industrieel/gemeentelijk afval van biologische oorsprong), biobrandstof, biogas, waterstof uit hernieuwbare bronnen | - | - | - |
| (4) Verbruik ingekochte/verworven elektriciteit, warmte, stoom, koeling uit hernieuwbare bronnen | 14.229 | -7% | 15.289 |
| (5) Verbruik zelfopgewekte hernieuwbare energie | 447 | 44% | 311 |
| (6) Totaal verbruik hernieuwbare energie (berekend als som lijnen 3 t/m 5) | 14.676 | -6% | 15.601 |
| Totale energieverbruik (berekend als som lijnen 1, 2 en 6) | 56.617 | -8% | 61.407 |
Het gebruik van fossiele energie is met 3.865 MWh afgenomen in 2025 ten opzichte van 2024, dit komt overeen met een afname van 8%. Het totale energieverbruik is eveneens met 8% afgenomen naar 56.617 MWh. In 2025 registreerden we een afname van het gebruik van aardgas van 9%, dit is in lijn met de transitie die we hebben ingezet om het gebruik van fossiele brandstoffen af te bouwen en in te zetten op elektrificatie.
Scope 1, 2 en 3 CO2-uitstoot
Wij bepalen onze CO2-voetafdruk volgens de internationaal erkende standaard, het GHG-protocol (Greenhouse Gas Protocol), waarbij wij de ‘operational control approach’ volgen. Voor scope 1 en 2 is de grondslag voor het bepalen van hoeveelheden gemeten verbruikersdata. Waar dit niet mogelijk is, vullen wij dit aan met schattingen. Voor de marktgebaseerde emissiefactor van ingekochte elektriciteit (scope 2) baseren wij ons op het inkoopcontract met onze leveranciers. Als er geen geregistreerde garantie van oorsprong (GVO) beschikbaar is voor het elektriciteitsgebruik, hanteren wij de gemiddelde stroommix van het betreffende land (locatiegebaseerde emissiefactor). Dit geldt vooral voor elektriciteit die wij gebruiken om voertuigen op te laden. Een uitgebreid overzicht van gehanteerde uitgangspunten voor de CO2-uitstoot berekening is opgenomen in de bijlage Grondslagen.
In 2025 hebben wij wijzigingen doorgevoerd aan de berekening en resultaten van de CO2-uitstoot voor de beleggingen. Er is sprake van ontwikkeling en voortschrijdend inzicht bij aanleverende partijen, waarin zij door toenemende datakwaliteit ook historische data bijgesteld hebben. Daarnaast hebben wij afwijkingen geconstateerd in toegepaste attributiefactoren, waarin eerder een te groot aandeel van emissies aan DELA toegerekend werd. Ook schatten we de totale CO2-uitstoot op totaalniveau omdat dat een meer gangbare methode lijkt. Het effect van deze wijzigingen is een stijging van 107.000 ton CO2-uitstoot in 2019 en een daling van circa 474.500 ton in 2024. Een verdere toelichting op deze wijzigingen is opgenomen in de bijlage Grondslagen.
De onderstaande tabel geeft de ontwikkeling van onze CO2-uitstoot weer. DELA kent geen scope 1 emissies die vallen binnen gereglementeerde emissiehandelsystemen.
| x 1 ton CO2 equivalent | 2025 | verschil | 2024 | 2021* |
|---|---|---|---|---|
| Bruto scope 1-emissies | 8.726 | -11% | 9.828 | 13.544 |
| Bruto marktgebaseerde scope 2-emissies | 412 | 11% | 370 | 2.263 |
| Bruto locatiegebaseerde scope 2-emissies | 3.399 | -18% | 4.163 | 6.133 |
| Totaal bruto scope 1 en 2-emissies (marktgebaseerd) | 9.139 | -10% | 10.198 | 15.807 |
| Totaal bruto scope 1 en 2-emissies (locatiegebaseerd) | 12.126 | -13% | 13.992 | 19.677 |
| Totaal bruto indirecte (scope 3) emissies | 13.353 | -2% | 13.685 | 16.046 |
| 1 Gekochte goederen en diensten | 5.987 | -7% | 6.462 | 7.657 |
| 3 Brandstof- en energieactiviteiten (buiten scope 1 of 2) | 2.060 | -7% | 2.219 | 3.701 |
| 5 Afval geproduceerd bij activiteiten | 752 | -20% | 938 | 938 |
| 6 Zakelijk reisverkeer | 2.343 | 20% | 1.946 | 1.573 |
| 7 Woon-werkverkeer werknemers | 2.210 | 4% | 2.120 | 2.177 |
| Totale broeikasgasemissies exclusief investeringen (marktgebaseerd) | 22.491 | -6% | 23.884 | 31.853 |
| Totale broeikasgasemissies exclusief investeringen (locatiegebaseerd) | 25.478 | -8% | 27.677 | 35.724 |
| 15 Investeringen** | 796.874 | -2% | 811.081 | 907.873 |
| Totale broeikasgasemissies (marktgebaseerd) | 819.365 | -2% | 834.965 | 939.726 |
| Totale broeikasgasemissies (locatiegebaseerd) | 822.352 | -2% | 838.758 | 943.597 |
* Bij beleggingen hanteren wij 2019 als basisjaar, in plaats van 2021.
** Resultaten 2019 en 2024 herzien ten gevolge van aanpassing in de berekening.
De emissies in scope 1 en 2 waren 10% lager dan vorig jaar en 42% lager ten opzichte van het basisjaar. Dit toont aan dat DELA goed op weg is in het realiseren van de reductiedoelen voor de middellange termijn.
Emissie-intensiteit beleggingen
In 2025 is er een wijziging doorgevoerd in het bepalen van de emissie-intensiteit voor beleggingen. Om de emissie-intensiteit van het geïnvesteerd vermogen te berekenen, hanteren we de emissiedata en het vermogen waarvan emissiedata beschikbaar is in plaats van de geschatte totale CO2-uitstoot en het totale vermogen. Dit lijkt een meer gangbare methode. Een verdere toelichting op deze wijziging is opgenomen in de bijlage Grondslagen.
De onderstaande tabel geeft de emissie-intensiteit in 2025 weer.
| Bedragen x € 1.000.000 | Beheerd vermogen (in €) |
Aandeel met emissiedata (in %) |
Beheerd vermogen met emissiedata (in €) |
CO2-uitstoot (in ton CO2e) |
Emissie intensiteit* | PCAF** |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Aandelen | 2.341 | 99,9% | 2.339 | 127.363 | 54,5 | 2,1 |
| Vastrentende Waarden | 3.948 | 91,6% | 3.618 | 387.139 | 107,0 | 3,3 |
| Vastgoed | 1.824 | 88,4% | 1.613 | 6.243 | 3,9 | 2,1 |
| Infrastructuur | 1.285 | 98,7% | 1.268 | 227.976 | 179,8 | 2,0 |
| Land- en bosbouw | 355 | 99,7% | 354 | 2.305 | 6,5 | 2,0 |
| Totaal | 9.752 | 94,2% | 9.191 | 751.025 | 81,7 | 2,6 |
* Emissie-intensiteit = ton CO2-uitstoot per geïnvesteerde miljoen euro.
** De databetrouwbaarheid is gebaseerd op de PCAF-datakwaliteitsbeoordelingsmethode. Dit geeft een indicatie van de betrouwbaarheid en nauwkeurigheid van de gerapporteerde CO2-uitstoot, waarbij één de hoogste kwaliteit vertegenwoordigt en vijf de laagste.
De emissie-intensiteit van de beleggingen in 2025 bedraagt 81,7 ton CO2 per miljoen geïnvesteerd vermogen in euro’s. De CO2-intensiteit van de categorieën aandelen, vastgoed en land- en bosbouw is relatief laag. Dit is een gevolg van de eerder genoemde maatregelen. De CO2-intensiteit van de categorie infrastructuur is op dit moment nog relatief hoog. Vrijwel alle fondsen waarin wij binnen deze categorie investeren hebben een net-zero commitment en zij zijn actief bezig met het decarboniseren van hun portfoliobedrijven. Daarom hebben wij er vertrouwen in dat de huidige dalende trend zich in de komende jaren zal voortzetten.
De onderstaande tabel geeft de ontwikkeling van de emissie-intensiteit weer.
| 2025 | verschil | 2024* | 2019* (basisjaar) |
|
|---|---|---|---|---|
| Aandeel met emissiedata (in %) | 94,2% | 1,2% | 93,1% | 81,0% |
| Beheerd vermogen met emissiedata (in € miljoen) | 9.191 | 8,0% | 8.507 | 5.107 |
| CO2-uitstoot (in ton CO2e) | 751.025 | -0,5% | 755.064 | 735.230 |
| Emissie-intensiteit (in ton CO2e / € miljoen geïnvesteerd) | 81,7 | -7,9% | 88,8 | 144,0 |
* Resultaat 2019 en 2024 herzien ten gevolge van aanpassing in de berekening.
Ten opzichte van vorig jaar is de emissie-intensiteit gedaald met -7,9% en ten opzichte van het basisjaar (2019) met -42,9%. Daarmee ligt DELA goed op koers om de middellange termijn doelstelling te behalen.
Duurzaam materiaalgebruik
Grondstoffen zijn waardevol en daarom wil DELA hier zorgvuldig mee omgaan. Wij gebruiken met name in de uitvaartketen diverse producten, en daarmee grondstoffen, ten behoeve van de dienstverlening aan onze nabestaanden en gasten. Papier wordt vooral gebruikt in de verzekeringsketen. Er is geen sprake van materiële materiaaluitstromen, waardoor wij de beginselen van de circulaire economie slechts beperkt kunnen toepassen. Wij richten ons vooral op minder materiaalgebruik, de inkoop van duurzame materialen en het scheiden van afval.
Impacts, risico's en kansen
In onze dubbele materialiteitsanalyse zijn twee materiële impacts geïdentificeerd op dit thema.
- Negatieve impact op het milieu door inkoop van producten die worden gebruikt en verbruikt in de dienstverlening van DELA. Veel van de gebruikte materialen zijn van natuurlijke oorsprong zoals hout, papier, bloemen, wol en katoen;
- Negatieve impact op het milieu die voortkomt uit de productie en uitstroom van afval doordat eindige grondstoffen vernietigd worden of niet nuttig gebruikt worden. Betreft ook gevaarlijk afval, bestaande uit medisch afval en vliegas uit filterinstallaties, dat gerelateerd is aan de uitvaartketen.
De impacts op het milieu hebben wij vanuit drie aspecten beoordeeld. Wij hebben allereerst gekeken naar het type producten dat wij gebruiken, verbruiken of aanbieden in onze dienstverlening en of dit type producten ernstige negatieve impact op het milieu kan veroorzaken. Ook hebben wij de omvang van materiële materiaalstromen in kaart gebracht als belangrijke indicator van de negatieve impact op het milieu. En tenslotte hebben wij gekeken naar de belangen van onze stakeholders. Bij deze analyse hebben wij interne experts en een externe partij met specifieke kennis van de hout- en papierindustrie, de kledingindustrie en de bloementeelt buiten de EU geconsulteerd.
Wij zijn betrokken bij de materiële impact via onze leveranciers. Zij maken de producten ten behoeve van onze dienstverlening en verwerken ons afval.
Onze materiële materiaalstromen zijn uitvaartkisten, papier, rouwbloemen, bedrijfskleding en afval. Op basis van onze uitgaven en een inschatting van het gewicht aan materiaalinstromen hebben wij geconcludeerd dat uitvaartkisten en papier omvangrijk zijn en vanuit die optiek de grootste negatieve impact hebben op het milieu. Voor onze stakeholders zijn ook rouwbloemen van belang. Uit het Nationaal Onderzoek naar de Dood van oktober 2025 bleek dat 32% van de respondenten duurzame mogelijkheden verwacht bij hun afscheidsceremonie. 27% van de respondenten vindt duurzaamheid belangrijk bij de eigen afscheidsceremonie en 11% noemt een duurzame aanpak een belangrijk aspect voor een passend afscheid. Door op deze wens in te spelen, kunnen wij onze klanten aanmoedigen tot duurzamere keuzes en het consumentengedrag in bredere zin beïnvloeden. Aanvullend willen wij zelf de bedrijfskleding van onze medewerkers van uitvaart verduurzamen. Voor de materiaaluitstroom van afval is gekeken naar de omvang van de afvalstroom en de mate waarin het afval gescheiden wordt.
Wij hebben ook de financiële materialiteit beoordeeld door te kijken naar de vervangbaarheid van de producten die wij gebruiken en verbruiken. Onze conclusie is dat er voldoende alternatieven zijn om het risico van een verminderd aanbod of hogere prijzen te ondervangen.
Toelichting materiaalstromen
Wij rapporteren over onze materiële materiaalinstromen uitvaartkisten, papier, bedrijfskleding en rouwbloemen en over de materiaaluitstroom afval. Hieronder geven wij een toelichting op deze materiaalstromen:
Uitvaartkisten
Wij kopen uitvaartkisten in voor de uitvaarten die DELA verzorgt. Nabestaanden kiezen het product dat aansluit bij hun persoonlijke wensen. In Nederland hanteren wij een basis productassortiment. In België bieden wij vrije keuze aan. De meeste uitvaartkisten zijn gemaakt van hout, maar wij bieden ook kisten aan van andere materialen, zoals wilgentenen, rotan of mycelium. Wij leveren uitvaartkisten inclusief binnenbekleding en handgrepen en die kunnen ook uit diverse materialen bestaan. Binnen uitvaartkisten richten wij ons op de duurzaamheid van het hout waarvan de kist gemaakt is.
Papier
Papier dat wij gebruiken omvat klantcommunicatie (bijvoorbeeld polissen of jaaroverzichten), rouwdrukwerk, printpapier voor kantoor en uitvaartlocaties en producten die leveranciers voor ons printen, zoals het ledenmagazine De Kroniek en handelsdrukwerk.
Voor hout en papier zijn FSC en PEFC de meest gangbare duurzaamheidscertificering. Iedere schakel in de waardeketen dient te beschikken over een zogenaamde ‘chain of custody’ (keten)certificering.
Bedrijfskleding
Onze bedrijfskleding bestaat uit kleding voor locatiemedewerkers en uitvaartverzorgers. Een nieuwe medewerker ontvangt bij aanvang van zijn contract een kledingpakket. Wanneer de kwaliteit van een kledingstuk te laag wordt of het kledingstuk kapot is, wordt het per item vervangen. Een kledingstuk kent gemiddeld een levensduur van twee jaar. Onder biologische materialen verstaan wij katoen, wol en leer. Duurzaamheidscertificeringen zijn verbonden aan het type stof (textiel) dat is gebruikt om de kledingstukken te vervaardigen, niet aan een kledingstuk als geheel. Onder duurzame herkomst van textiel wordt verwezen naar zowel duurzame nieuwe herkomst als materiaal dat gerecycled is.
Rouwbloemen
Wij kopen rouwbloemen in voor de uitvaarten die DELA verzorgt. Nabestaanden en gasten kopen veruit de meeste bloemen voor een uitvaart zelf, zonder tussenkomst van DELA. Deze bloemen maken geen deel uit van onze gerapporteerde materiaalstromen. Rouwbloemen die wij inkopen bij lokale bloemisten zijn zeer divers. Nabestaanden kiezen zelf het product dat aansluit bij hun persoonlijke wensen. In Nederland hanteren wij een standaard productassortiment. In België bieden wij vrije keuze aan. Rouwstukken variëren in grootte, soorten bloemen en samenstelling en zijn al dan niet voorzien van een plastic houder, oase, binddraad, lint of kleine vaasjes. Het gewicht aan bloemen ten opzichte van het gewicht aan dergelijke overige materialen in een rouwstuk is relatief laag.
Afval
Bij onze bedrijfsactiviteiten ontstaat afval. In de verzekeringsketen gaat het om regulier afval van kantoorlocaties. Voor de uitvaartketen gaat het om regulier afval van zowel kantoorlocaties als uitvaartlocaties, zoals papier, swill (voedselresten uit horeca), glas, PD (plastic en drinkkartons), restafval etc. Daarnaast kent de uitvaartketen twee vormen van gevaarlijk afval: medisch afval dat ontstaat bij de laatste verzorging van overledenen en vliegassen uit filterinstallaties van crematoria. Het gevaarlijk afval verwerken wij via onze leveranciers conform de geldende wet- en regelgeving.
Beleid
In 2025 heeft DELA beleid vastgesteld voor duurzaam materiaalgebruik. Wij richten ons op minder materiaalgebruik, de inkoop van duurzame materialen en het scheiden van afval. Op het gebied van duurzame materialen richten wij ons zowel op nieuwe materialen met een aantoonbaar duurzame herkomst als op secundaire materialen. Het beleid is van toepassing op DELA groep en richt zich op de eigen bedrijfsvoering - waarbij de aandacht uitgaat naar minder en duurzamer materiaalgebruik bij het uitvoeren van onze kernactiviteiten - en op de waardeketen - waarbij aandacht is voor de bredere impact van de goederen en diensten die wij inkopen bij leveranciers en partners. Wij stellen de hiervoor benodigde leveranciers op de hoogte van ons beleid en werken met hen uit hoe wij dit samen kunnen realiseren.
De groepsdirectie is eigenaar en daarmee eindverantwoordelijk voor dit beleid. In het transitieplan duurzaam materiaalgebruik is opgenomen hoe wij concrete invulling geven aan het beleid.
Doelen
Wij hebben de volgende doelen gesteld voor de materiële materiaalinstromen en afval om invulling te geven aan onze beleidsdoelstellingen:
| Materiaalstroom | Doel 2030 | Reikwijdte |
|---|---|---|
| Uitvaartkisten | 90% van de uitvaartkisten aantoonbaar duurzaam, waarvan 30% vervaardigd van een duurzamer alternatief dan nieuw hout. | NL, BE |
| Papier | Reductie verbruik papier 35% ten opzichte van 2025 | NL, BE |
| Bedrijfskleding | Ontwikkelen gedegen end-of-life programma (kwalitatief doel) Zo hoog mogelijk aandeel duurzaam ingekocht textiel (relatief doel) |
NL, BE |
| Afval | Percentage restafval: maximaal 50% (relatief doel) | NL |
In 2025 is de formulering van het doel voor uitvaartkisten herzien om eenvoudiger en eenduidig vast te leggen wat onze ambitie is. DELA streeft ernaar om de milieu-impact van uitvaartkisten structureel te verlagen. Daarbij hanteren we als uitgangspunt dat het gebruikte hout FSC- of PEFC-gecertificeerd is. Deze certificeringen waarborgen dat het hout afkomstig is uit verantwoord beheerde bossen, met aandacht voor ecologie, sociale omstandigheden en economische continuïteit.
Naast gecertificeerd hout onderzoeken we actief innovatieve, en duurzamere alternatieven. Onder deze alternatieven verstaan we momenteel uitvaartkisten vervaardigd uit secundair hout met duurzame lijmsoorten en kisten op basis van mycelium – een biologisch afbreekbaar materiaal dat groeit uit schimmeldraden. Deze materialen bieden een lagere ecologische voetafdruk en sluiten aan bij de wens van nabestaanden om bewuste keuzes te maken.
DELA heeft zich ten doel gesteld om in 2030 minimaal 30% van alle uitvaartkisten uit duurzame alternatieven te laten bestaan. Dit percentage is ambitieus, maar haalbaar en draagt bij aan onze bredere duurzaamheidsambitie.
Voor papier streven wij naar een reductie van papiergebruik van 35% in 2030 ten opzichte van 2025. Het absolute doel dat wij in 2024 stelden, is met gelijkblijvende ambitie aangepast naar een relatief doel. Strategieën om deze reductie van papier te bereiken zijn gericht op digitalisering van klant- en ledencommunicatie, reductie van papiergebruik door gebruik van lichter papier en digitalisering van overige papierstromen. In 2025 bleek dat de inventarisatie voor papiergebruik nog niet volledig was, deze is daarom aangevuld. Wij meten de voortgang als reductiepercentage ten opzichte van het basisjaar 2025.
Voor bedrijfskleding richten we ons op het ontwikkelen van een gedegen end-of-life programma voor de huidige kledinglijn. Het doel hierachter is om de kleding die wij hebben laten produceren zo lang mogelijk te gebruiken en hoogwaardig hergebruik te stimuleren. Dit betekent ook dat wij de bestaande voorraad kleding eerst opmaken, voordat wij ons richten op nieuwe kleding met een andere, duurzamere samenstelling. Wij werken toe naar zo duurzaam mogelijke inkoop van textiel voor bedrijfskleding. Dit doel is bijgesteld ten opzichte van 2025, omdat een doel van 100% duurzaam textiel niet mogelijk lijkt binnen de kaders van draagcomfort. Daarbij kijken we niet alleen naar het soort materiaal, maar vooral naar de herkomst en certificering. Textiel wordt als duurzaam beschouwd wanneer het aantoonbaar voldoet aan een erkend duurzaamheidscertificaat, zoals de Global Recycled Standard. Wij maken daarbij geen onderscheid tussen nieuwe materialen van duurzame herkomst en secundaire materialen, oftewel materiaal dat gerecycled is. De voortgang meten we op basis van gewicht: het aandeel duurzaam textiel wordt berekend als percentage van het totale ingekochte textielgewicht. Deze methode biedt een transparante en objectieve basis voor monitoring en rapportage.
Voor rouwbloemen hebben wij nog geen concreet doel gesteld. We hebben ons in 2025 gericht op het verder uitwerken van de plannen voor de overige materiaalstromen. Als eerste stap in het toewerken naar een doel, willen wij in 2026 inzichtelijk maken welke positieve en negatieve impact rouwbloemen hebben op mens en milieu. Daarbij erkennen wij dat rouwbloemen in Nederland en België een sterke rituele, emotionele en culturele waarde hebben binnen het afscheid nemen. Bloemen vervullen een belangrijke symbolische rol in het uitdrukken van medeleven, respect en herinnering, en dragen bij aan de betekenisvolle beleving van een uitvaart voor nabestaanden. Deze diepgewortelde rituele functie is een essentieel gegeven in de afwegingen die wij maken. Verduurzamingsstrategieën moeten daarom niet alleen ecologisch effectief zijn, maar ook recht doen aan deze maatschappelijke en emotionele waarde.
Ons doel om restafval te reduceren in Nederland is erop gericht meer afval te scheiden en zo recycling te bevorderen. Het percentage berekenen wij op basis van het totaal aan niet-gevaarlijk afval dat niet gescheiden wordt ingezameld. Het doel is maximaal 50% restafval. Gevaarlijk afval (medisch afval bij de laatste verzorging van overledenen en vliegas uit filterinstallaties van crematoria) zamelen wij volgens de geldende wet- en regelgeving gescheiden in en deze afvalstromen laten wij daarom voor het doel om meer afval te scheiden buiten beschouwing. Voor België hebben wij nog geen doel gesteld voor afval. Dit is vanwege het ontbreken van geaggregeerde data. Sinds november 2025 is de dataverzameling voor afval voor alle locaties in België ingericht, waardoor wij medio 2026 verwachten een doel te kunnen stellen voor restafval in België. Voor Duitsland stellen wij geen doel, omdat de hoeveelheid afval daar zeer beperkt is.
In de uitvaartketen kunnen wij de beginselen van de circulaire economie slechts beperkt toepassen, doordat er weinig herbruikbare producten omgaan in deze branche. Wij richten ons primair op de inkoop van duurzame materialen. De beginselen van de circulaire economie die tot uitdrukking komen in de door ons gestelde doelen, zijn als volgt:
- Voor uitvaartkisten verkiezen wij secundaire materialen zoals ecoboard (mits vervaardigd met duurzame lijm) boven primaire materialen (zoals FSC of vergelijkbaar gecertificeerd hout);
- Voor papier gebruiken wij bij voorkeur secundair materiaal (recycled FSC-papier);
- Voor bedrijfskleding zetten wij een gedegen end-of-life programma op;
- Afvalbeheer is erop gericht meer afval te scheiden en zo recycling te bevorderen.
Maatregelen en middelen
In 2025 stelden wij een transitieplan voor duurzaam materiaalgebruik op. Hierin is opgenomen welke maatregelen wij gaan nemen om invulling te geven aan het beleid en de doelen. Bij het opstellen van het plan maken wij een zorgvuldige en onderbouwde afweging van de belangen van leveranciers als ook van leden, verzekerden, nabestaanden, medewerkers en de natuur. Zo willen wij duurzamer materiaalgebruik stimuleren, maar ook de wensen van onze klanten respecteren, de prijzen van onze dienstverlening betaalbaar houden en het welzijn van onze stakeholders positief blijven beïnvloeden. Voor de stakeholdergroep klanten en nabestaanden geldt bijvoorbeeld dat we voldoende keuzevrijheid willen bieden tegen een goede prijs of dat we toegankelijk blijven voor klanten die minder digitaal vaardig zijn. Voor onze medewerkers is het van belang dat ze ondersteund worden in hun werk, bijvoorbeeld door bedrijfskleding die comfortabel zit of het werken met producten die licht en robuust zijn. Wij maken daarom integrale afwegingen rondom de te nemen maatregelen om onze doelstellingen te behalen.
Om het materiaalgebruik van DELA te verduurzamen en onze doelen te behalen, nemen we drie hoofdmaatregelen:
- Minder materiaalgebruik, denk hierbij aan lichter papier, of aan digitaliseren;
- Duurzamer materiaalgebruik, denk hierbij aan recycled FSC-papier;
- Stimuleren van de besluitvormer naar minder of duurzamer materiaalgebruik, denk hierbij aan een klant die kiest voor digitale communicatie.
Omdat wij nog lerende zijn op het thema duurzaam materiaalgebruik, is de planning van maatregelen op korte termijn (2025 en 2026) nader uitgewerkt en voor de middellange termijn (2027 tot 2030) is de richting bepaald.
Bij het realiseren van onze ambities op het gebied van duurzaam materiaalgebruik zijn circa 30 medewerkers betrokken, dit zijn veelal contractmanagers en interne experts.
Maatregelen in 2025
In 2025 hebben wij verdere stappen gezet die bijdragen aan meer duurzaam materiaalgebruik. Zo wordt sinds 2025 ons Nederlandse ledenmagazine Kroniek gedrukt op 100% FSC-gecertificeerd papier. Dit betreft circa 110 ton papier op jaarbasis. Daarnaast hebben we stappen gezet naar minder papieren communicatie met onze verzekerden. Het aandeel digitale communicatie over polisinformatie is gestegen van 51% in 2024 naar 54% in 2025.
In 2025 ontwikkelden wij een end-of-life programma voor bedrijfskleding. Gedragen kleding wordt door onze leverancier retourgenomen, waarna zij de staat van de kleding beoordelen. Kledingstukken die nog van voldoende kwaliteit zijn, worden gereinigd en indien nodig gerepareerd, waarna ze beschikbaar komen om opnieuw uit te geven. Kledingstukken van onvoldoende kwaliteit worden aangeboden voor recycling. In de komende jaren wordt dit systeem verder geïmplementeerd.
In België hebben we de contracten voor afvalinzameling succesvol ondergebracht bij één leverancier. Met de leverancier zijn afspraken gemaakt over het inrichten van dataverzameling over de ingezamelde afvalstromen. Sinds november 2025 is deze dataverzameling via een online portaal volledig ingericht en werkend. In Nederland hebben we aandacht besteed aan meer en betere afvalscheiding, door de juiste inrichting van afvalinzameling en een opleidingscampagne voor medewerkers.
Maatregelen in 2026
In 2026 brengen wij ons transitieplan verder tot uitvoering. Een belangrijke maatregel hierbinnen is dat we in België de nulmeting voor afval afronden, waarna we een doel zullen stellen. In Nederland en België verwachten we daarnaast stappen te zetten op het gebied van digitale communicatie met verzekerden, met als doel om het papiergebruik te verlagen. Voor uitvaartkisten zetten we ons onderzoek naar duurzamere alternatieven voor nieuw hout voort in samenwerking met leveranciers. Voor rouwbloemen willen wij in 2026 inzichtelijk maken welke positieve en negatieve impact rouwbloemen hebben op mens en milieu. Dat levert ons inzicht in welke strategieën doeltreffend zijn om de negatieve impact te verminderen en daarbij de belangen van alle stakeholders in de afweging mee te nemen. Voor onze bedrijfskleding zullen we in 2026 het end-of-life programma verder uitrollen.
Resultaten
Materiaalinstromen
Wij rapporteren over onze materiële materiaalinstromen uitvaartkisten, papier, bedrijfskleding en rouwbloemen. Het totale gewicht aan materiaalinstromen is in onderstaande tabel opgenomen.
| Materiaalinstroom (ton) | 2025 | verschil | 2024 |
|---|---|---|---|
| Uitvaartkisten | 1.526 | -31 | 1.557 |
| Papier | 287 | 12 | 275 |
| Bedrijfskleding | 9 | -15 | 24 |
| Rouwbloemen | 170 | -19 | 189 |
| Totaalgewicht | 1.992 | -54 | 2.046 |
| Waarvan duurzaam ingekocht (%) | 53% | 11% | 42% |
De totale hoeveelheid ingekocht materiaal is licht gedaald ten opzichte van 2024. Voor uitvaartkisten en rouwbloemen is deze afname een gevolg van een lager aantal uitvaarten die DELA verzorgde. Materialen worden als duurzaam ingekocht beschouwd wanneer de leverancier een FSC, PEFC, OCS en/of GRS certificaat kan overleggen. In 2025 is het percentage duurzaam ingekochte materialen toegenomen ten opzichte van 2024. Met name binnen de categorie papier zien we een stijging in het aandeel aantoonbaar duurzaam ingekocht papier.
Een deel van deze materiaalinstromen bestaat uit secundair materiaal. Denk aan uitvaartkisten gemaakt van mycelium of ecoboard of textiel en papier van gerecyclede materialen. Op basis van gewicht is het aandeel secundair materiaal nog niet materieel.
De resultaten op de voor 2030 gestelde doelen:
| Materiaalinstromen | Doel 2030 | 2025 | 2024 | |
|---|---|---|---|---|
| Uitvaartkisten | Aandeel aantoonbaar duurzame (FSC of PEFC) uitvaartkisten | 90% | 69% | 69% |
| Waarvan vervaardigd uit een duurzamer alternatief dan nieuw hout | 30% | 0% | 0% | |
| Papier | Reductie in verbruik van papier tov basisjaar 2025 | 35% | 0% | 0% |
| Bedrijfskleding | Aandeel duurzaam gecertificeerd textiel | zo hoog mogelijk | 2% | 4% |
In 2025 hebben wij een verfijning van de doelen doorgevoerd en het transitieplan opgesteld. Het duurt enige tijd voor de ingezette maatregelen leiden tot zichtbare verbeteringen, met als gevolg dat de resultaten over 2025 nagenoeg gelijk zijn aan de resultaten van 2024.
Afval
De resultaten over 2025 ten aanzien van afval(scheiding) zijn als volgt:
| Afvalstromen en afvalhiërarchie (ton) | Niet gevaarlijk | Gevaarlijk | 2025 | verschil | 2024 |
|---|---|---|---|---|---|
| Hergebruik | - | - | - | 0% | - |
| Recycling | 339 | - | 339 | 19% | 284 |
| Andere wijze van terugwinning | 817 | 23 | 840 | -39% | 1.368 |
| Totaalgewicht omgeleid van verwijdering | 1.156 | 23 | 1.179 | -29% | 1.652 |
| Verbranding | - | 0 | 0 | -100% | 21 |
| Storting | - | - | - | 0% | - |
| Andere wijze van verwijdering | 32 | 73 | 104 | 127% | 46 |
| Totaalgewicht toegeleid naar verwijdering | 32 | 73 | 104 | 56% | 67 |
| Totaalgewicht afval | 1.188 | 96 | 1.284 | -25% | 1.719 |
Afval dat wordt omgeleid van verwijdering is afval dat een nieuwe bestemming krijgt. Bijvoorbeeld plastic dat wordt omgesmolten tot nieuwe producten of papier dat wordt gerecycled. Ook valt hieronder het afval dat gebruikt wordt om door middel van verbranding energie op te wekken. Afval dat wordt toegeleid naar verwijdering is afval dat geen nieuwe bestemming meer krijgt, zoals de vliegas uit filterinstallaties.
In België en Nederland scheiden wij de volgende afvalstromen met het oog op recycling:
- Regulier afval dat wij scheiden op diverse kantoor en uitvaartlocaties. Dit gescheiden afval wordt door onze leveranciers ingezameld en verwerkt. Dit omvat (vertrouwelijk) papier, plastic, drinkkartons, glas, swill en batterijen;
- In Nederland bieden wij (edel)metalen die achterblijven in de crematie-as (bijvoorbeeld protheses) aan bij Stichting Orthometals die zorgt voor de metaalrecycling van crematoria.
De totale hoeveelheid afval in 2025 is gedaald ten opzichte van 2024. De belangrijkste reden hiervoor is dat er een betere meting is ingericht op de afvalinzameling in België.
De resultaten voor het voor 2030 gestelde doel voor afval:
| Doel 2030 | 2025 | verschil | 2024 | |
|---|---|---|---|---|
| Percentage restafval (Nederland) | Maximaal 50% | 72% | -3% | 74% |
Het percentage restafval in Nederland is gedaald ten opzichte van 2024, waardoor we in 2025 een stap richting het doel van 2030 hebben gezet.